Dexia aansprakelijk voor onrechtmatige effectenleaseovereenkomsten via onbevoegde adviseur
ECLI:NL:GHDHA:2026:2278, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.359.123/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Dexia / advisering / wetenschap / tussenpersoon
Kern van de zaak
Erfopvolger van oorspronkelijke afnemer vordert schadevergoeding van Dexia wegens onrechtmatig handelen bij het afsluiten van effectenleaseovereenkomsten. Cliëntenremisier Spaar Select trad op als financieel adviseur zonder daarvoor de vereiste vergunning te bezitten. Dexia was hiervan op de hoogte of behoorde dit te weten.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter waarbij Dexia aansprakelijk is gesteld voor onrechtmatig handelen en veroordeeld is tot schadevergoeding aan de erfopvolger. Doorslaggevend is dat Spaar Select als cliëntenremisier zonder vergunning adviseerde en Dexia hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn, waardoor een beroep op eigen schuld van de afnemer niet opgaat.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig binnen gevestigde jurisprudentie over Dexia-effectenleaseovereenkomsten en voegt geen nieuwe rechtsnorm toe; de zaak betreft een individuele toepassing van bekende regels in een hoger beroepsprocedure bij een gerechtshof.
Belangrijkste punten
- 1Dexia handelt onrechtmatig indien een onbevoegde cliëntenremisier als financieel adviseur optrad en Dexia dit wist of behoorde te weten
- 2Daadwerkelijke (subjectieve) bekendheid van Dexia met de concrete advisering is niet vereist; objectieve wetenschap volstaat
- 3Bij onrechtmatig handelen via onbevoegde cliëntenremisier slaagt een beroep op eigen schuld van de afnemer in beginsel niet vanwege de billijkheidscorrectie
- 4De inhoud van het advies of eigen inzicht van de afnemer is bij vastgesteld onrechtmatig handelen niet meer relevant
- 5Dexia werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld; in hoger beroep worden de grieven van Dexia verworpen
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn in de Dexia-effectenleasejurisprudentie dat objectieve wetenschap van onbevoegde advisering voldoende is voor onrechtmatigheid en dat de billijkheidscorrectie het beroep op eigen schuld in dergelijke gevallen volledig neutraliseert. Dit versterkt de rechtsbescherming van afnemers (en hun erfopvolgers) in effectenleasegeschillen.
Praktische impact
Erfopvolgers van gedupeerde effectenleaseafnemers kunnen met succes schadevergoeding vorderen van Dexia, ook jaren na het overlijden van de oorspronkelijke contractant. Dexia kan de schadelast niet afwentelen via een eigen-schuld-verweer wanneer een onbevoegde tussenpersoon betrokken was.
Onderwerp-impact
De uitspraak is relevant voor de afwikkeling van nog lopende Dexia-effectenleaseclaims waarbij erfopvolgers als procespartij optreden en bevestigt dat de beschermende jurisprudentie ook in die situaties onverminderd van toepassing is.
Samenvatting
In deze zaak vorderde de erfopvolger van een voormalige afnemer schadevergoeding van Dexia vanwege onrechtmatig handelen bij de totstandkoming van effectenleaseovereenkomsten. De betrokken cliëntenremisier, Spaar Select, had bij de bemiddeling tevens als financieel adviseur gefungeerd zonder over de daarvoor wettelijk vereiste vergunning te beschikken. De kantonrechter had de vordering bij verstek toegewezen nadat Dexia niet tijdig had geantwoord. In hoger beroep probeerde Dexia dit vonnis te vernietigen en de vorderingen alsnog af te laten wijzen. Het Gerechtshof Den Haag stelt het juridisch kader helder: Dexia handelt onrechtmatig jegens de afnemer indien (a) een cliëntenremisier zonder vergunning als financieel adviseur is opgetreden en (b) Dexia hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn. Daadwerkelijke subjectieve bekendheid van Dexia met de specifieke advisering aan de individuele afnemer is uitdrukkelijk niet vereist. Nu vaststaat dat Spaar Select zonder vergunning adviseerde, resteert de vraag of aan het wetenschapsvereiste is voldaan. Het hof overweegt verder dat wanneer onrechtmatig handelen via een onbevoegde adviseur is vastgesteld, een beroep van Dexia op eigen schuld van de afnemer in beginsel geen succes heeft. De billijkheid eist in dat geval dat de volledige vergoedingsplicht van Dexia in stand blijft. Ook de inhoud van het advies of een eventueel eigen inzicht van de afnemer in het product is dan niet meer relevant. Het hof verwerpt de grieven van Dexia en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, inclusief de proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de bestendige rechtslijn in Dexia-effectenleasezaken en biedt bescherming aan erfopvolgers die de vordering van de oorspronkelijke afnemer voortzetten.