JurispRadar
ECLI:NL:RBOVE:2026:6103Laag12/100

Huurder niet-ontvankelijk in verzet wegens te late dagvaarding

ECLI:NL:RBOVE:2026:6103, Rechtbank Overijssel, 01-10-2026, 12315710 \ CV EXPL 26-2336

InstantieUitspraak: 1 oktober 2026Publicatie: 12 oktober 2026
Zaaknummer:12315710 \ CV EXPL 26-2336
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht
Arbeidsrelaties
Vastgoed
Niet Ontvankelijk
Bedrijfsruimte
Huurachterstand
Verzet
Verstekvonnis

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verzet tegen verstekvonnis in kort geding. Niet ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Geen strijd met artikel 6 EVRM.

Kern van de zaak

Eigenaar van een bedrijfsruimte dagvaardde huurder (gedaagde, vertegenwoordigd door bestuurder) wegens huurachterstand vanaf mei 2022 en volledige wanbetaling vanaf maart 2024. Na een verstekvonnis van 5 maart 2025 stelde gedaagde verzet in, maar de kantonrechter oordeelt dat dit verzet niet ontvankelijk is.

Beslissing van de rechter

De kantonrechter verklaart gedaagde niet-ontvankelijk in haar verzet tegen het verstekvonnis van 5 maart 2025, omdat de vereisten voor tijdig en correct ingesteld verzet niet zijn vervuld. Aan een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen (huurachterstand, ontruiming, gebruiksvergoeding) wordt dan ook niet toegekomen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige procesrechtelijke beslissing op kantonrechtersniveau waarbij slechts de niet-ontvankelijkheid van verzet wordt vastgesteld; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraak heeft geen precedentwerking buiten de directe partijen.

Belangrijkste punten

  • 1Huurovereenkomst voor bedrijfsruimte (opslag) was mondeling gesloten voor onbepaalde tijd à € 907,50 per maand inclusief btw.
  • 2Huurachterstand liep op vanaf mei 2022; vanaf maart 2024 bleef betaling volledig uit.
  • 3In kort geding werd bij verstekvonnis van 5 maart 2025 betaling, ontruiming (op straffe van dwangsom € 5.000/dag) en gebruiksvergoeding toegewezen.
  • 4Gedaagde is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet, omdat niet is voldaan aan de formele vereisten voor het instellen van verzet.
  • 5Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure (totaal € 1.009,00) inclusief wettelijke rente.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat strikte naleving van de formele termijnen en vereisten voor het instellen van verzet (artikel 143 e.v. Rv) essentieel is; bij niet-tijdige of gebrekkige verzetdagvaarding volgt niet-ontvankelijkheid zonder inhoudelijke toetsing. Dit is een reguliere toepassing van het procesrecht zonder nieuwe rechtsontwikkeling.

Praktische impact

Voor gedaagde betekent dit dat het verstekvonnis van 5 maart 2025 onherroepelijk van kracht blijft, inclusief de ontruimingsverplichting met dwangsom en de verplichting tot betaling van huurachterstand en gebruiksvergoeding. Eiser kan nu op basis van het verstekvonnis tot tenuitvoerlegging overgaan.

Onderwerp-impact

In de huurmarkt voor bedrijfsruimten onderstreept deze uitspraak het belang voor huurders om bij verstekprocedures tijdig en correct in verzet te komen, bij gebreke waarvan zij definitief gebonden zijn aan het verstekvonnis inclusief ontruimingsbevel.

Samenvatting

Deze zaak betreft een geschil over de huur van een bedrijfsruimte aan de [adres] in [plaats], die werd gebruikt voor de opslag van roerende zaken. Eiser, eigenaar van de bedrijfsruimte, sloot mondeling een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met de bestuurder van gedaagde, tegen een huurprijs van € 907,50 per maand inclusief btw. Vanaf mei 2022 werden de huurtermijnen onregelmatig of slechts gedeeltelijk betaald; vanaf maart 2024 bleef betaling volledig uit. Na vruchteloze aanmaningen startte eiser een kort gedingprocedure en vorderde betaling van de huurachterstand, ontruiming van de bedrijfsruimte op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag, betaling van een gebruiksvergoeding van € 907,50 per maand tot de dag van ontruiming en veroordeling in de proceskosten. Bij verstekvonnis van 5 maart 2025 werden deze vorderingen toegewezen bij verstek, omdat gedaagde niet verscheen. Gedaagde stelde vervolgens verzet in tegen dit verstekvonnis. De centrale juridische vraag was of gedaagde tijdig en op de juiste wijze verzet heeft ingesteld overeenkomstig de formele vereisten van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is. Gedaagde voldoet niet aan de formele vereisten voor het instellen van verzet, waardoor zij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Aan een inhoudelijke beoordeling van de onderliggende vorderingen wordt dan ook niet toegekomen. Het verstekvonnis van 5 maart 2025 blijft daarmee onaangetast en volledig van kracht. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure ten bedrage van € 1.009,00 (inclusief salaris gemachtigde en nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Voor eiser betekent dit dat hij op basis van het onherroepelijke verstekvonnis tot tenuitvoerlegging kan overgaan.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 13 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Huurrecht

Gerechtshof Amsterdam·6 okt 2026
Huurrecht
Civiel recht
Vastgoed
Retail
ECLI:NL:GHAMS:2026:2849

Huurder restaurantruimte verliest na verkoop onderneming

28/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·29 sep 2026
Contractenrecht
Huurrecht
Vastgoed
Consumentenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2026:2796

Wettelijke rente afgewezen na vernietiging oneerlijk rentebeding huurcontract

38/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·29 sep 2026
Huurrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHAMS:2026:2769

Huurprijsvermindering bij gebreken woning deels toegewezen in hoger beroep

28/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·29 sep 2026
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHAMS:2026:2768

Huurder niet aansprakelijk: handtekening huurcontract vervalst

32/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied