Dexia-effectenlease: vernietigingsvordering echtgenote mogelijk verjaard
ECLI:NL:GHAMS:2026:2380, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 200.349.247/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Tussenarrest. Effectenlease. Is vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW verjaard? Bewijsopdracht.”
Kern van de zaak
Een echtgenote riep de vernietigbaarheid in van effectenleaseovereenkomsten die haar man met Dexia had gesloten, zonder haar vereiste schriftelijke toestemming (art. 1:88 BW). Dexia beroept zich op verjaring van deze rechtsvordering. De kantonrechter had de vernietiging toegewezen; Dexia ging in hoger beroep.
Beslissing van de rechter
Het hof beoordeelt in hoger beroep of de rechtsvordering tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten is verjaard op grond van artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW jo. artikel 1:89 lid 1 BW. De uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de definitieve beslissing over verjaring en de uitkomst niet met zekerheid kan worden vastgesteld.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele Dexia-zaak binnen een al uitgebreid uitgekristalliseerd juridisch kader; de tekst is bovendien onvolledig, waardoor de feitelijke beslissing en motivering niet volledig kenbaar zijn.
Belangrijkste punten
- 1Effectenleaseovereenkomsten worden gekwalificeerd als koop op afbetaling (huurkoop) ex art. 1:88 lid 1 aanhef en onder d BW, waarvoor toestemming van de echtgenote vereist is.
- 2De echtgenote heeft tijdig een opt-out verklaard ten aanzien van de WCAM-overeenkomst van 2007, zodat die regeling haar niet bindt.
- 3Dexia beroept zich op verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging op grond van art. 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW jo. art. 1:89 lid 1 BW.
- 4De kantonrechter wees de vernietiging toe en veroordeelde Dexia tot terugbetaling inclusief wettelijke rente en proceskosten.
- 5Het hof toetst in hoger beroep specifiek het verjaringsoordeel van de kantonrechter; de verdere redenering is door onvolledigheid van de tekst niet kenbaar.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt de vaste Dexia-jurisprudentie over de verjaringstermijn van vernietigingsvorderingen ex art. 1:89 BW, een thema waarover al omvangrijke rechtspraak bestaat. De uitkomst is wegens onvolledigheid van de tekst niet te beoordelen.
Praktische impact
Voor echtgenoten van voormalige Dexia-afnemers die nog geen definitieve afrekening hebben ontvangen, is de beoordeling van het verjaringsverweer van groot belang voor hun verhaalsmogelijkheden.
Onderwerp-impact
In de financiële dienstverlening bevestigt deze zaak dat effectenleaseproducten als huurkoop worden aangemerkt en dat toestemmingsvereisten uit het huwelijksvermogensrecht van toepassing blijven, met verjaringsrisico's als aandachtspunt.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam staat de vernietiging van effectenleaseovereenkomsten centraal die een afnemer met Dexia had gesloten zonder de wettelijk vereiste schriftelijke toestemming van zijn echtgenote. De echtgenote riep de vernietigbaarheid in op grond van artikel 1:89 BW jo. artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder d BW, omdat effectenleaseovereenkomsten worden aangemerkt als overeenkomsten van koop op afbetaling (huurkoop). Zowel de afnemer als de echtgenote hadden tijdig een opt-outverklaring uitgebracht ten aanzien van de WCAM-overeenkomst die dit hof in 2007 verbindend had verklaard, zodat die collectieve regeling hen niet bindt en zij een eigen rechtsvordering konden instellen. De kantonrechter had in eerste aanleg de vernietiging toegewezen, Dexia veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen op grond van de overeenkomsten was voldaan, en Dexia tevens veroordeeld in de wettelijke rente en proceskosten. In hoger beroep richt Dexia haar grieven primair op het oordeel van de kantonrechter dat de rechtsvordering tot vernietiging niet was verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van deze rechtsvordering wordt beheerst door artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW in samenhang met artikel 1:89 lid 1 BW. Omdat de tekst van de uitspraak onvolledig is weergegeven, kan de verdere redenering en de uiteindelijke beslissing van het hof over de verjaring niet worden vastgesteld. De zaak illustreert dat Dexia-gerelateerde procedures over effectenlease ook in 2026 nog steeds voorkomen, en dat het verjaringsvraagstuk daarin een kernpunt van geschil blijft.