Arbeidsovereenkomst zorgmedewerker ontbonden via i-grond cumulatie
ECLI:NL:GHDHA:2026:2718, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.360.901/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Arbeidsrecht, ontbinding van de arbeisovereenkomst. Toepassing van de i-grond.
Kern van de zaak
Zorginstelling Yulius verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een medewerker wegens verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en/of disfunctioneren (d-grond). De kantonrechter wees het verzoek af, waarna Yulius in hoger beroep ging bij het Gerechtshof Den Haag.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de ontbinding toe op basis van de cumulatiegrond (i-grond), een combinatie van de g-grond en d-grond, hoewel geen van beide gronden op zichzelf als voldragen wordt beschouwd. De doorslaggevende reden is dat de combinatie van omstandigheden – een verstoorde arbeidsverhouding én tekortkomingen in functioneren – ontbinding redelijk maakt.
Impactscore
MiddelDe uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie over de i-grond en heeft geen richtinggevend karakter, maar is relevant voor de zorgpraktijk en werkgevers die met samenlopende ontslaggronden werken. De impact blijft beperkt tot de betrokken partijen en vergelijkbare casuïstiek.
Belangrijkste punten
- 1Noch de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) noch de d-grond (disfunctioneren) is op zichzelf voldragen
- 2Het hof honoreert het verzoek op basis van de i-grond (cumulatiegrond, art. 7:669 lid 3 sub i BW)
- 3Yulius had aantoonbaar geïnvesteerd in coaching, gesprekken, bemiddeling en mediation zonder duurzaam resultaat
- 4Problemen werden ook bevestigd door verklaringen van collega's (orthopedagoog en specialistisch ambulant behandelaar)
- 5Proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd; iedere partij draagt eigen kosten
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert de praktische werking van de i-grond (cumulatiegrond) als zelfstandige ontbindingsgrond wanneer individuele ontslaggronden net niet voldragen zijn. Dit bevestigt dat rechters de cumulatiegrond inhoudelijk beoordelen en niet uitsluitend als restcategorie behandelen.
Praktische impact
Voor de medewerker betekent dit het einde van het dienstverband bij Yulius, met recht op de wettelijke transitievergoeding. Voor Yulius biedt de uitkomst duidelijkheid na een langlopend conflict, maar de gecompenseerde proceskosten betekenen dat beide partijen hun eigen kosten dragen.
Onderwerp-impact
In de zorgsector, waar medewerkers werken met kwetsbare doelgroepen en de druk op professionele ontwikkeling hoog is, onderstreept deze zaak dat werkgevers bij onvoldoende functioneren en relationele problemen voldoende verbetertrajecten moeten aantonen voordat ontbinding succesvol kan worden verzocht.
Samenvatting
In deze zaak verzocht zorginstelling Yulius het Gerechtshof Den Haag de arbeidsovereenkomst met een medewerker te ontbinden. De kantonrechter had dat verzoek eerder afgewezen, waarna Yulius hoger beroep instelde. Yulius onderbouwde haar verzoek met twee ontslaggronden: een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en disfunctioneren (d-grond). Ten aanzien van de g-grond stelde Yulius dat er al vanaf 2020 sprake was van een beladen werkrelatie, een steeds groeiende kloof en verloren vertrouwen, ondanks uitgebreide inspanningen via coaching, begeleide gesprekken, bemiddeling en mediation. Ten aanzien van de d-grond werd aangevoerd dat de medewerker de toenemende complexiteit en professionele ontwikkelingen in de jeugdpsychiatrie niet had bijgehouden. Het hof oordeelde dat geen van beide gronden op zichzelf voldragen was: de verstoorde arbeidsverhouding noch het disfunctioneren bereikte de drempel voor zelfstandige ontbinding. Toch achtte het hof ontbinding gerechtvaardigd op grond van de cumulatiegrond (i-grond, art. 7:669 lid 3 sub i BW). Deze grond maakt ontbinding mogelijk wanneer een combinatie van omstandigheden uit meerdere ontslaggronden samen zodanig zwaar weegt dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd. De investering van Yulius in meerdere verbeterpogingen en de bevestiging van problemen door collega's wogen daarbij mee. De beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en de arbeidsovereenkomst werd alsnog ontbonden. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd. De medewerker heeft recht op de wettelijke transitievergoeding.