JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1284Laag12/100

Hoge Raad verwerpt cassatie SPIE en ABT over hofarrest

ECLI:NL:HR:2026:1284, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/01722

Hoge RaadUitspraak: 17 juli 2026Publicatie: 16 juli 2026
Zaaknummer:25/01722
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Dienstverlening
Bouw
Artikel 81 Ro
Cassatie Verwerping
Proceskosten
Spie
Abt

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Aanneming van werk; afrekening na beëindiging. Uitleg overeenkomst van onderaanneming.

Kern van de zaak

SPIE en ABT c.s. procedeerden over een civielrechtelijk geschil dat door het hof was beslist. Beide partijen stelden cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De exacte inhoud van het geschil blijkt niet uit de beschikbare tekst.

Beslissing van de rechter

Zowel het principale cassatieberoep van SPIE als het incidentele cassatieberoep van ABT c.s. worden verworpen. De Hoge Raad oordeelt op grond van artikel 81 lid 1 RO dat de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat motivering achterwege kan blijven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

12van 100

Impactscore

Laag

De Hoge Raad verwerpt beide beroepen zonder inhoudelijke motivering op grond van artikel 81 RO; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en het arrest heeft daardoor geen richtinggevende of precedentscheppende werking.

Belangrijkste punten

  • 1Hoge Raad past artikel 81 lid 1 RO toe: geen motiveringsplicht bij klachten die niet bijdragen aan rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
  • 2Zowel het principale beroep (SPIE) als het incidentele beroep (ABT c.s.) worden verworpen.
  • 3SPIE wordt veroordeeld in de kosten van het principale cassatieberoep (€ 905 verschotten + € 2.200 salaris).
  • 4ABT c.s. worden veroordeeld in de kosten van het incidentele cassatieberoep (€ 2.200 salaris).
  • 5De inhoud van het onderliggende geschil tussen SPIE en ABT c.s. is niet kenbaar uit de gepubliceerde uitspraaktekst.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van de standaard artikel 81 RO-verwerpingsgrond en stelt geen nieuwe rechtsregels; het hofarrest blijft ongewijzigd in stand. Vanwege het ontbreken van inhoudelijke motivering heeft dit arrest geen precedentwerking voor het onderliggende rechtsgebied.

Praktische impact

Voor SPIE betekent de verwerping dat het hofarrest definitief is en dat zij bovendien de proceskosten van ABT c.s. in cassatie moet dragen. ABT c.s. zien hun incidenteel beroep eveneens verworpen en dragen de kosten van het incidentele cassatieberoep.

Onderwerp-impact

Zonder kennis van de precieze aard van het geschil tussen SPIE (een technisch dienstverlener) en ABT c.s. is de sector-specifieke impact niet vast te stellen; vermoedelijk betreft het een bouw- of installatiegerelateerd geschil.

Samenvatting

In deze zaak hebben zowel SPIE als ABT c.s. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof. De precieze inhoud van het onderliggende geschil tussen deze partijen blijkt niet uit de gepubliceerde uitspraaktekst; bekend is slechts dat het een civielrechtelijke procedure betreft waarbij beide partijen in cassatie gingen. SPIE deed principale cassatie, ABT c.s. stelde incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad heeft alle middelen en klachten beoordeeld maar geeft aan dat geen van de klachten kan leiden tot vernietiging van het hofarrest. Op grond van artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie hoeft de Hoge Raad daarbij geen motivering te geven, omdat beantwoording van de opgeworpen rechtsvragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht. Beide cassatieberoepen worden derhalve verworpen. SPIE wordt veroordeeld in de proceskosten van ABT c.s. in het principale beroep, begroot op € 905 aan verschotten en € 2.200 voor salaris, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. ABT c.s. worden op hun beurt veroordeeld in de proceskosten van SPIE in het incidentele beroep, begroot op € 2.200 voor salaris, eveneens met wettelijke rente. De uitspraak is een routinematige toepassing van de standaard cassatiefilter van artikel 81 RO en heeft geen zelfstandige juridische betekenis buiten de onderhavige zaak. Het hofarrest blijft ongewijzigd in stand als het definitieve oordeel in dit geschil. Vanwege het volledig ontbreken van inhoudelijke motivering en feitelijke context in de gepubliceerde tekst dient bij verdere duiding van deze uitspraak enige onzekerheid te worden aangenomen over de achterliggende rechtsvragen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 17 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1926Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1926, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.366.146/01 en 200.366.146/02

Gerechtshof Amsterdam14 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2248Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2248, Gerechtshof Den Haag, 14-07-2026, 200.355.641/01

Gerechtshof Den Haag14 jul 2026DienstverleningConsumentenrecht
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1933Laag
Civiel recht
Personen- en familierecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1933, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.366.050/01 en 200.366.050/02

Gerechtshof Amsterdam14 jul 2026ArbeidsrelatiesZorg
22/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1929Laag
Civiel recht
Personen- en familierecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1929, Gerechtshof Amsterdam, 14-07-2026, 200.364.638/01 en 200.364.639/01

Gerechtshof Amsterdam14 jul 2026ArbeidsrelatiesZorg
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied