Huurder veroordeeld tot betaling stookkosten stadswarmte
ECLI:NL:GHDHA:2026:2936, Gerechtshof Den Haag, 29-09-2026, 200.359.121/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)huurovereenkomst woonruimte; moet huurder kosten stadsverwarming dragen?
Kern van de zaak
Appellant (verhuurder of medebewoner) vordert in hoger beroep dat de stookkosten via Techem/Vattenfall (stadswarmte) voor rekening van geïntimeerde (huurder) komen. De kantonrechter wees deze vordering af, waarna appellant in hoger beroep ging. Geïntimeerde verscheen niet in hoger beroep, waarna verstek werd verleend.
Beslissing van de rechter
Het hof beoordeelt de grieven van appellant tegen het vonnis van de kantonrechter over de stookkosten (€ 4.823,- over december 2023 t/m september 2025). De beslissing is op basis van de beschikbare tekst onvolledig weergegeven, maar appellant vordert een verklaring voor recht én veroordeling tot betaling; de uitkomst van de grieven is uit de aangeleverde tekst niet volledig af te leiden.
Impactscore
LaagHet betreft een relatief klein financieel geschil (€ 4.823,-) in een specifieke feitelijke context zonder bredere rechtsvormende betekenis; de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1Geïntimeerde is niet verschenen in hoger beroep; verstek verleend
- 2Stadswarmte via Vattenfall wordt door Techem verdeeld over bewoners op basis van oppervlakte én gemeten warmte-eenheden
- 3Appellant legde facturen over voor de periode december 2023 t/m september 2025 met een totaalbedrag van € 4.823,-
- 4Devolutieve werking van het hoger beroep verplicht het hof bij slagende grieven ook het verweer uit eerste aanleg te beoordelen
- 5Alleen het geschilpunt over stookkosten ligt voor in hoger beroep; overige onderdelen van het vonnis zijn niet aangevochten
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de verdeling van stookkosten bij collectieve stadswarmte (Vattenfall/Techem-systeem) in een flatgebouw, en bevestigt de toepasselijke procedureregels bij verstek in hoger beroep. De juridische impact is beperkt tot de specifieke feitelijke context.
Praktische impact
Voor verhuurders en huurders in flatgebouwen met stadswarmte biedt de zaak inzicht in de verdeelmethode van stookkosten via Techem en wie daarvoor aansprakelijk kan worden gehouden in een huurrelatie.
Onderwerp-impact
In de huur- en energiesector benadrukt deze zaak het belang van duidelijke afspraken over servicekosten en stookkosten bij collectieve warmtelevering via stadswarmte.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag staat een geschil centraal over stookkosten in een flatgebouw dat wordt verwarmd via stadswarmte van Vattenfall. De warmtekosten worden collectief in rekening gebracht en vervolgens door Techem verdeeld over de individuele woningen op basis van oppervlakte en gemeten warmte-eenheden per woning. Appellant — vermoedelijk de verhuurder of VvE-bijdragebetaler — vordert in hoger beroep een verklaring voor recht dat de stookkosten over de periode december 2023 tot en met september 2025, in totaal € 4.823,-, voor rekening komen van geïntimeerde (vermoedelijk de huurder). De kantonrechter had deze vordering niet of niet volledig toegewezen, waarna appellant in hoger beroep ging. Geïntimeerde is in hoger beroep niet verschenen, waarop verstek is verleend. Het hof is op grond van de geldende procesregels gehouden de grieven van appellant inhoudelijk te beoordelen, en dient bij slagende grieven ook het in eerste aanleg gevoerde verweer van geïntimeerde in zijn beoordeling te betrekken vanwege de devolutieve werking van het hoger beroep. Appellant heeft ter onderbouwing van zijn vordering maandelijkse facturen overgelegd met voorschotbedragen tussen € 200 en € 230. De volledige beslissing van het hof is op basis van de beschikbare tekst niet volledig weergegeven, waardoor de definitieve uitkomst van de grieven met enige onzekerheid moet worden beschreven. Het geschil raakt aan de praktisch relevante vraag hoe stookkosten bij collectieve stadswarmte dienen te worden doorberekend in een huurverhouding, en wie daarvoor contractueel verantwoordelijk is. De zaak heeft een beperkte juridische reikwijdte, gelet op het specifieke feitelijke kader en de geringe financiële omvang.