Hof beslist over eigendomsgrens uitbouw appartementsrecht
ECLI:NL:GHDHA:2026:2743, Gerechtshof Den Haag, 08-09-2026, 200.346.800/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Uitleg splitsingsakte VVE. Burengeschil. Uitbouw van woning appellanten vormde een overbouw op privé gedeelte buren, maar grotere uitbouw geïntimeerden vormt dat ook. Overbouw moet verwijderd worden.
Kern van de zaak
Bewoners van aangrenzende appartementen (appellanten en geïntimeerden) twisten over de eigendomsgrenzen van een uitbouw. Geïntimeerden willen een uitbouw realiseren en claimen op basis van de splitsingsakte en een koop-/aannemingsovereenkomst het recht daartoe, waarbij toegang tot de privé gedeelten van appellanten nodig is. Appellanten verzetten zich hiertegen en zijn aansprakelijk gesteld voor vertragingsschade.
Beslissing van de rechter
Het hof oordeelt dat op basis van de splitsingsakte en de bijbehorende tekening de buitenmuren en ondergrond van gerealiseerde uitbouwen niet tot de privé gedeelten van de woning met de uitbouw behoren. De tekening in de splitsingsakte geeft de doorslag: daarin zijn geen uitspringende delen zichtbaar en loopt de grens recht door, hetgeen de uitleg ondersteunt dat uitbouwen niet bepalend zijn voor de aangrenzende buitengevels en ondergrond.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk casuïstisch geschil over de uitleg van een specifieke splitsingsakte tussen private partijen; de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels maar past bestaande uitlegmethoden toe op een concrete situatie.
Belangrijkste punten
- 1De splitsingsakte, en in het bijzonder de daarbij behorende tekening, is doorslaggevend voor de vaststelling van de omvang van privé gedeelten bij appartementsrechten.
- 2Artikel 17 lid 2 van de splitsingsakte laat meerdere interpretaties toe ten aanzien van uitbouwen, maar de tekening sluit aan bij de uitleg dat buitenmuren en ondergrond van uitbouwen niet tot het privé gedeelte behoren.
- 3Geïntimeerden beroepen zich naast de splitsingsakte ook op artikel 38 van de koop-/aannemingsovereenkomst voor het recht een uitbouw te realiseren.
- 4Appellanten zijn aangesproken op vergoeding van vertragingsschade (€ 2.571,25) wegens het maken van bezwaar tegen de bouw.
- 5De zaak illustreert het belang van consistentie tussen de tekstuele bepalingen en de tekeningen in een splitsingsakte bij uitleg van appartementsrechten.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij de uitleg van een splitsingsakte de bij de akte behorende tekeningen een zelfstandige en eventueel doorslaggevende rol spelen naast de tekst. Dit is relevant voor de praktijk van appartementsrechtelijke geschillen over de omvang van privé- en gemeenschappelijke gedeelten.
Praktische impact
Appartementseigenaren die een uitbouw willen realiseren, kunnen niet zonder meer de buitengevels en ondergrond van die uitbouw als hun privé eigendom beschouwen op grond van de splitsingsakte, tenzij de tekening dit ondubbelzinnig bevestigt. Toegang tot privé gedeelten van buren kan dan niet worden afgedwongen.
Onderwerp-impact
In bouwprojecten waarbij appartementen worden gesplitst en uitbouwen worden gerealiseerd, is het essentieel dat splitsingstekeningen en -akten onderling consistent zijn om latere geschillen over eigendomsgrenzen en toegangsrechten te voorkomen.
Samenvatting
In dit hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag staat centraal de vraag welke delen van een appartementencomplex tot de privé gedeelten van de respectieve appartementseigenaren behoren, en meer in het bijzonder of de buitenmuren en ondergrond van tijdens de bouw gerealiseerde uitbouwen daartoe behoren. Geïntimeerden willen een uitbouw realiseren aan hun woning en stellen op grond van artikel 17 lid 2 van de splitsingsakte én artikel 38 van de koop-/aannemingsovereenkomst het recht te hebben dit te doen. Zij vorderen onder meer een verklaring voor recht, veroordeling van appellanten tot het verlenen van toegang aan de aannemer, vergoeding van vertragingsschade van € 2.571,25 en proceskostenvergoeding. Appellanten betwisten dat de uitbouw en de daarmee gepaard gaande aanspraken op hun privé gedeelten rechtmatig zijn. Het hof stelt vast dat artikel 17 lid 2 van de splitsingsakte voor meerdere uitleg vatbaar is: enerzijds zou de bepaling kunnen betekenen dat de buitengevels en ondergrond van uitbouwen tot het privé gedeelte van de betreffende woning behoren; anderzijds kan de bepaling zo worden gelezen dat uitbouwen weliswaar als privé worden aangemerkt, maar dat dit geen gevolgen heeft voor de aangrenzende buitengevels en ondergrond. Het hof geeft de voorkeur aan de tweede uitleg, omdat de bij de splitsingsakte behorende tekening hiermee in overeenstemming is. In die tekening zijn de privé gedeelten genummerd, lopen de grenzen recht door zonder in- of uitspringende delen, en zijn de tijdens de bouw gerealiseerde uitbouwen niet zichtbaar. Dit ondersteunt de conclusie dat de buitenmuren en ondergrond van uitbouwen niet automatisch tot het privé gedeelte van de woning met de uitbouw behoren. De uitspraak benadrukt het belang van de samenhang tussen de tekst van een splitsingsakte en de daarbij behorende tekeningen bij de uitleg van appartementsrechtelijke verhoudingen.