Ontslag op staande voet tijdens arbeidsongeschiktheid aangevochten
ECLI:NL:RBNHO:2026:10263, Rechtbank Noord-Holland, 13-08-2026, K/4102/12240483
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In deze zaak gaat het om een werknemer die op staande voet is ontslagen vanwege het langdurig declareren van kilometers vanaf een onjuist adres, het declareren van kilometers terwijl werknemer met een collega meereed en/of niet werkte en het onrechtmatig declareren van onkosten, door daarbij gebruik te maken van AI. Werknemer verzoekt om vernietiging van het aan hem verleende ontslag op staande voet. Het verzoek wordt afgewezen, omdat het ontslag op staande voet naar het oordeel van de kantonrechter rechtsgeldig is verleend. Het primaire tegenverzoek van de werkgever wordt deels toegewezen, omdat werknemer nog een bedrag aan werkgever is verschuldigd uit hoofde van onder andere onterecht gedeclareerde reis- en onkosten.
Kern van de zaak
Werknemer (verzoeker) is door Cirfood op staande voet ontslagen op 19 maart 2026, terwijl hij volledig arbeidsongeschikt was. Hij betwist dat er een dringende reden aanwezig was en stelt dat Cirfood al eerder van hem af wilde door hem onder druk te zetten een vaststellingsovereenkomst te tekenen en het mediationtraject niet op te starten.
Beslissing van de rechter
De uitkomst van de beslissing is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te reconstrueren; de rechtbank overweegt dat de omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen bij de beoordeling van de dringende reden. Verzoeker berust in de onregelmatige opzegging en vordert onder meer een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van Cirfood.
Impactscore
LaagHet betreft een individueel arbeidsrechtelijk geschil bij een rechtbank van eerste aanleg zonder aanwijsbare precedentwerking; de onvolledige tekst maakt een volledige beoordeling bovendien onzeker.
Belangrijkste punten
- 1Verzoeker was ten tijde van het ontslag op staande voet 100% arbeidsongeschikt, hetgeen een verzwarende omstandigheid is bij de beoordeling van de dringende reden.
- 2Cirfood had eerder geprobeerd de arbeidsovereenkomst te beëindigen via een vaststellingsovereenkomst en liet het door de bedrijfsarts geadviseerde mediationtraject achterwege.
- 3Verzoeker stelt reputatieschade en carrièreverlies te hebben geleden doordat Cirfood intern en extern communiceerde over zijn vertrek voordat de procedure was afgerond.
- 4Verzoeker vordert een billijke vergoeding en voert aan dat de door hem gecreëerde waarde (€ 634.000) in schril contrast staat met de geclaimde schade van Cirfood (€ 1.622).
- 5De beschikbare tekst is onvolledig; de definitieve beslissing van de rechtbank over de toewijzing of afwijzing van de verzoeken is niet volledig opgenomen.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de strenge maatstaf voor ontslag op staande voet (artikel 7:678 BW) en de verplichting van werkgevers om alle persoonlijke omstandigheden – waaronder arbeidsongeschiktheid – volledig mee te wegen. Onzekerheid bestaat over de definitieve rechtsoverweging en het dictum wegens de onvolledige tekst.
Praktische impact
Voor verzoeker staat een mogelijk aanzienlijke billijke vergoeding op het spel vanwege gestelde reputatie- en carrièreschade; voor Cirfood kan ernstig verwijtbaar handelen leiden tot extra financiële aansprakelijkheid bovenop de transitievergoeding.
Onderwerp-impact
De uitspraak illustreert de risico's voor werkgevers die tijdens arbeidsongeschiktheid van een werknemer overgaan tot ontslag op staande voet zonder het mediationtraject te volgen en zonder alle persoonlijke omstandigheden aantoonbaar mee te wegen.
Samenvatting
In deze zaak bij de Rechtbank Noord-Holland staat een ontslag op staande voet centraal dat Cirfood op 19 maart 2026 verleende aan haar werknemer (verzoeker), op een moment dat hij volledig arbeidsongeschikt was. Verzoeker betwist dat er een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW aanwezig was. Hij wijst erop dat Cirfood al langere tijd van hem af wilde – eerst door het aanbieden van een vaststellingsovereenkomst, daarna door het niet opvolgen van het bedrijfsartsadvies om een mediator in te schakelen – en dat de werkgever actief op zoek is gegaan naar een ontslagreden. Cirfood heeft zowel intern als extern gecommuniceerd dat verzoeker niet langer werkzaam was, nog voordat een juridische procedure was doorlopen, waardoor zijn reputatie in zijn professionele netwerk ('Kanpla-ecosysteem') onherstelbaar zou zijn beschadigd. Verzoeker berust in de onregelmatigheid van de opzegging maar vordert een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van Cirfood. Hij onderbouwt zijn schade met een aantoonbare waardecreatie van € 634.000 voor Cirfood, terwijl de door Cirfood geclaimde schade slechts € 1.622 bedraagt. De rechtbank dient te beoordelen of Cirfood alle relevante omstandigheden – waaronder de arbeidsongeschiktheid, de duur van het dienstverband en de wijze van functioneren – voldoende heeft meegewogen in de belangenafweging voorafgaand aan het ontslag. De beschikbare uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de rechtbank over de toewijzing van de billijke vergoeding en de vaststelling van ernstige verwijtbaarheid niet volledig te reconstrueren is. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt de zaak te draaien om de vraag of de werkgever in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld door het mediationtraject te negeren en de werknemer tijdens ziekte onder druk te zetten.