Hof legt dwangsom op aan Pilot in IE-geschil Polmos
ECLI:NL:GHDHA:2026:2736, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.362.621/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Arrest in incident. Vordering tot toepassing van een vertrouwelijkheidsregime (art. 27, 28 en 29 Rv). Hof wijst grotendeels toe. Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Confidentiality club.
Kern van de zaak
Polmos heeft Pilot gedaagd in een intellectueel-eigendomsgeschil over schadevergoeding. Pilot voerde aan dat Polmos niet-ontvankelijk was in haar incidentele vordering in hoger beroep omdat het hoger beroep beperkt zou zijn. Het geding betreft tevens een vertrouwelijkheidsregime (confidentiality club) en een mededelingsverbod.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst het niet-ontvankelijkheidsverweer van Pilot af, omdat de omvang van het hoger beroep nog niet beperkt is nu Polmos nog geen memorie van grieven heeft genomen. Het hof legt een gematigde en gemaximeerde dwangsom op aan Pilot in verband met het mededelingsverbod binnen het vertrouwelijkheidsregime.
Impactscore
LaagHet betreft een incidentele beslissing in hoger beroep over ontvankelijkheid en processuele dwangsommen; de uitkomst is casuïstisch en bevat geen fundamentele nieuwe rechtsregels, al is de overweging over appelbereik procesrechtelijk relevant.
Belangrijkste punten
- 1De omvang van het hoger beroep wordt bepaald door de dagvaarding en memorie van grieven; bij ontbreken van de laatste is het hoger beroep nog niet beperkt.
- 2Het niet-ontvankelijkheidsverweer van Pilot faalt omdat het uitgaat van een onjuist uitgangspunt omtrent de reikwijdte van het hoger beroep.
- 3De schadevergoedingsvordering heeft een primaire (forfaitair bedrag per fles) en subsidiaire variant (schadestaatprocedure), niet gelijkwaardige alternatieven zonder voorkeur.
- 4Het hof verbindt een dwangsom aan het mededelingsverbod binnen de confidentiality club, uitsluitend opgelegd aan Pilot en niet aan haar advocaten.
- 5De enkele toezegging van Pilot dat zij zich aan het mededelingsverbod zal houden, is onvoldoende grond om af te zien van een dwangsom.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de omvang van het hoger beroep primair door de appeldagvaarding wordt bepaald zolang de memorie van grieven ontbreekt, en dat een processuele toezegging onvoldoende is om oplegging van een dwangsom te voorkomen. Dit heeft betekenis voor de toepassing van artikel 1019h Rv in IE-zaken met vertrouwelijkheidsregimes.
Praktische impact
Pilot wordt geconfronteerd met een dwangsom indien zij het mededelingsverbod schendt; Polmos kan haar volledige vorderingen in hoger beroep handhaven ondanks de gedeeltelijke toewijzing in eerste aanleg.
Onderwerp-impact
In IE-geschillen waarbij een confidentiality club en mededelingsverbod worden ingezet, bevestigt het hof dat dwangsommen een effectief handhavingsinstrument blijven ook als de wederpartij vrijwillige naleving toezegt.
Samenvatting
Dit arrest van het Gerechtshof Den Haag betreft een incidentele beslissing in een intellectueel-eigendomsgeschil tussen Polmos en Pilot. In eerste aanleg had de rechtbank een deel van de vorderingen van Polmos toegewezen, waaronder een variant van de schadevergoedingsvordering. In hoger beroep vordert Polmos alsnog volledige toewijzing van al haar vorderingen en afwijzing van die van Pilot. In het incident stelde Pilot dat Polmos niet-ontvankelijk was, omdat Polmos in haar incidentele conclusie zou hebben aangegeven dat het hoger beroep beperkt is tot de afgewezen vorderingen, waardoor de schadevergoedingsvordering buiten de reikwijdte van het appel zou vallen. Het hof verwerpt dit verweer. De omvang van het hoger beroep wordt bepaald door de appeldagvaarding en de memorie van grieven. Nu Polmos nog geen memorie van grieven heeft genomen, kan van een beperking van het hoger beroep nog geen sprake zijn. De appeldagvaarding strekt tot volledige vernietiging van het vonnis en toewijzing van alle vorderingen, zodat het ontvankelijkheidsverweer uitgaat van een onjuist feitelijk vertrekpunt. Daarnaast stelt het hof vast dat de schadevergoedingsvordering primair een forfaitair bedrag per fles en subsidiair een schadestaatprocedure behelst, niet gelijkwaardige alternatieven zonder onderlinge voorkeur zoals Pilot betoogt. Voorts legt het hof een gematigde en gemaximeerde dwangsom op aan Pilot ter handhaving van het mededelingsverbod binnen de confidentiality club. De advocaten van Pilot worden niet mede aangesproken voor de dwangsom. De toezegging van Pilot dat zij zich aan het verbod zal houden, acht het hof in de gegeven omstandigheden onvoldoende reden om van een dwangsom af te zien. De proceskosten worden op grond van artikel 1019h Rv toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.