Hoge Raad verduidelijkt informatieplichten schadeverzekeraars bij afstandsverkoop
ECLI:NL:HR:2026:1636, Hoge Raad, 09-10-2026, 24/04065
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Prejudiciële vragen op voet van art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo omgezette informatieplichten van Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten (inmiddels Richtlijn consumentenrechten) en Richtlijn verzekeringsdistributie zijn nageleefd en schending daarvan sanctioneren? Vgl. ECLI:NL:HR:2021:1677 (Arvato I). Is art. 78 lid 2 onder a (oud) BGfo in lijn met Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten? Verstrekken van informatie op duurzame drager.
Kern van de zaak
Achmea Schadeverzekeringen vorderde iets van een verzekeringnemer bij de kantonrechter Amsterdam. De kantonrechter stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over informatieplichten van schadeverzekeraars bij op afstand gesloten verzekeringsovereenkomsten met consumenten, ambtshalve toetsing daarvan, en het begrip 'duurzame drager'.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen over informatieplichten van schadeverzekeraars bij afstandsverkoop aan consumenten, ambtshalve toetsing en het begrip duurzame drager. De beantwoording is beperkt tot schadeverzekeringen en baseert zich op de (inmiddels ingetrokken) Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten en de Richtlijn verzekeringsdistributie zoals die golden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst.
Impactscore
RichtinggevendDe Hoge Raad geeft als hoogste rechter via de prejudiciële procedure bindende antwoorden op fundamentele vragen over informatieplichten, ambtshalve toetsing en het begrip duurzame drager bij schadeverzekeringen op afstand, wat rechtstreeks de praktijk van de gehele schadeverzekeringssector raakt.
Belangrijkste punten
- 1Prejudiciële vragen gesteld door kantonrechter Amsterdam ex art. 392 Rv over informatieplichten schadeverzekeraars bij op afstand gesloten verzekeringen
- 2Hoge Raad beperkt beantwoording uitdrukkelijk tot schadeverzekeringen
- 3Relevante informatieplichten worden beoordeeld naar het recht dat gold bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst, niet het huidige recht
- 4Zowel de Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten als de Richtlijn verzekeringsdistributie zijn relevant kader
- 5Ambtshalve toetsing door de rechter of aan informatieplichten is voldaan, is een van de kernvragen die de Hoge Raad beantwoordt
Impactanalyse
Juridische impact
De Hoge Raad stelt richtinggevende regels over de reikwijdte en handhaving van informatieplichten bij afstandsverkoop van schadeverzekeringen, inclusief de vraag of rechters die ambtshalve moeten toetsen. Dit biedt duidelijkheid over de uitleg van Europese richtlijnen in de Nederlandse verzekeringsrechtelijke context.
Praktische impact
Schadeverzekeraars die producten op afstand aanbieden aan consumenten moeten zorgvuldig voldoen aan precontractuele informatieplichten; rechters kunnen hier mogelijk ambtshalve op toetsen, wat consequenties heeft voor vorderingen bij niet-naleving.
Onderwerp-impact
Voor de verzekeringssector schept deze uitspraak helderheid over welke informatie bij het sluiten van een schadeverzekering op afstand verplicht verstrekt moet worden en wat de gevolgen zijn bij schending, mede in het licht van consumentenbescherming.
Samenvatting
In deze prejudiciële procedure beantwoordt de Hoge Raad vragen van de kantonrechter Amsterdam over de informatieplichten die gelden voor schadeverzekeraars bij het op afstand sluiten van verzekeringsovereenkomsten met consumenten. Aanleiding is een geschil tussen Achmea Schadeverzekeringen en een verzekeringnemer, waarbij de kantonrechter zich geconfronteerd zag met vragen die de rechtspraktijk breed raken en die zich lenen voor beantwoording in het belang van de rechtseenheid. De Hoge Raad beperkt zijn beantwoording uitdrukkelijk tot schadeverzekeringen. De centrale vragen betreffen: welke informatieplichten golden bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst, of de rechter die plichten ambtshalve moet toetsen, en wat onder 'duurzame drager' moet worden verstaan. Bij de beoordeling wordt aangesloten bij het recht dat van toepassing was ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, met name de inmiddels ingetrokken Richtlijn verkoop op afstand van financiële diensten en de nog geldende Richtlijn verzekeringsdistributie. Hoewel art. 6:230x BW en de nadere regels van het BGfo inmiddels zijn aangepast, zijn die wijzigingen voor deze zaak niet maatgevend. De uitspraak is van groot belang voor de verzekeringssector, omdat zij duidelijkheid schept over de precontractuele informatieverplichtingen bij afstandsverkoop, de rol van de rechter bij ambtshalve toetsing van die verplichtingen, en de juridische kwalificatie van het begrip 'duurzame drager' in de context van digitale communicatie. Omdat de Hoge Raad als hoogste rechter via de prejudiciële procedure bindende antwoorden geeft, hebben deze regels directe werking voor alle vergelijkbare geschillen in de schadeverzekeringspraktijk.