Univé mag schade verhalen op bestuurder zonder WAM-dekking
ECLI:NL:GHDHA:2026:256, Gerechtshof Den Haag, 03-02-2026, 200.347.263/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verwijzing na cassatie door de Hoge Raad. Verhaal van schade door verzekeraar op de bestuurder van een personenauto die niet de verzekerde was. Uitleg van het begrip goede trouw als bedoeld in artikel 15 lid 1 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen.
Kern van de zaak
Verzekeraar Univé heeft schadevergoeding betaald aan een inzittende na een verkeersongeval in 2014, terwijl de aansprakelijkheid van de bestuurder ([geïntimeerde]) niet door een verzekering was gedekt. Univé vordert dit bedrag terug op grond van artikel 15 lid 1 WAM. De centrale vraag is of de bestuurder te goeder trouw mocht aannemen dat hij verzekerd was.
Beslissing van de rechter
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en oordeelt opnieuw, na verwijzing door de Hoge Raad. Univé kan de betaalde schadevergoeding verhalen op de bestuurder, tenzij deze te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid gedekt was; het hof past daarbij de door de Hoge Raad geformuleerde maatstaf toe dat goede trouw ook ontbreekt bij gerechtvaardigde twijfel over de dekking.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is relevant voor de verzekeringsrechtpraktijk en past een door de Hoge Raad gegeven maatstaf toe, maar heeft beperkte zelfstandige precedentwerking nu de juridische norm reeds door de Hoge Raad is geformuleerd.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 15 lid 1 WAM biedt de verzekeraar verhaalsmogelijkheid op de aansprakelijke persoon die niet de verzekeringnemer is.
- 2Goede trouw-uitzondering: verhaal is uitgesloten als de bestuurder te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid gedekt was.
- 3De Hoge Raad (arrest 8 september 2023) verduidelijkte dat goede trouw ook ontbreekt bij gerechtvaardigde reden tot twijfel over dekking.
- 4Het hof is gebonden aan in cassatie onbestreden beslissingen van het vernietigde arrest van het hof Amsterdam.
- 5De proceskosten worden toegewezen ten bedrage van € 7.538,45, vermeerderd met wettelijke rente.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt en past de door de Hoge Raad in 2023 gepreciseerde maatstaf toe voor de goede trouw-uitzondering in artikel 15 lid 1 WAM, waarbij ook gerechtvaardigde twijfel over verzekeringsdekking aan verhaal in de weg staat. Dit verduidelijkt de reikwijdte van het WAM-verhaalsrecht voor verzekeraars in vergelijkbare gevallen.
Praktische impact
Bestuurders die rijden in een voertuig waarvan zij redelijkerwijs hadden moeten twijfelen aan de verzekeringsdekking, kunnen door de WAM-verzekeraar worden aangesproken voor de volledige uitgekeerde schadevergoeding. Univé verkrijgt in deze zaak alsnog het verhaal dat de kantonrechter eerder had afgewezen.
Onderwerp-impact
Voor de verzekeringspraktijk benadrukt deze uitspraak dat het subjectieve goede trouw-verweer door bestuurders in WAM-verhaalszaken strikt wordt getoetst: ook twijfel over dekking leidt tot verlies van de bescherming.
Samenvatting
Deze zaak betreft een verhaalsvordering van verzekeraar Univé op de bestuurder van een motorvoertuig ([geïntimeerde]) naar aanleiding van een verkeersongeval in 2014. Univé had op grond van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) schadevergoeding uitbetaald aan een inzittende, terwijl de aansprakelijkheid van de bestuurder niet door een verzekering was gedekt. Op grond van artikel 15 lid 1 WAM heeft een verzekeraar die in deze omstandigheid uitkeert, verhaal op de aansprakelijke persoon, tenzij die persoon – als hij niet de verzekeringnemer is – te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid wél was gedekt. Na een eerder hoger beroep bij het hof Amsterdam en een cassatieprocedure heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar het hof Den Haag. Het hof Den Haag beoordeelt de zaak opnieuw met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad van 8 september 2023, waarin is verduidelijkt dat goede trouw niet alleen ontbreekt als de bestuurder wist dat zijn aansprakelijkheid niet was gedekt, maar ook als hij goede reden had om daaraan te twijfelen. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter te Alkmaar van 30 september 2020 en doet opnieuw recht. De sleuteloverweging is de beoordeling of [geïntimeerde] ten tijde van het ongeluk te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid was gedekt. Aan de hand van de door de Hoge Raad geformuleerde maatstaf wordt geoordeeld dat Univé het door haar betaalde bedrag kan verhalen op [geïntimeerde]. De proceskosten worden vastgesteld op € 7.538,45, vermeerderd met wettelijke rente. Deze uitspraak illustreert het belang van de goede trouw-toets in WAM-verhaalszaken en de strenge uitleg die rechters daaraan geven na de Hoge Raad-verduidelijking van 2023.