JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2999Laag22/100

Dexia voldeed aan verplichtingen effectenleaseovereenkomsten, vordering afgewezen

ECLI:NL:GHDHA:2026:2999, Gerechtshof Den Haag, 11-08-2026, 200.253.578/03

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 11 augustus 2026Publicatie: 6 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.253.578/03

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dexia / Spaar Select / Advisering / Weteschap

Kern van de zaak

Appellant stelde dat Dexia (effectenleaseaanbieder) onrechtmatig had gehandeld via tussenpersoon Spaar Select. Dexia vorderde een verklaring voor recht dat zij aan al haar verplichtingen uit de effectenleaseovereenkomsten had voldaan. De zaak betreft een hoger beroep tegen een kantonrechtervonnis dat die verklaring voor recht had toegewezen.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Den Haag bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter: Dexia heeft aan al haar verplichtingen uit de effectenleaseovereenkomsten voldaan en is niets meer aan appellant verschuldigd. Het beroep op verjaring door Dexia werd weliswaar verworpen, maar de zeven grieven van appellant werden eveneens verworpen en het vonnis bleef in stand.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele Dexia-effectenleasezaak in hoger beroep zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst sluit naadloos aan bij de omvangrijke bestaande Dexia-jurisprudentie en heeft geen precedentwerking buiten de specifieke feiten.

Belangrijkste punten

  • 1Het hof verwerpt het beroep op verjaring door Dexia: voor stuiting van verjaring (art. 3:317 lid 1 BW) is geen precieze feitelijke en juridische inkleding van de vordering vereist.
  • 2De verjaringstermijn van vijf jaar (art. 3:310 lid 1 BW) begint te lopen vanaf het moment van daadwerkelijke bekendheid met schade én aansprakelijke persoon.
  • 3Alle zeven grieven van appellant worden door het hof verworpen; het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.
  • 4De kantonrechter had voor recht verklaard dat Dexia aan al haar verplichtingen uit de effectenleaseovereenkomsten heeft voldaan, welk oordeel in hoger beroep standhield.
  • 5De zaak heeft betrekking op het optreden van tussenpersoon Spaar Select in strijd met artikel 41 NR 1999, maar de aansprakelijkheidsvraag jegens Dexia wordt niet gehonoreerd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de lagere rechtspraak over de stuitingsvereisten van artikel 3:317 lid 1 BW: een schriftelijke mededeling hoeft geen precieze juridische grondslag te bevatten om als stuitingshandeling te gelden. De uitkomst sluit aan bij de vaste Dexia-jurisprudentie over effectenleasegeschillen.

Praktische impact

Appellant ontvangt geen verdere vergoeding van Dexia en krijgt mogelijk de proceskosten opgelegd. Voor beleggers in vergelijkbare effectenleaseproducten biedt dit vonnis weinig nieuwe aanknopingspunten voor verdere claims.

Onderwerp-impact

In de financiële dienstverlening bevestigt dit arrest dat aanbieders van effectenleaseproducten die conform het Hofmodel hebben afgewikkeld, met succes een verklaring voor recht kunnen verkrijgen dat zij niets meer verschuldigd zijn.

Samenvatting

In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag staat een effectenleasegeschil tussen een particuliere belegger (appellant) en Dexia centraal. Appellant had effectenleaseovereenkomsten gesloten via tussenpersoon Spaar Select en stelde dat Dexia onrechtmatig had gehandeld, onder meer wegens handelen van Spaar Select in strijd met artikel 41 van de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 (NR 1999). Dexia vorderde op haar beurt een verklaring voor recht dat zij aan al haar verplichtingen uit de effectenleaseovereenkomsten had voldaan en niets meer verschuldigd was. De kantonrechter had die verklaring voor recht toegewezen. In hoger beroep voerde appellant zeven grieven aan en verzocht vernietiging van het vonnis en afwijzing van de vorderingen van Dexia. Een centrale rechtsvraag betrof de verjaring van de vordering van appellant. Dexia betoogde dat de vordering was verjaard omdat appellant zich pas bij conclusie van antwoord op 9 oktober 2014 had beklaagd over het handelen van Spaar Select. Het hof verwerpt dit verjaringsberoep. Op grond van artikel 3:310 lid 1 BW verjaart een vordering uit onrechtmatige daad vijf jaar na daadwerkelijke bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon. Stuiting kan plaatsvinden via een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 3:317 lid 1 BW, waarbij het hof benadrukt dat aan zo'n mededeling niet de eis mag worden gesteld dat daarin een precieze feitelijke en juridische grondslag van de vordering wordt gegeven. De context en overige omstandigheden zijn mede bepalend. Ondanks het verwerpen van het verjaringsverweer van Dexia, worden alle zeven grieven van appellant eveneens verworpen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter: Dexia heeft aan al haar verplichtingen uit de effectenleaseovereenkomsten voldaan en is appellant niets meer verschuldigd. De uitspraak past binnen de brede stroom van Dexia-jurisprudentie en heeft beperkte zelfstandige precedentwerking.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

Gerechtshof Den Haag·6 okt 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2986

KNAB aansprakelijk voor openen rekening onder curatele gestelde

58/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Arbeidsrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Arbeidsrelaties
Schadevergoeding
ECLI:NL:HR:2026:1586

Hoge Raad: Staat niet verplicht Afghaanse bewakers te evacueren

72/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5791

Bestuursrechter onbevoegd bij FSV-schadeverzoek wegens feitelijk handelen

55/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5770

Hoger beroep kinderopvangtoeslag-gedupeerde niet-ontvankelijk verklaard

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied