JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2780Laag18/100

Dexia hoeft effectenleaseschade niet volledig te vergoeden

ECLI:NL:GHAMS:2026:2780, Gerechtshof Amsterdam, 29-09-2026, 200.201.220/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 29 september 2026Publicatie: 29 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.201.220/01
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
Financiele Dienstverlening
Dexia
Effectenlease
Nadere Regeling Toezicht
Onvergunde Tussenpersoon
Billijkheidscorrectie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Effectenlease. Vordering vanwege advisering door tussenpersoon en wetenschap advisering bij Dexia.

Kern van de zaak

Een afnemer van een effectenleaseovereenkomst van Dexia ging in hoger beroep tegen een vonnis waarbij de kantonrechter had geoordeeld dat Dexia aan al haar verplichtingen had voldaan. De afnemer stelde dat Dexia vanwege betrokkenheid van een onvergunde tussenpersoon de volledige schade diende te vergoeden. Dexia vorderde een verklaring voor recht dat zij niets meer verschuldigd was.

Beslissing van de rechter

Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter: voor recht is verklaard dat Dexia aan al haar verplichtingen uit de effectenleaseovereenkomst heeft voldaan en niets meer aan afnemer verschuldigd is. Doorslaggevend is dat de grieven van afnemer worden verworpen, waarbij het hof steunt op vaste Hoge Raad-rechtspraak over de billijkheidscorrectie bij onvergunde tussenpersonen.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past enkel bestaande, vaste Hoge Raad-jurisprudentie toe op een individuele effectenleasezaak en stelt geen nieuwe rechtsvragen; de precedentwaarde is daardoor beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1Dexia beriep zich op een verklaring voor recht dat zij volledig aan haar verplichtingen heeft voldaan; de kantonrechter wees dit toe.
  • 2Afnemer voerde in hoger beroep aan dat betrokkenheid van een onvergunde tussenpersoon (strijd met art. 41 NR 1999) Dexia verplicht de volledige schade te vergoeden.
  • 3Naar vaste Hoge Raad-rechtspraak (o.a. HR 2 september 2016 en HR 12 oktober 2018) eist de billijkheid in beginsel dat Dexia's vergoedingsplicht geheel in stand blijft bij inschakeling van een onvergunde adviseur.
  • 4Het hof past ook de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:862) toe over wanneer sprake is van niet-toegestane advisering door een tussenpersoon.
  • 5De feiten zoals vastgesteld door de kantonrechter zijn in hoger beroep niet bestreden en vormen ook in appel het uitgangspunt.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van de vaste Hoge Raad-lijn inzake effectenlease en onvergunde tussenpersonen, zonder nieuwe rechtsvragen te stellen. De billijkheidscorrectie ex artikel 6:101 BW blijft het centrale toetsingskader.

Praktische impact

Afnemer ontvangt geen aanvullende schadevergoeding van Dexia en wordt veroordeeld in de proceskosten; voor vergelijkbare effectenleasevorderingen blijft de uitkomst sterk afhankelijk van de feitelijke rol van de tussenpersoon.

Onderwerp-impact

In het effectenlease-dossier bevestigt deze uitspraak dat individuele afnemers die in hoger beroep gaan tegen een voor Dexia gunstig vonnis, een stevige feitelijke en juridische onderbouwing nodig hebben om de billijkheidscorrectie succesvol in te roepen.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam stond een effectenleaseovereenkomst centraal die afnemer destijds had gesloten met Dexia. De kantonrechter had eerder voor recht verklaard dat Dexia aan al haar verplichtingen uit die overeenkomst had voldaan en op grond daarvan niets meer aan afnemer verschuldigd was; afnemer werd tevens in de proceskosten veroordeeld. Afnemer ging in hoger beroep en vorderde vernietiging van dit vonnis en integrale afwijzing van de vorderingen van Dexia. Hij deed daarbij een beroep op de vaste rechtspraak van de Hoge Raad: wanneer Dexia in strijd met artikel 41 van de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 een effectenleaseovereenkomst sloot terwijl zij wist of moest weten dat de afnemer was geadviseerd door een tussenpersoon zonder de vereiste vergunning, eist de billijkheid in beginsel dat Dexia's volledige vergoedingsplicht in stand blijft – zowel voor een eventuele restschuld als voor reeds betaalde rente, aflossing en kosten. Het hof verwijst hierbij naar de relevante arresten van de Hoge Raad van 2 september 2016, 12 oktober 2018 en de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022 over de uitleg van 'niet-toegestane advisering'. Het hof stelt vast dat de door de kantonrechter vastgestelde feiten in hoger beroep niet zijn bestreden en als uitgangspunt blijven gelden. Na beoordeling van de grieven van afnemer concludeert het hof dat deze niet slagen. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd: Dexia heeft aan al haar verplichtingen voldaan en is niets meer verschuldigd aan afnemer. De uitspraak voegt geen nieuwe rechtsnormen toe aan het effectenlease-dossier, maar illustreert dat afnemers in individuele procedures een concrete feitelijke onderbouwing moeten leveren om de billijkheidscorrectie met succes in te roepen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

Hoge Raad·2 okt 2026
Arbeidsrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Arbeidsrelaties
Schadevergoeding
ECLI:NL:HR:2026:1586

Hoge Raad: Staat niet verplicht Afghaanse bewakers te evacueren

72/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5770

Hoger beroep kinderopvangtoeslag-gedupeerde niet-ontvankelijk verklaard

28/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5791

Bestuursrechter onbevoegd bij FSV-schadeverzoek wegens feitelijk handelen

55/100Bekijk
Gerechtshof Den Haag·29 sep 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2888

Dexia aansprakelijk wegens onrechtmatige effectenleaseovereenkomst via onvergunde adviseur

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied