Arbeidsovereenkomst advocatenkantoor ontbonden wegens verstoorde verhouding
ECLI:NL:GHDHA:2026:2698, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.364.415/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)ontbinding, g- grond, - grond, niet goed tijdschrijven op advocaten- en notariskantoor
Kern van de zaak
Een werkneemster (verzoekster) procedeerde tegen ontbinding van haar arbeidsovereenkomst door advocatenkantoor Allen & Overy Shearman. De kantonrechter had de overeenkomst ontbonden op de i-grond (combinatiegrond). Beide partijen gingen in hoger beroep over de grondslag en de toepasselijkheid van het opzegverbod.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag wijst de ontbinding toe op basis van de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding), in plaats van de i-grond die de kantonrechter hanteerde. Het hof oordeelt tevens dat er geen opzegverbod van toepassing is dat aan de ontbinding in de weg staat.
Impactscore
LaagHet betreft een casusgericht oordeel van een gerechtshof in een individueel arbeidsgeschil zonder principiële nieuwe rechtsregels; de uitkomst past binnen de bestaande rechtspraktijk rondom ontslaggronden.
Belangrijkste punten
- 1Kantonrechter ontbond op i-grond (combinatiegrond); hof acht de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) zelfstandig voldragen
- 2Werkneemster beriep zich op het opzegverbod van art. 7:670 lid 1 BW, maar het hof verwerpt dit verweer
- 3Allen & Overy Shearman voerde primair e-grond (verwijtbaar handelen), subsidiair g-grond en meer subsidiair i-grond aan
- 4Nu de g-grond slaagt, laat het hof de e-grond en i-grond onbehandeld
- 5Werkneemster had recht op een betaling van € 6.545,90 bruto vermeerderd met wettelijke rente (vastgesteld in eerste aanleg)
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een rechter in hoger beroep zelfstandig een andere ontbindingsgrond kan vaststellen dan de kantonrechter, mits die grond door de werkgever was aangevoerd. Het toont ook de beperkte reikwijdte van het opzegverbod bij een verstoorde arbeidsverhouding.
Praktische impact
Voor de werkneemster betekent dit dat de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst in stand blijft, zij het op een andere grondslag. Allen & Overy Shearman hoeft niet tot herplaatsing over te gaan, maar de financiële afwikkeling (€ 6.545,90 bruto) blijft verschuldigd.
Onderwerp-impact
In de arbeidsrechtelijke praktijk bij grote (internationale) advocatenkantoren onderstreept deze uitspraak dat een verstoorde arbeidsverhouding een zelfstandige en sterke ontbindingsgrond kan zijn, ook wanneer de e-grond niet volledig is bewezen.
Samenvatting
In deze arbeidsrechtelijke zaak voor het Gerechtshof Den Haag stond centraal of de arbeidsovereenkomst tussen een werkneemster en advocatenkantoor Allen & Overy Shearman terecht was ontbonden en, zo ja, op welke grondslag. De kantonrechter had de overeenkomst ontbonden op de zogenoemde i-grond (de combinatiegrond van art. 7:669 lid 3 sub i BW), waarbij meerdere ontslaggronden elk voor zich onvoldoende zijn maar tezamen de ontbinding rechtvaardigen. De werkneemster betoogde in principaal hoger beroep dat noch de i-grond, noch enige andere grond opging, en beriep zich bovendien op het opzegverbod van art. 7:670 lid 1 BW dat aan ontbinding in de weg zou staan. Allen & Overy Shearman stelde in incidenteel hoger beroep dat de e-grond (verwijtbaar handelen of nalaten) en de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) ieder afzonderlijk de ontbinding konden dragen. Het hof oordeelt dat de g-grond zelfstandig voldragen is en dat daarmee een deugdelijke grondslag voor ontbinding bestaat. De i-grond en e-grond behoeven daarom geen verdere inhoudelijke beoordeling. Het verweer van de werkneemster dat een opzegverbod wegens ziekte (art. 7:670 lid 1 BW) aan de ontbinding in de weg staat, wordt door het hof verworpen: het opzegverbod staat in de gegeven omstandigheden niet in de weg aan ontbinding op de g-grond. De ontbinding wordt aldus bekrachtigd, zij het op een andere grondslag dan de kantonrechter had aangenomen. Een eerder vastgestelde betaling van € 6.545,90 bruto, te vermeerderen met wettelijke rente, blijft onderdeel van de financiële afwikkeling. De zaak illustreert dat werkgevers er goed aan doen meerdere ontslaggronden aan te voeren, zodat de rechter in hoger beroep kan terugvallen op een alternatieve, sterkere grondslag.