Huurovereenkomst ontbonden wegens herhaalde huurachterstand onderverhuurder
ECLI:NL:GHAMS:2026:2850, Gerechtshof Amsterdam, 06-10-2026, 200.361.873/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Huur woonruimte. Huurachterstand. Ontbinding en ontruiming. Structureel betalingsgedrag. Huurachterstand die is opgelopen tot zeven maanden rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
Kern van de zaak
Een verhuurder (appellant) vordert in hoger beroep ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, omdat huurder (geïntimeerde) structureel huurachterstanden laat ontstaan. Geïntimeerde huurt meerdere woningen en verhuurt deze bedrijfsmatig door aan bedrijven die er werknemers huisvesten. De kantonrechter wees de vordering tot ontbinding aanvankelijk af.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam wijst de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming toe en veroordeelt geïntimeerde in de proceskosten in hoger beroep (€ 1.797,45). De doorslaggevende reden is dat geïntimeerde na het bestreden vonnis opnieuw een aanzienlijke huurachterstand heeft laten ontstaan en zijn betalingstoezeggingen niet is nagekomen, waardoor de tekortkoming voldoende gewicht heeft om ontbinding te rechtvaardigen.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande rechtspraak over huurontbinding en consumentenbescherming en heeft geen fundamentele nieuwe rechtsregels gesteld. De impact is voornamelijk relevant voor de direct betrokken partijen en vergelijkbare bedrijfsmatige onderverhuurconstructies.
Belangrijkste punten
- 1Geïntimeerde huurt woningen bedrijfsmatig om deze door te verhuren aan bedrijven; hij is geen consument, zodat ambtshalve toetsing aan Richtlijn 93/13/EEG niet aan de orde is.
- 2Op grond van art. 6:265 lid 1 BW rechtvaardigt een tekortkoming van voldoende gewicht ontbinding van de huurovereenkomst, te beoordelen aan de hand van alle omstandigheden.
- 3Geïntimeerde is zijn toezegging tot tijdige betaling niet nagekomen en heeft ook na het vonnis in eerste aanleg opnieuw een grote huurachterstand laten ontstaan.
- 4Het hof vernietigt het oordeel van de kantonrechter dat ontbinding niet gerechtvaardigd was en wijst de vorderingen van appellant alsnog toe.
- 5De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat herhaald wanbetalingsgedrag, ook na een rechterlijke uitspraak in eerste aanleg, ontbinding van een huurovereenkomst kan rechtvaardigen op grond van art. 6:265 BW. Tevens verduidelijkt het hof dat bedrijfsmatige onderverhuurders niet als consument worden aangemerkt, waardoor consumentenbescherming op grond van Richtlijn 93/13/EEG niet van toepassing is.
Praktische impact
Voor de verhuurder betekent dit dat hij zijn woning kan terugvorderen en de onderverhuurder moet ontruimen. Voor bedrijfsmatige onderverhuurders onderstreept de uitspraak dat aanhoudende huurachterstanden, ook na juridische procedures, tot verlies van het gehuurde kunnen leiden.
Onderwerp-impact
In de vastgoedsector benadrukt deze uitspraak de risico's van bedrijfsmatige tussenhuur-constructies: bij structurele wanbetaling biedt de huurder geen bescherming als consument en staat ontbinding met ontruiming open.
Samenvatting
In deze hoger beroepszaak voor het Gerechtshof Amsterdam staat de vraag centraal of de huurovereenkomst tussen een particuliere verhuurder en een bedrijfsmatige onderverhuurder ontbonden dient te worden wegens structurele wanbetaling. Geïntimeerde huurt meerdere woningen van appellant en verhuurt deze door aan bedrijven, die er werknemers in huisvesten. De kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat ontbinding niet gerechtvaardigd was, maar appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat geïntimeerde zijn betalingstoezeggingen niet was nagekomen en opnieuw een aanzienlijke huurachterstand had laten ontstaan, ook na het vonnis in eerste aanleg. Een preliminaire kwestie betrof de vraag of de huurovereenkomst ambtshalve getoetst moest worden aan Richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend: geïntimeerde sloot de huurovereenkomst niet als consument, maar met het oog op bedrijfsmatige onderverhuur, zodat de consumentenbeschermingsregels toepassing missen. Ten aanzien van de ontbinding overweegt het hof dat op grond van artikel 6:265 lid 1 BW iedere tekortkoming van de huurder in beginsel de bevoegdheid geeft de huurovereenkomst te ontbinden, mits de tekortkoming voldoende gewicht heeft. Alle omstandigheden van het geval dienen daarbij te worden meegewogen. Het hof stelt vast dat geïntimeerde zijn toezegging tot tijdige betaling niet is nagekomen, na het vonnis in eerste aanleg opnieuw een grote huurachterstand heeft laten ontstaan en evenmin aan de betalingsverplichtingen uit dat vonnis heeft voldaan. Dit structurele wanbetalingsgedrag rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming. Het hof wijst de vorderingen van appellant toe en veroordeelt geïntimeerde in de proceskosten in hoger beroep van € 1.797,45, uitvoerbaar bij voorraad.