Hof bekrachtigt beschikking in erfrecht- en samenlevingsgeschil
ECLI:NL:GHSHE:2026:1966, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-07-2026, 200.365.081/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)art. 4:46 BW / uitleg vervalbeding in testament / de vraag die het hof moet beantwoorden is of ten tijde van het overlijden van erflater zijn samenleving met appellante is beëindigd / het hof beantwoordt deze vraag bevestigend / dat heeft tot gevolg dat appellante geen erfgenaam meer is van erflater / bekrachtiging beschikking waarvan beroep.
Kern van de zaak
Na het overlijden van erflater in 2024 ontstond een geschil tussen zijn samenwonende partner (appellante) en zijn twee kinderen (verweerders) over de nalatenschap. Partijen hadden in 2008 een notariële samenlevingsovereenkomst gesloten en erflater had bij testament zijn partner als executeur en afwikkelingsbewindvoerder aangesteld. De kinderen en de partner kwamen in conflict over de vermogensrechtelijke afwikkeling.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank (zoals hersteld op 18 december 2025) en wijst het meer of anders verzochte af. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. De doorslaggevende reden voor de bekrachtiging is niet volledig uit de beschikbare tekst af te leiden, maar het hof volgt de eerdere beslissing van de rechtbank.
Impactscore
LaagDe beschikking bekrachtigt enkel een lagere rechterlijke uitspraak in een individuele familierechtelijke zaak zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitspraak heeft beperkte precedentwerking en de motivering is grotendeels niet beschikbaar in de aangeleverde tekst.
Belangrijkste punten
- 1Appellante en erflater sloten op 27 juni 2008 een notariële samenlevingsovereenkomst; zij waren niet gehuwd.
- 2Bij testament van dezelfde datum werd appellante aangesteld als executeur en afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap.
- 3De twee kinderen van erflater (uit een eerdere relatie) zijn de verweerders in deze procedure.
- 4Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank volledig, inclusief de herstelversie van 18 december 2025.
- 5Proceskosten worden gecompenseerd; dit duidt op een evenwichtige uitkomst waarbij geen partij volledig in het ongelijk is gesteld of het hof aanleiding ziet voor kostenveroordeling.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de rechtbankbeslissing in een erfrecht- en samenlevingsgeschil en heeft beperkte precedentwerking nu de motivering grotendeels ontbreekt in de beschikbare tekst. De compensatie van proceskosten is gebruikelijk in familierechtelijke procedures.
Praktische impact
Voor appellante betekent de bekrachtiging dat haar positie als executeur/afwikkelingsbewindvoerder en de uitkomst van de boedelbeschrijving of verdeling standhouden. De kinderen zien hun hoger-beroepsgronden verworpen; beide partijen dragen eigen kosten.
Onderwerp-impact
In samenlevings- en erfrechtkwesties bevestigt de uitspraak dat notariële samenlevingsovereenkomsten en testamentaire benoemingen van executeurs worden gerespecteerd bij een geschil met kinderen uit een eerdere relatie.
Samenvatting
In deze zaak stond centraal het geschil over de nalatenschap van een in 2024 overleden man, die een langdurige samenlevingsrelatie had met appellante. Partijen hadden op 27 juni 2008 een notariële samenlevingsovereenkomst gesloten, waarin onder meer afspraken waren opgenomen over de gemeenschappelijke huishouding, de gemeenschappelijke woning en de beëindiging van de samenleving. Op diezelfde datum had erflater bij testament zijn partner aangesteld als executeur en afwikkelingsbewindvoerder van zijn nalatenschap. Na het overlijden van erflater — die eerder een suïcidepoging had gedaan — ontstond een conflict tussen de partner en de twee kinderen van erflater uit een eerdere relatie over de vermogensrechtelijke afwikkeling van de nalatenschap. De kinderen hebben als verweerders geprocedeerd in eerste aanleg en appellante heeft hoger beroep ingesteld (dan wel omgekeerd, hoewel de precieze processuele positie uit de tekst niet geheel duidelijk is). Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 23 juli 2026 geoordeeld en de bestreden beschikking van de rechtbank — zoals hersteld bij beschikking van 18 december 2025 — in zijn geheel bekrachtigd. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt; dit is in familierechtelijke procedures gebruikelijk en geeft blijk van een situatie waarin het hof geen reden ziet om één partij als de verliezende partij aan te wijzen voor een kostenveroordeling. De inhoudelijke motivering van het hof is op basis van de beschikbare tekst slechts beperkt te reconstrueren, maar de bekrachtiging impliceert dat de door de rechtbank gevonden uitkomst over de afwikkeling van de nalatenschap en de rol van de executeur standhouden.