Hof wijst vorderingen appellant toe tegen aannemer Casmond
ECLI:NL:GHAMS:2026:1888, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.347.705/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Aanneemovereenkomst. De opdrachtgever heeft de aanneemovereenkomst deels ontbonden. De op de ontbinding gebaseerde vorderingen worden afgewezen, omdat de aannemer niet in verzuim was en de overeenkomst daarom niet rechtsgeldig kon worden ontbonden. De opdrachtgever heeft ook een deel van de vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding (6:87 BW). De aannemer is ten aanzien van dit deel van de overeenkomst tekortgeschoten en in verzuim. Het beroep van de aannemer op artikel 7:760 lid 2 BW slaagt niet. Het hof stelt de schadevergoeding schattenderwijs vast.
Kern van de zaak
Appellant sloot in 2021 een aanneemovereenkomst en meerwerkovereenkomst met aannemer Casmond voor verbouwingswerkzaamheden. Casmond voerde een deel van de overeengekomen werkzaamheden niet of ondeugdelijk uit. Appellant stapte naar de rechter om nakoming, (gedeeltelijke) ontbinding en terugbetaling te vorderen.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam wijst de vorderingen van appellant toe: de (meer)werkovereenkomst wordt gedeeltelijk ontbonden voor niet-uitgevoerde werkzaamheden, en Casmond wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 9.391,41 (inclusief btw) vermeerderd met wettelijke rente. De doorslaggevende reden is dat Casmond de overeengekomen (meer)werkzaamheden niet (volledig) heeft uitgevoerd en daarvoor wel betaling heeft ontvangen.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk geschil over een individuele aanneemovereenkomst zonder nieuwe rechtsvragen; het hof past bestaande regels over nakoming, ontbinding en de wegwijsplicht toe op een concrete casus.
Belangrijkste punten
- 1Het hof herhaalt en bevestigt de wegwijsplicht: partijen moeten concreet en ondubbelzinnig verwijzen naar producties waarop zij een beroep doen; de rechter hoeft niet zelfstandig in stukken te zoeken.
- 2Producties waarnaar appellant slechts in algemene bewoordingen verwees, worden buiten beschouwing gelaten.
- 3De aanneemovereenkomst (23 maart 2021) en meerwerkovereenkomst (21 juni 2021) worden samen beoordeeld, met uitzondering van de badkamerwerkzaamheden.
- 4De (meer)werkovereenkomst wordt gedeeltelijk ontbonden voor het deel van de werkzaamheden dat Casmond niet heeft uitgevoerd; subsidiair is sprake van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking.
- 5Casmond wordt veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen appellant onder het bestreden vonnis had voldaan, plus € 9.391,41 inclusief btw met wettelijke rente.
Impactanalyse
Juridische impact
Het arrest bevestigt de bestaande wegwijsplicht in het burgerlijk procesrecht en past de gedeeltelijke ontbinding van een aanneemovereenkomst wegens niet-nakoming toe conform het reguliere verbintenissenrecht. Geen nieuwe rechtsontwikkeling, maar een correcte toepassing van vaste jurisprudentie.
Praktische impact
Appellant ontvangt € 9.391,41 (inclusief btw) plus wettelijke rente terug van Casmond voor niet-uitgevoerde verbouwingswerkzaamheden. Casmond draagt tevens de proceskosten in hoger beroep inclusief nakosten en rente.
Onderwerp-impact
In de bouwsector benadrukt dit arrest dat aannemers die betaling ontvangen voor niet-uitgevoerde (meer)werkzaamheden geconfronteerd kunnen worden met gedeeltelijke ontbinding en terugbetalingsverplichtingen op grond van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam stond een geschil centraal tussen appellant en aannemer Casmond over de (niet-)nakoming van een aanneemovereenkomst en meerwerkovereenkomst, gesloten in respectievelijk maart en juni 2021. Casmond had verbouwingswerkzaamheden aangenomen maar een deel daarvan niet of niet deugdelijk uitgevoerd, terwijl zij wel betaling had ontvangen. De rechtbank had de vorderingen van appellant in eerste aanleg afgewezen, waarna appellant in hoger beroep vier grieven formuleerde. Voordat het hof de grieven inhoudelijk besprak, herhaalde het een belangrijk procesrechtelijk uitgangspunt: de zogeheten wegwijsplicht. Appellant had een grote hoeveelheid producties ingediend — waaronder uitgebreide e-mail- en WhatsApp-conversaties en tientallen foto's — maar verwees in haar betoog slechts in algemene bewoordingen naar dit materiaal. Het hof stelde vast dat het niet zijn taak is om zelfstandig in omvangrijke stukken te zoeken naar onderbouwing van stellingen. Een procespartij dient concreet en ondubbelzinnig aan te geven welke feiten uit welke producties volgen. Producties waarnaar niet voldoende concreet werd verwezen, liet het hof buiten beschouwing. Inhoudelijk oordeelde het hof in het voordeel van appellant. Het stelde voor recht vast dat de (meer)werkovereenkomst gedeeltelijk is ontbonden voor het deel van de werkzaamheden dat Casmond niet heeft uitgevoerd. Subsidiair kwalificeerde het hof de betalingen voor niet-verrichte werkzaamheden als onverschuldigd betaald dan wel als grondslag voor een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking. Casmond werd veroordeeld tot terugbetaling van al hetgeen appellant onder het vonnis in eerste aanleg had voldaan, alsmede een bedrag van € 9.391,41 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens werd Casmond in de proceskosten van het hoger beroep veroordeeld, inclusief nakosten en rente. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.