Hof Amsterdam wijst kortgedingvordering af wegens ontbrekend spoedeisend belang
ECLI:NL:GHAMS:2026:2907, Gerechtshof Amsterdam, 13-10-2026, 200.371.810/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hof stelt ambtshalve vast dat het rechtsmacht heeft ten aanzien van een internationaal geschil tussen partijen in verschillende EU en non-EU landen. Omdat het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening met betrekking tot nakoming van een non-concurrentiebeding ontbreekt, wijst het hof wijst die voorziening net als de voorzieningenrechter af.
Kern van de zaak
SusBDe Royalties Ltd. vordert in kort geding nakoming van verplichtingen voortvloeiend uit een Share Purchase Agreement (SPA), Ancillary SPA en Non-Compete Agreement (NCA) jegens SusBDe India, SLNPL en KNP Industries. De zaak heeft een internationaal karakter en betreft onder meer levering van een aandelenbelang en verstrekking van kwartaalcijfers. In eerste aanleg werden de vorderingen gedeeltelijk toegewezen.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat SusBDe Royalties geen spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorlopige voorzieningen, waarmee de toewijzing in eerste aanleg wordt heroverwogen. De doorslaggevende reden is dat bij de beoordeling naar de toestand ten tijde van het arrest het spoedeisend belang ontbreekt, zodat toewijzing in kort geding niet gerechtvaardigd is.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen de gevestigde kortgedingleer omtrent spoedeisend belang en introduceert geen nieuwe rechtsregels; de impact is beperkt tot de betrokken partijen in deze specifieke contractuele geschillensfeer.
Belangrijkste punten
- 1Het hof stelt ambtshalve internationale bevoegdheid vast: ten aanzien van SusBDe India op grond van artikel 4 Brussel I bis-Verordening, ten aanzien van SLNPL en KNP Industries op grond van artikel 7 Rv wegens connexiteit.
- 2Nederlands recht is van toepassing op grond van een rechtskeuze in artikel 16 van de SPA.
- 3In kort geding moet spoedeisend belang worden beoordeeld naar de toestand ten tijde van het arrest, waarbij een belangenafweging plaatsvindt.
- 4Gelet op het ontbreken van spoedeisend belang laat het hof uitgebreid feitenonderzoek en nadere bewijsvoering achterwege.
- 5De eerste aanleg wees vorderingen gedeeltelijk toe, waaronder levering van 5% aandelenbelang en verstrekking van kwartaalcijfers; het hof herbeoordeelt dit in hoger beroep.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat in kortgedingprocedures het spoedeisend belang beoordeeld wordt naar het tijdstip van de uitspraak in hoger beroep, en dat ontbreken daarvan leidt tot afwijzing ongeacht de eerder in eerste aanleg toegewezen voorzieningen. Voorts illustreert de zaak de toepassing van connexiteitsrechtsmacht ex artikel 7 Rv bij internationale partijen met een gezamenlijke juridische grondslag.
Praktische impact
Voor SusBDe Royalties betekent de beslissing dat zij de gevorderde aandelenoverdracht en informatieverstrekking in kort geding niet kan afdwingen en zal moeten uitwijken naar een bodemprocedure. Voor de Indiase tegenpartijen biedt de uitspraak tijdelijk uitstel van nakoming van de SPA-verplichtingen.
Onderwerp-impact
In grensoverschrijdende M&A-transacties met Indiase partijen onderstreept deze uitspraak het belang van tijdige actie bij het afdwingen van post-closing verplichtingen zoals non-concurrentiebedingen en informatierechten, nu vertraging het spoedeisend belang in kort geding kan doen vervallen.
Samenvatting
In deze kortgedingprocedure in hoger beroep staat centraal of SusBDe Royalties Ltd. nakoming kan vorderen van verplichtingen uit een Share Purchase Agreement (SPA), Ancillary SPA (ASPA) en Non-Compete Agreement (NCA) jegens drie vennootschappen: SusBDe India B.V., Susbde Loc Nagpur Private Ltd. (SLNPL) en KNP Industries (Keva Susbde Biotech Private Ltd.). De vorderingen betreffen onder meer de levering van een aandelenbelang van 5% in SLNPL en de verstrekking van kwartaalcijfers. De voorzieningenrechter had deze vorderingen in eerste aanleg gedeeltelijk toegewezen. Het Gerechtshof Amsterdam onderzoekt allereerst ambtshalve zijn internationale bevoegdheid. Ten aanzien van SusBDe India wordt bevoegdheid gevestigd op grond van artikel 4 Brussel I bis-Verordening. Voor SLNPL en KNP Industries aanvaardt het hof rechtsmacht op grond van artikel 7 Rv, nu partijen zelf geen onderscheid maken tussen de afzonderlijke vennootschappen en de juridische grondslag van de vorderingen dezelfde is. Het toepasselijk recht is Nederlands recht, op grond van een rechtskeuze in artikel 16 van de SPA. De juridische kernvraag is of SusBDe Royalties nog een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorlopige voorzieningen. Het hof beoordeelt dit aan de hand van een belangenafweging naar de toestand ten tijde van zijn arrest, en onderzoekt daarbij tevens of de vordering in een bodemprocedure voldoende kans van slagen heeft. Het hof concludeert dat het spoedeisend belang ontbreekt. Dit oordeel heeft tot gevolg dat de gevraagde voorzieningen worden afgewezen, zonder dat het hof toekomt aan uitgebreid feitenonderzoek of nadere bewijsvoering — wat eigen is aan de aard van het kort geding. SusBDe Royalties zal haar rechten in een bodemprocedure moeten laten beoordelen.