Huurovereenkomst geëindigd na niet-aanvaarden nieuw huurcontract
ECLI:NL:GHAMS:2026:2694, Gerechtshof Amsterdam, 22-09-2026, 200.349.863/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vordering tot beëindiging huurovereenkomst wegen weigeren redelijk voorstel door de huurder in hoger beroep alsnog afgewezen. Onvoldoende concreet en gespecificeerd voorstel.
Kern van de zaak
Huurster [appellant] huurt sinds 2015 een kamer in een woning van verhuurder [geïntimeerde] voor € 500,- per maand all-in. Na jarenlange conflicten en meerdere procedures, waaronder een kort geding over huisvredebreuk en huurcommissieuitspraken, lag er een vonnis met een beëindigingsvoorwaarde gekoppeld aan een aanbod voor een nieuwe huurovereenkomst.
Beslissing van de rechter
Het hof verklaart voor recht dat de beëindigingsvoorwaarde uit het bestreden vonnis in vervulling is gegaan, omdat [appellant] het aanbod voor een nieuwe huurovereenkomst niet binnen één maand na de vonnisdatum heeft aanvaard. Als gevolg hiervan is de huurovereenkomst op grond van opzegging (artikel 7:274 lid 1 sub d BW) geëindigd per 1 december 2024.
Impactscore
LaagHet betreft een sterk feitelijk gedreven huurrechtgeschil tussen twee particulieren met een lange conflictgeschiedenis; de rechtsvraag is casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe partijen.
Belangrijkste punten
- 1De huurovereenkomst was mondeling gesloten in 2015 voor een all-in huurprijs van € 500,- per maand voor een kamer met gedeelde voorzieningen.
- 2De huurcommissie splitste de huur in € 181,23 kale huur en € 125,- servicekosten per maand.
- 3Partijen voerden jarenlang meerdere procedures, waarbij ontruimingsvorderingen van verhuurder steeds werden afgewezen.
- 4Een eerder vonnis bevatte een beëindigingsvoorwaarde: niet-aanvaarding van een nieuw huurcontract binnen één maand zou leiden tot einde huurovereenkomst.
- 5Het hof oordeelt dat deze ontbindende/beëindigingsvoorwaarde in vervulling is gegaan, zodat de huur rechtsgeldig is geëindigd per artikel 7:274 lid 1 sub d BW.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een rechterlijk vonnis geldig een beëindigingsvoorwaarde kan koppelen aan de niet-aanvaarding van een nieuw huurcontract, met directe beëindiging van de huurovereenkomst tot gevolg op grond van artikel 7:274 lid 1 sub d BW. Dit biedt verhuurders een instrument om langlopende huurgeschillen via de rechter te beslechten.
Praktische impact
Voor [appellant] betekent dit dat zij haar huurrecht per 1 december 2024 heeft verloren doordat zij het nieuwe huurcontract niet tijdig aanvaardde. Verhuurder [geïntimeerde] kan na jaren procederen eindelijk aansturen op ontruiming van de woning.
Onderwerp-impact
In de praktijk van sociale verhuur en kamerverhuur onderstreept deze zaak het belang van tijdig reageren op rechterlijke aanbiedingen en de risico's van niet-aanvaarding van een aangeboden huurovereenkomst onder een rechterlijke beëindigingsconstructie.
Samenvatting
Deze zaak betreft een langlopend huurgeschil tussen een verhuurder en een huurster van een kamer in Amsterdam. De huurster huurt sinds 10 juni 2015 een kamer in de woning van verhuurder, op basis van een mondeling gesloten huurovereenkomst voor een all-in prijs van € 500,- per maand. De woning beschikt over twee slaapkamers; huurster deelt de woonkamer, keuken en tuin met de huurder van de tweede kamer. Al snel na aanvang van de huur ontstonden ernstige conflicten: de verhuurder sloot water en elektriciteit af en dreigde met ontruiming, waarop de huurster aangifte deed van huisvredebreuk en een kort geding startte. Via een minnelijke regeling in 2015 werd afgesproken dat de voorzieningen hersteld zouden worden en dat de verhuurder de woning slechts na schriftelijke toestemming mocht betreden. De huurcommissie stelde de kale huurprijs vast op € 181,23 per maand met € 125,- aan servicekosten. In de jaren daarna voerden partijen diverse procedures, waarbij de ontruimingsvorderingen van de verhuurder steeds werden afgewezen. Uiteindelijk bevatte een eerder vonnis van de kantonrechter een zogenoemde beëindigingsvoorwaarde: indien de huurster het aanbod voor een nieuwe huurovereenkomst niet binnen één maand zou aanvaarden, zou de huurovereenkomst eindigen op grond van opzegging conform artikel 7:274 lid 1 sub d BW. In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam vastgesteld dat deze voorwaarde in vervulling is gegaan, nu de huurster het aanbod niet tijdig heeft aanvaard. Het hof verklaart voor recht dat de huurovereenkomst daarmee per 1 december 2024 rechtsgeldig is geëindigd. De uitspraak illustreert hoe rechters beëindigingsconstructies kunnen koppelen aan het niet-aanvaarden van een nieuw huurcontract, en benadrukt het belang voor huurders om tijdig te reageren op dergelijke rechterlijke aanbiedingen.