JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2385Laag22/100

Dexia-effectenlease: verjaringsverweer gedeeltelijk beoordeeld in hoger beroep

ECLI:NL:GHAMS:2026:2385, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 200.332.915/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 25 augustus 2026Publicatie: 25 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.332.915/01

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Tussenarrest. Effectenlease. Is vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW verjaard? Bewijsopdracht.”

Kern van de zaak

Geïntimeerde (partner/echtgenoot van afnemer) heeft effectenleaseovereenkomsten gesloten met Dexia vernietigd op grond van artikel 1:89 jo. 1:88 BW. Dexia betwist dit en beroept zich op verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging. De kantonrechter oordeelde in het voordeel van geïntimeerde; Dexia ging in hoger beroep.

Beslissing van de rechter

Het hof behandelt de grieven van Dexia, waarbij de kern ziet op de vraag of de rechtsvordering tot vernietiging van effectenleaseovereenkomsten 1 t/m 5 is verjaard. Voor overeenkomsten 6, 7 en 8 staat de tijdige vernietiging vast en heeft Dexia geen grief gericht, zodat het vonnis op dat punt onaangetast blijft. De eindbeslissing over de verjaringsgrief is in de aangeleverde tekst niet volledig weergegeven.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele appelprocedure in een reeds uitgebreid uitgekristalliseerde rechtspraktijk (Dexia-effectenlease); de rechtsvragen zijn niet nieuw en het arrest heeft geen precedentwerking buiten vergelijkbare resterende individuele gevallen. De tekst is bovendien onvolledig, waardoor de eindbeslissing niet beoordeeld kan worden.

Belangrijkste punten

  • 1Geïntimeerde en afnemer brachten tijdig een opt-out verklaring uit, zodat de WCAM-overeenkomst (verbindend verklaard op 25 januari 2007) hen niet bindt.
  • 2Dexia beroept zich op verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging ex artikel 1:89 jo. 1:88 BW.
  • 3Het verjaringsgeschil betreft uitsluitend effectenleaseovereenkomsten 1 t/m 5; voor overeenkomsten 6, 7 en 8 is tijdige vernietiging niet betwist.
  • 4Overeenkomsten 6, 7 en 8 zijn afgesloten binnen drie jaar vóór het aanhangig maken van de collectieve vordering en zijn daarmee tijdig vernietigd conform HR 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3018).
  • 5De uitspraak is onvolledig aangeleverd; de eindbeslissing over de verjaring van overeenkomsten 1 t/m 5 ontbreekt.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak sluit aan bij de vaste Dexia-rechtspraak over verjaring van vernietigingsrechten ex artikel 1:89 BW en bevestigt dat de driejaarstermijn uit HR 9 oktober 2015 ook in appel als maatstaf geldt voor later gesloten overeenkomsten. De eindbeslissing over de oudere overeenkomsten (1 t/m 5) is niet kenbaar uit de beschikbare tekst.

Praktische impact

Voor geïntimeerde betekent het oordeel over overeenkomsten 6, 7 en 8 dat die vernietiging onaantastbaar is en de daarmee samenhangende terugbetalingsverplichting van Dexia in stand blijft; de uitkomst voor overeenkomsten 1 t/m 5 is onzeker op basis van de beschikbare tekst.

Onderwerp-impact

In het financieel-juridische dossier rond Dexia-effectenlease speelt verjaring van het vernietigingsrecht al decennia een centrale rol; dit arrest draagt bij aan de afwikkeling van resterende individuele zaken buiten de WCAM-overeenkomst.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep van Dexia tegen een vonnis van de kantonrechter in een effectenleasegeschil. De afnemer had meerdere effectenleaseovereenkomsten gesloten met Dexia. Geïntimeerde — vermoedelijk de echtgenoot of partner — heeft op grond van artikel 1:89 jo. 1:88 BW de vernietiging van deze overeenkomsten ingeroepen via een vernietigingsbrief, omdat voor het aangaan van dergelijke overeenkomsten toestemming van de echtgenoot vereist was. Zowel de afnemer als geïntimeerde hadden tijdig een opt-out verklaring uitgebracht ten aanzien van de WCAM-overeenkomst die het hof in 2007 verbindend had verklaard, zodat zij niet aan die collectieve regeling gebonden zijn en hun individuele vordering konden voortzetten. De kantonrechter verklaarde de effectenleaseovereenkomsten vernietigd, veroordeelde Dexia tot terugbetaling conform een vastgestelde berekening, en kende wettelijke rente en proceskosten toe. Dexia bestrijdt in hoger beroep onder meer dat de rechtsvordering tot vernietiging niet is verjaard. Het hof maakt een onderscheid tussen de overeenkomsten. Voor effectenleaseovereenkomsten 6, 7 en 8 geldt dat deze zijn afgesloten binnen drie jaar vóór het aanhangig maken van de collectieve vordering. Conform het arrest van de Hoge Raad van 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3018) zijn deze tijdig vernietigd. Dexia heeft geen kenbare grief gericht tegen dit oordeel van de kantonrechter, zodat het hof hier niet aan toekomt en dit deel van het vonnis onaangetast blijft. De inhoudelijke beoordeling van de grieven richt zich op effectenleaseovereenkomsten 1 t/m 5, waarbij de verjaringsklacht het centrale geschilpunt vormt. De verdere motivering en eindbeslissing ontbreken echter in de aangeleverde tekst, waardoor de uitkomst voor deze overeenkomsten niet met zekerheid kan worden vastgesteld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2768Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2768, Gerechtshof Den Haag, 03-09-2026, 200.349.078/01

Gerechtshof Den Haag3 sep 2026TransportDienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2492Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2492, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.314.267/01 en 200.320.485/01

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
22/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2767Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2767, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.355.771/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026KoopRetail
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied