ECLI:NL:RVS:2026:3963, Raad van State, 08-07-2026, 202505432/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 11 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle het verzoek van [verzoeker] om handhavend op te treden op grond van de Wet goed verhuurderschap afgewezen. Bij brief van 25 september 2023 heeft [verzoeker] het college verzocht om op grond van de Wet goed verhuurderschap handhavend op te treden tegen de eigenaar en beheerder van het pand. Volgens [verzoeker] wordt er een te hoge huur gevraagd, wordt hij geïntimideerd en bedreigd met ontruiming. Het college heeft op 11 maart 2024 het handhavingsverzoek van [verzoeker] afgewezen, omdat privaatrechtelijk gezien niet vaststaat dat [verzoeker] als huurder kan worden aangemerkt. De overeenkomst die [verzoeker] met Camelot heeft gesloten is volgens het college een bruikleenovereenkomst. Als bruiklener is [verzoeker] geen huurder. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het alleen handhavend kan optreden op grond van de Wet goed verhuurderschap als privaatrechtelijk vaststaat dat [verzoeker] een huurder is en geen bruiklener.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.