Geen erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring oprit
ECLI:NL:GHAMS:2026:2271, Gerechtshof Amsterdam, 18-08-2026, 200.342.024/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Burenrecht en erfdienstbaarheden. Geen erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring ontstaan, die inhoudt dat appellant deels over het perceel van de buren mag rijden om zijn eigen tuin en garage te bereiken. Ook bestaat er geen buurweg. Bekrachtiging van het vonnis. Wetsartikel: 5:72 BW
Kern van de zaak
Appellant stelt dat hij door bevrijdende verjaring een erfdienstbaarheid heeft verkregen om met een motorvoertuig over de oprit van zijn buren (geïntimeerden) te rijden naar zijn achtertuin en garage. De rechtbank wees deze vordering af, waarna appellant in hoger beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de grieven I en II van appellant af: er is geen erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring ontstaan. Doorslaggevend is dat appellant niet heeft aangetoond dat hij gedurende de volledige verjaringstermijn van twintig jaar (na 1 januari 1992) het bezit van de gestelde erfdienstbaarheid heeft gehad.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk en casuïstisch burenrechtgeschil waarbij bestaande wetgeving en jurisprudentie worden toegepast zonder nieuwe rechtsontwikkeling. De uitspraak heeft beperkte bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Vóór 1 januari 1992 kende het BW geen erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring; dit is pas mogelijk op grond van artikel 5:72 BW (oud BW).
- 2Vereist is bezit van de erfdienstbaarheid gedurende twintig jaar na 1 januari 1992 (art. 3:105 jo. 3:306 BW).
- 3De bewijslast rust op appellant: hij moet feiten aandragen waaruit blijkt dat de erfdienstbaarheid gedurende de gehele verjaringstermijn heeft bestaan.
- 4Appellant is er niet in geslaagd dit bewijs te leveren; het hof acht de grieven I en II ongegrond.
- 5De tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de volledige motivering en de uitkomst van grief III niet kunnen worden beoordeeld.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte vereisten voor het ontstaan van een erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring onder het huidige BW, waarbij de bewijslast volledig op de eisende partij rust. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld, maar bestaande vereisten worden consequent toegepast.
Praktische impact
Appellant behoudt geen recht om met een motorvoertuig over de oprit van de buren te rijden naar zijn achtertuin of garage; de buren kunnen verdere toegang blijven weigeren.
Onderwerp-impact
In burenrechtelijke geschillen over vermeende erfdienstbaarheden moeten partijen die een beroep doen op bevrijdende verjaring concreet en volledig bewijs leveren van twintig jaar onafgebroken bezit na 1 januari 1992.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam vorderde appellant in hoger beroep erkenning van een erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring, op grond waarvan hij met een motorvoertuig over de oprit van zijn buren zou mogen rijden om zijn achtertuin en garage te bereiken. De rechtbank had deze vordering eerder afgewezen, en appellant richtte drie grieven tegen dat vonnis. Het hof stelt bij de beoordeling voorop dat het oude BW (vóór 1 januari 1992) de figuur van de erfdienstbaarheid door bevrijdende verjaring niet kende. Pas met de inwerkingtreding van het huidige BW op 1 januari 1992 is dit mogelijk geworden via artikel 5:72 BW. Voor het ontstaan van een dergelijke erfdienstbaarheid is vereist dat de rechthebbende gedurende twintig jaar het bezit van de erfdienstbaarheid heeft gehad (artikel 3:105 jo. artikel 3:306 BW). De verjaringstermijn begint te lopen de dag na het verkrijgen van het bezit (artikel 3:314 lid 2 BW). De bewijslast hiervoor rust volledig op appellant. Het hof oordeelt dat grieven I en II falen. Appellant heeft niet aangetoond dat hij gedurende de volledige verjaringstermijn van twintig jaar na 1 januari 1992 het bezit van de gestelde erfdienstbaarheid heeft gehad. Geïntimeerden hebben bovendien aangevoerd dat appellant zelf de doorgang naar zijn tuin heeft bemoeilijkt door de wijze van indeling van zijn eigen perceel. De uitspraak is op basis van de beschikbare tekst slechts gedeeltelijk analyseerbaar: de volledige motivering en de uitkomst van grief III ontbreken. Op grond van het beschikbare deel bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank voor zover het de verjaringsvraag betreft. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking en past bestaande wettelijke vereisten toe in een feitelijk burenrechtgeschil.