JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:400Richtinggevend72/100

Hoge Raad: contactbeperkingen gefailleerde vereisen wettelijke grondslag

ECLI:NL:HR:2026:400, Hoge Raad, 13-03-2026, 25/02800

Hoge RaadUitspraak: 13 maart 2026Publicatie: 12 maart 2026
Zaaknummer:25/02800
Burgerlijk procesrecht
Insolventierecht
Mensenrechten
Faillissement
Aansprakelijkheid
Artikel 8 Evrm
Verzekerde Bewaring
Contactbeperkingen
Faillissementswet
Gefailleerde

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Cassatie in belang der wet. Faillissementsrecht. Faillissementsgijzeling (art. 87 Fw). Kan rechter bij inbewaringstelling contactbeperkingen opleggen aan gefailleerde? Contactbeperkingen 'voorzien bij wet' als bedoeld in art. 8 lid 2 EVRM?

Kern van de zaak

Een gefailleerde was in verzekerde bewaring gesteld en het hof had geoordeeld dat de rechter geen bevoegdheid heeft om contactbeperkingen op te leggen. De curator of betrokken partij stelde cassatie in en betoogde dat contactbeperkingen inherent zijn aan de bevoegdheid tot verzekerde bewaring op grond van art. 87 lid 1 Fw.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad buigt zich over de klacht dat het hof ten onrechte oordeelde dat noch de Faillissementswet noch enige andere wet de rechter de bevoegdheid geeft contactbeperkingen op te leggen aan een gefailleerde in verzekerde bewaring. De doorslaggevende reden is dat contactbeperkingen een inmenging vormen in rechten beschermd door art. 8 EVRM en daarom een voldoende kenbare en voorzienbare wettelijke grondslag vereisen.

72van 100

Impactscore

Richtinggevend

De Hoge Raad stelt een fundamentele rechtsregel over de verhouding tussen faillissementsrechtelijke bevoegdheden en EVRM-rechten, met directe gevolgen voor de rechterlijke praktijk rondom verzekerde bewaring.

Belangrijkste punten

  • 1Contactbeperkingen aan een gefailleerde in verzekerde bewaring vormen een inmenging in art. 8 EVRM (privéleven, familie- en gezinsleven, correspondentie).
  • 2Op grond van art. 8 lid 2 EVRM moet een dergelijke inmenging 'bij wet zijn voorzien', voldoende kenbaar en voorzienbaar.
  • 3Het hof oordeelde dat art. 87 lid 1 Fw noch enige andere wettelijke bepaling de rechter deze bevoegdheid verleent.
  • 4Het middel betoogt dat de bevoegdheid tot contactbeperkingen inherent is aan de bevoegdheid tot verzekerde bewaring.
  • 5De Hoge Raad toetst of impliciete bevoegdheden volstaan als wettelijke grondslag in de zin van art. 8 lid 2 EVRM.

Impactanalyse

Juridische impact

Deze uitspraak verduidelijkt of en in hoeverre impliciete bevoegdheden in de Faillissementswet kunnen dienen als wettelijke grondslag voor grondrechtsbeperkende maatregelen, wat richtinggevend is voor de toepassing van art. 87 Fw in combinatie met EVRM-rechten. De uitspraak raakt direct aan de verhouding tussen faillissementsrechtelijke bevoegdheden en fundamentele mensenrechten.

Praktische impact

Voor gefailleerden in verzekerde bewaring biedt deze uitspraak duidelijkheid over de grenzen van rechterlijk ingrijpen; zonder expliciete wettelijke grondslag kunnen rechters geen contactbeperkingen opleggen. Curatoren en rechters-commissarissen moeten rekening houden met de EVRM-toets bij het verzoeken respectievelijk opleggen van dergelijke maatregelen.

Onderwerp-impact

In faillissementsprocedures zal voortaan explicieter moeten worden beoordeeld of maatregelen jegens de gefailleerde een toereikende wettelijke basis hebben, hetgeen de praktijk van verzekerde bewaring beïnvloedt.

Samenvatting

In deze zaak had een hof geoordeeld dat de rechter op grond van de Faillissementswet of enige andere wettelijke bepaling niet bevoegd is om aan een gefailleerde die in verzekerde bewaring is gesteld, contactbeperkingen op te leggen — bijvoorbeeld een beperking tot uitsluitend contact met de eigen advocaat, de curator en de rechter-commissaris. Tegen deze beschikking werd cassatie ingesteld, waarbij het middel betoogde dat de bevoegdheid tot het opleggen van contactbeperkingen inherent is aan de bevoegdheid van art. 87 lid 1 Fw om de gefailleerde in verzekerde bewaring te stellen, althans wanneer de omstandigheden dat noodzakelijk maken. De Hoge Raad stelt voorop dat contactbeperkingen een ingrijpende maatregel zijn die een inmenging vormen in het recht op privéleven, familie- en gezinsleven en correspondentie zoals beschermd door art. 8 EVRM. Op grond van art. 8 lid 2 EVRM is vereist dat een dergelijke inmenging 'bij wet is voorzien', wat inhoudt dat de wettelijke grondslag voor de betrokkene voldoende kenbaar en in haar toepassing voorzienbaar moet zijn. Dit is een hoog drempelcriterium dat niet zonder meer wordt vervuld door een impliciete of aan een andere bevoegdheid inherente bevoegdheid. De kern van de rechtsvraag is of art. 87 lid 1 Fw — dat de rechtbank de bevoegdheid geeft de gefailleerde in verzekerde bewaring te stellen — tevens de grondslag biedt voor bijkomende contactbeperkingen. Het hof beantwoordde die vraag ontkennend; de Hoge Raad toetst of dat oordeel juist is. Deze uitspraak is richtinggevend omdat zij duidelijkheid schept over de grenzen van rechterlijke bevoegdheden in faillissementszaken ten opzichte van grondrechtelijk beschermde vrijheden, en daarmee de verhouding tussen de Faillissementswet en het EVRM nader normeert.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
72van 100
RichtinggevendLees toelichting ↓

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1241Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1241, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02614

Hoge Raad10 jul 2026Dienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1240Hoog
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1240, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01531

Hoge Raad10 jul 2026VastgoedAansprakelijkheid
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1228Laag
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1228, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02413

Hoge Raad10 jul 2026Overheid
4/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1249Laag
Burgerlijk procesrecht
Intellectueel-eigendomsrecht

ECLI:NL:HR:2026:1249, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02035

Hoge Raad10 jul 2026MerkenrechtAuteursrecht
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied