Hof wijst incidentele vordering zekerheidstelling Parus af
ECLI:NL:GHAMS:2026:2847, Gerechtshof Amsterdam, 06-10-2026, 200.372.174/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Incident tot zekerheidstelling ex artikel 235 Rv; belangenafweging; vordering wordt afgewezen
Kern van de zaak
Parus en Smartkas sloten een overeenkomst voor de levering van twee indoor aardbeienteeltfarms (Nederland en VK). De rechtbank ontbond de overeenkomst, veroordeelde Parus tot terugbetaling en schadevergoeding, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Parus vordert in hoger beroep in een incident zekerheidstelling als voorwaarde voor tenuitvoerlegging, stellende dat er een aanzienlijk restitutierisico bestaat.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de incidentele vordering van Parus tot zekerheidstelling af. Het uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling hangende hoger beroep uitvoerbaar is en zonder zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd; afwijking hiervan vereist bijzondere omstandigheden waarbij het belang van de veroordeelde zwaarder weegt, en die zijn onvoldoende aangetoond (de uitspraak lijkt in die richting te gaan, hoewel de tekst is afgebroken).
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie (HR 2019) en betreft een incidentele procesbeslissing zonder nieuwe rechtsregels; de maatschappelijke reikwijdte is beperkt tot de specifieke partijen in een commercieel geschil over indoor farming.
Belangrijkste punten
- 1Overeenkomst tot levering van twee indoor aardbeienteeltfarms ontbonden door rechtbank; Parus veroordeeld tot terugbetaling en schadevergoeding nader op te maken bij staat.
- 2Parus vordert in hoger beroep in een incident dat Smartkas zekerheid stelt alvorens het vonnis ten uitvoer te leggen, op grond van gesteld restitutierisico.
- 3Hof stelt voorop (conform HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026) dat uitvoerbaarheid bij voorraad het uitgangspunt is en zekerheidstelling een uitzondering vereist.
- 4Niet relevant is of het oordeel van de rechtbank over het restitutierisico een kennelijke misslag is; beoordeeld wordt of het belang van Parus zwaarder weegt dan dat van Smartkas.
- 5De uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing en volledige motivering niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld.
Impactanalyse
Juridische impact
Het hof bevestigt de lijn van HR 20 december 2019 dat uitvoerbaarheid bij voorraad het uitgangspunt is en dat een incidentele vordering tot zekerheidstelling alleen slaagt bij bijzondere, zwaarwegende belangen van de veroordeelde partij. Dit benadrukt de hoge drempel voor schorsing of zekerheidstelling in hoger beroep.
Praktische impact
Voor Parus betekent dit dat Smartkas het eindvonnis onmiddellijk ten uitvoer kan leggen, inclusief terugbetaling van reeds voldane bedragen en de schadestaatprocedure, zonder dat Parus zekerheidstelling kan afdwingen. Parus draagt daarmee het risico van mogelijke executie hangende het hoger beroep.
Onderwerp-impact
In de agri-tech en indoor farming sector onderstreept deze zaak het belang van solide contractuele waarborgen bij technologische leveringen; tekortkoming in levering van gespecialiseerde teeltinstallaties kan leiden tot ontbinding en aanzienlijke terugbetalingsverplichtingen.
Samenvatting
In deze zaak tussen Parus en Smartkas staat een overeenkomst centraal voor de levering van twee indoor farms voor de teelt van aardbeien, één in Nederland en één in het Verenigd Koninkrijk. De rechtbank had in eerste aanleg de overeenkomst ontbonden, Parus veroordeeld tot terugbetaling van alle door Smartkas betaalde bedragen en tot schadevergoeding nader op te maken bij staat, terwijl de vorderingen van Parus zelf werden afgewezen. Het eindvonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. In hoger beroep vordert Parus in een incident dat Smartkas zekerheid stelt alvorens tot tenuitvoerlegging over te gaan. Parus beroept zich op een aanzienlijk restitutierisico en stelt dat executie tot een drastische wijziging van de bestaande situatie leidt, zodat haar belang bij zekerheidstelling het belang van Smartkas bij onmiddellijke executie overtreft. Het Gerechtshof Amsterdam toetst deze vordering aan het kader van HR 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026). Het hof stelt voorop dat uitvoerbaarheid bij voorraad het uitgangspunt is: een veroordeeld partij kan hangende hoger beroep in beginsel direct worden aangesproken tot nakoming. Afwijking van dit uitgangspunt is slechts gerechtvaardigd indien de veroordeelde partij bijzondere omstandigheden aanvoert waaruit blijkt dat haar belang bij behoud van de bestaande toestand, of bij zekerheidstelling, zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij onmiddellijke tenuitvoerlegging. Daarbij is niet relevant of de rechtbank een kennelijke misslag heeft gemaakt bij haar oordeel over het restitutierisico. Gelet op de onvolledige tekst van de uitspraak kan de definitieve beslissing niet met absolute zekerheid worden vastgesteld, maar de overwegingen wijzen erop dat het hof de incidentele vordering van Parus afwijst. De uitspraak bevestigt de hoge drempel voor het afdwingen van zekerheidstelling in hoger beroep en heeft beperkte precedentwerking nu zij aansluit bij bestaande Hoge Raad-jurisprudentie.