JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:1888Laag22/100

Hof wijst vorderingen appellant toe tegen aannemer Casmond

ECLI:NL:GHAMS:2026:1888, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.347.705/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 14 juli 2026Publicatie: 14 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.347.705/01
Contractenrecht
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
Bouw
Meerwerk
Onverschuldigde Betaling
Aanneemovereenkomst
Gedeeltelijke Ontbinding
Wegwijsplicht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Aanneemovereenkomst. De opdrachtgever heeft de aanneemovereenkomst deels ontbonden. De op de ontbinding gebaseerde vorderingen worden afgewezen, omdat de aannemer niet in verzuim was en de overeenkomst daarom niet rechtsgeldig kon worden ontbonden. De opdrachtgever heeft ook een deel van de vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding (6:87 BW). De aannemer is ten aanzien van dit deel van de overeenkomst tekortgeschoten en in verzuim. Het beroep van de aannemer op artikel 7:760 lid 2 BW slaagt niet. Het hof stelt de schadevergoeding schattenderwijs vast.

Kern van de zaak

Appellant sloot in 2021 een aanneemovereenkomst en meerwerkovereenkomst met aannemer Casmond voor verbouwingswerkzaamheden. Casmond voerde een deel van de overeengekomen werkzaamheden niet of ondeugdelijk uit. Appellant stapte naar de rechter om nakoming, (gedeeltelijke) ontbinding en terugbetaling te vorderen.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Amsterdam wijst de vorderingen van appellant toe: de (meer)werkovereenkomst wordt gedeeltelijk ontbonden voor niet-uitgevoerde werkzaamheden, en Casmond wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 9.391,41 (inclusief btw) vermeerderd met wettelijke rente. De doorslaggevende reden is dat Casmond de overeengekomen (meer)werkzaamheden niet (volledig) heeft uitgevoerd en daarvoor wel betaling heeft ontvangen.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijk geschil over een individuele aanneemovereenkomst zonder nieuwe rechtsvragen; het hof past bestaande regels over nakoming, ontbinding en de wegwijsplicht toe op een concrete casus.

Belangrijkste punten

  • 1Het hof herhaalt en bevestigt de wegwijsplicht: partijen moeten concreet en ondubbelzinnig verwijzen naar producties waarop zij een beroep doen; de rechter hoeft niet zelfstandig in stukken te zoeken.
  • 2Producties waarnaar appellant slechts in algemene bewoordingen verwees, worden buiten beschouwing gelaten.
  • 3De aanneemovereenkomst (23 maart 2021) en meerwerkovereenkomst (21 juni 2021) worden samen beoordeeld, met uitzondering van de badkamerwerkzaamheden.
  • 4De (meer)werkovereenkomst wordt gedeeltelijk ontbonden voor het deel van de werkzaamheden dat Casmond niet heeft uitgevoerd; subsidiair is sprake van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking.
  • 5Casmond wordt veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen appellant onder het bestreden vonnis had voldaan, plus € 9.391,41 inclusief btw met wettelijke rente.

Impactanalyse

Juridische impact

Het arrest bevestigt de bestaande wegwijsplicht in het burgerlijk procesrecht en past de gedeeltelijke ontbinding van een aanneemovereenkomst wegens niet-nakoming toe conform het reguliere verbintenissenrecht. Geen nieuwe rechtsontwikkeling, maar een correcte toepassing van vaste jurisprudentie.

Praktische impact

Appellant ontvangt € 9.391,41 (inclusief btw) plus wettelijke rente terug van Casmond voor niet-uitgevoerde verbouwingswerkzaamheden. Casmond draagt tevens de proceskosten in hoger beroep inclusief nakosten en rente.

Onderwerp-impact

In de bouwsector benadrukt dit arrest dat aannemers die betaling ontvangen voor niet-uitgevoerde (meer)werkzaamheden geconfronteerd kunnen worden met gedeeltelijke ontbinding en terugbetalingsverplichtingen op grond van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking.

Samenvatting

In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam stond een geschil centraal tussen appellant en aannemer Casmond over de (niet-)nakoming van een aanneemovereenkomst en meerwerkovereenkomst, gesloten in respectievelijk maart en juni 2021. Casmond had verbouwingswerkzaamheden aangenomen maar een deel daarvan niet of niet deugdelijk uitgevoerd, terwijl zij wel betaling had ontvangen. De rechtbank had de vorderingen van appellant in eerste aanleg afgewezen, waarna appellant in hoger beroep vier grieven formuleerde. Voordat het hof de grieven inhoudelijk besprak, herhaalde het een belangrijk procesrechtelijk uitgangspunt: de zogeheten wegwijsplicht. Appellant had een grote hoeveelheid producties ingediend — waaronder uitgebreide e-mail- en WhatsApp-conversaties en tientallen foto's — maar verwees in haar betoog slechts in algemene bewoordingen naar dit materiaal. Het hof stelde vast dat het niet zijn taak is om zelfstandig in omvangrijke stukken te zoeken naar onderbouwing van stellingen. Een procespartij dient concreet en ondubbelzinnig aan te geven welke feiten uit welke producties volgen. Producties waarnaar niet voldoende concreet werd verwezen, liet het hof buiten beschouwing. Inhoudelijk oordeelde het hof in het voordeel van appellant. Het stelde voor recht vast dat de (meer)werkovereenkomst gedeeltelijk is ontbonden voor het deel van de werkzaamheden dat Casmond niet heeft uitgevoerd. Subsidiair kwalificeerde het hof de betalingen voor niet-verrichte werkzaamheden als onverschuldigd betaald dan wel als grondslag voor een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking. Casmond werd veroordeeld tot terugbetaling van al hetgeen appellant onder het vonnis in eerste aanleg had voldaan, alsmede een bedrag van € 9.391,41 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens werd Casmond in de proceskosten van het hoger beroep veroordeeld, inclusief nakosten en rente. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Contractenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2767Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2767, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.355.771/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026KoopRetail
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2413Hoog
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2413, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.350.382 en 200.353.657

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026SchadevergoedingVerzekering
58/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2759Laag
Contractenrecht
Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2759, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.345.396-01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026DienstverleningEnergie
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2376Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2376, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 200.354.584/01

Gerechtshof Amsterdam25 aug 2026AansprakelijkheidVastgoed
32/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied