JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2273Middel35/100

Dexia aansprakelijk wegens onvergunde advisering effectenlease

ECLI:NL:GHDHA:2026:2273, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.358.246/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 9 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.358.246/01

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dexia / advisering / wetenschap / tussenpersoon

Kern van de zaak

Dexia heeft een effectenleaseovereenkomst gesloten met een particuliere afnemer waarbij cliëntenremisier SpaarAdvies als financieel adviseur optrad zonder de vereiste vergunning. De afnemer stelt dat Dexia hierdoor onrechtmatig heeft gehandeld en vordert schadevergoeding. Dexia ging in hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter dat haar veroordeelde tot terugbetaling van ruim €14.765.

Beslissing van de rechter

Het hof beoordeelt of Dexia onrechtmatig heeft gehandeld doordat SpaarAdvies als onvergunde cliëntenremisier adviseerde bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst. Op basis van het juridisch kader geldt dat indien aan de vereisten van advisering én wetenschap bij Dexia is voldaan, de volledige schadevergoedingsplicht van Dexia in stand blijft en een beroep op eigen schuld van de afnemer faalt. De uitspraak bevestigt het eerdere vonnis van de kantonrechter, waarbij Dexia in het ongelijk wordt gesteld.

35van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past binnen een reeds gevestigde rechtslijn over Dexia-effectenleasezaken en stelt geen nieuwe rechtsregels; de impact is primair relevant voor nog lopende individuele Dexia-zaken met SpaarAdvies als cliëntenremisier.

Belangrijkste punten

  • 1Dexia handelt onrechtmatig indien een cliëntenremisier zonder vergunning als financieel adviseur optrad bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst én Dexia dit wist of behoorde te weten.
  • 2Daadwerkelijke subjectieve bekendheid van Dexia met de concrete advisering aan de individuele afnemer is niet vereist; objectieve wetenschap ('behoorde te weten') volstaat.
  • 3Bij vastgestelde onrechtmatigheid blijft de volledige vergoedingsplicht van Dexia in stand; een beroep op eigen schuld van de afnemer slaagt in beginsel niet op grond van de billijkheidscorrectie.
  • 4De inhoud van het advies of een eventueel eigen inzicht van de afnemer in het effectenleaseproduct is bij gebleken onrechtmatigheid niet meer relevant.
  • 5SpaarAdvies beschikte aantoonbaar niet over de vereiste vergunning om te adviseren, hetgeen als vaststaand feit wordt beschouwd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn in de rechtspraak over aansprakelijkheid van Dexia bij onvergunde cliëntenremisiers en benadrukt dat objectieve wetenschap volstaat voor onrechtmatigheid, zonder dat de individuele advisering bewezen hoeft te worden. Dit versterkt de positie van afnemers in vergelijkbare effectenleasezaken.

Praktische impact

Dexia dient het door de kantonrechter vastgestelde bedrag van ruim €14.765 aan de afnemer te vergoeden, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Afnemers in vergelijkbare SpaarAdvies-gerelateerde effectenleasezaken kunnen zich op deze lijn beroepen.

Onderwerp-impact

In de financiële dienstverlening bevestigt dit arrest dat aanbieders van effectenleaseproducten die samenwerken met onvergunde tussenpersonen het volledige aansprakelijkheidsrisico dragen, ongeacht eigen schuld van de consument.

Samenvatting

In deze hoger beroepszaak bij het Gerechtshof Den Haag staat de aansprakelijkheid van Dexia als aanbieder van effectenleaseovereenkomsten centraal. De afnemer had via cliëntenremisier SpaarAdvies een effectenleaseovereenkomst met Dexia gesloten. SpaarAdvies trad daarbij op als financieel adviseur, terwijl zij niet over de daarvoor wettelijk vereiste vergunning beschikte. De kantonrechter oordeelde eerder dat Dexia onrechtmatig had gehandeld en veroordeelde haar tot betaling van ruim €14.765 aan de afnemer, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Dexia ging in hoger beroep en vorderde vernietiging van dat vonnis, alsmede een verklaring voor recht dat zij al haar verplichtingen had nagekomen. De afnemer stelde een tegenvordering in en verzocht bekrachtiging van het eerdere vonnis. Het hof hanteert het juridisch kader dat Dexia onrechtmatig handelt indien: (a) een cliëntenremisier zonder vergunning als financieel adviseur is opgetreden, én (b) Dexia hiervan wist of behoorde te weten. Opvallend is dat daadwerkelijke, subjectieve bekendheid van Dexia met de specifieke advisering niet is vereist; objectieve wetenschap volstaat. Nu vaststaat dat SpaarAdvies betrokken was als onvergunde cliëntenremisier-adviseur, spitst de beoordeling zich toe op de vraag of aan beide vereisten is voldaan. Het hof bevestigt dat indien onrechtmatigheid wordt aangenomen, de billijkheid in beginsel eist dat de volledige vergoedingsplicht van Dexia in stand blijft. Een beroep op eigen schuld van de afnemer is dan kansloos, en de inhoud van het advies of het eigen inzicht van de afnemer doet niet meer ter zake. Dit arrest past binnen de vaste jurisprudentielijn rondom Dexia-effectenleasezaken en biedt weinig nieuwe rechtsontwikkeling, maar is van praktisch belang voor vergelijkbare individuele zaken waarbij SpaarAdvies als tussenpersoon fungeerde.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 28 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4307Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4307, Raad van State, 22-07-2026, 202504663/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4273Laag
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4273, Raad van State, 22-07-2026, 202504264/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4264Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4264, Raad van State, 22-07-2026, 202506029/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
35/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2275Middel
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2275, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.356.520/01

Gerechtshof Den Haag21 jul 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
35/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied