Koopovereenkomsten landbouwgrond vernietigd wegens misleiding consument
ECLI:NL:GHAMS:2026:2484, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.355.299/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Grondspeculatie. Koper vordert ongedaanmaking van de koopovereenkomsten. Oneerlijke handelspraktijk, toewijzing vordering.
Kern van de zaak
Een consument kocht percelen landbouwgrond van IGN voor €148.000 als 'waardevaste investering met winstpotentie' bij mogelijke bestemmingswijziging. De consument stelt dat IGN onjuiste en onvolledige informatie verstrekte over zowel de waarde als de kans op bestemmingswijziging. Hij vordert ongedaanmaking van de koopovereenkomsten.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam behandelt het hoger beroep van IGN, dat betwist dat de koopovereenkomsten onder invloed van oneerlijke handelspraktijken zijn gesloten. Op basis van de beschikbare tekst lijkt het hof de vorderingen van de consument te ondersteunen, waarbij de doorslaggevende reden is dat IGN misleidende informatie verstrekte over het product (landbouwgrond) en de kans op bestemmingswijziging, waardoor de gemiddelde consument een besluit nam dat hij anders niet had genomen.
Impactscore
MiddelDe zaak heeft een duidelijke praktische betekenis voor de handel in speculatieve grondposities aan consumenten, maar betreft een hoger beroep bij een gerechtshof zonder fundamenteel nieuwe rechtsontwikkeling; de uitkomst is een toepassing van bestaand consumentenrecht.
Belangrijkste punten
- 1Consument kocht landbouwgrond voor €148.000 op basis van voorstelling als 'waardevaste investering met winstpotentie'
- 2IGN zou onjuiste/onvolledige informatie hebben verstrekt over waarde en kansen op bestemmingswijziging
- 3Toetsing vindt plaats aan de bepalingen over oneerlijke handelspraktijken (art. 6:193a e.v. BW)
- 4Misleidende handelspraktijk vereist: feitelijk onjuiste informatie én merkbare beïnvloeding van het besluitvormingsproces van de gemiddelde consument
- 5IGN voert negen grieven aan in hoger beroep, maar de kern van het geschil betreft het al dan niet bestaan van oneerlijke handelspraktijken
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepasselijkheid van consumentenbeschermingsregels (art. 6:193a e.v. BW) bij de verkoop van beleggingsobjecten zoals landbouwgrond, met name waar verkopers winstpotentieel en bestemmingswijzigingen als verkoopargument inzetten. Dit versterkt de rechtsgrond voor consumenten om koopovereenkomsten aan te tasten bij misleidende informatieverstrekking.
Praktische impact
Consumenten die landbouwgrond hebben gekocht op basis van misleidende beloften over bestemmingswijziging en waardegroei kunnen zich beroepen op vernietiging van de koopovereenkomst. Verkopers van dergelijke grondposities worden geconfronteerd met een verhoogd aansprakelijkheidsrisico indien zij onvolledige of onjuiste informatie verstrekken.
Onderwerp-impact
Voor de vastgoedmarkt, en specifiek de handel in agrarische grond met speculatief karakter, onderstreept deze zaak dat commerciële communicatie over bestemmingswijzigingen nauwkeurig en volledig moet zijn om aansprakelijkheid wegens misleiding te vermijden.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat centraal of een consument percelen landbouwgrond ter waarde van €148.000 heeft gekocht onder invloed van oneerlijke handelspraktijken door de verkoper IGN. IGN had de grond aangeboden als een waardevaste investering met winstpotentie, waarbij een mogelijke bestemmingswijziging als belangrijk verkoopargument werd ingezet. De consument stelt dat hij door onjuiste en onvolledige informatie de werkelijke waarde van de percelen én de reële kansen op een bestemmingswijziging niet adequaat heeft kunnen beoordelen. Hij vordert daarom ongedaanmaking van de koopovereenkomsten. In hoger beroep heeft IGN negen grieven ingediend, waarbij zij in de kern betwist dat de koopovereenkomsten onder invloed van oneerlijke handelspraktijken zijn gesloten. Het hof toetst de handelwijze van IGN aan de wettelijke bepalingen over oneerlijke handelspraktijken (art. 6:193a e.v. BW). Niet in geschil is dat de koper heeft gehandeld als consument in de zin van de wet. Een handelspraktijk is misleidend wanneer informatie feitelijk onjuist is of de gemiddelde consument kan misleiden ten aanzien van de aard of kenmerken van het product, en daardoor het besluitvormingsproces van de consument merkbaar beïnvloedt. Op basis van de beschikbare tekst beoordeelt het hof of de wijze waarop IGN de grond heeft aangeboden — met nadruk op bestemmingswijziging en waardevastheid — als misleidende handelspraktijk kwalificeert. De uitspraak heeft praktische betekenis voor de handel in agrarische grondposities met speculatief karakter, waarbij verkopers dergelijke beleggingen actief aan consumenten aanbieden. De zaak onderstreept dat commerciële communicatie over toekomstige bestemmingswijzigingen volledig en feitelijk juist dient te zijn, op straffe van vernietiging van de overeenkomst en ongedaanmaking van de betaalde koopsom.