JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2025:2739Laag22/100

Faillissement huurder schorst vorderingen in hoger beroep

ECLI:NL:GHSHE:2025:2739, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-10-2025, 200.323.923_01

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 7 oktober 2025Publicatie: 7 oktober 2025
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.323.923_01
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht
Insolventierecht
Arbeidsrelaties
Vastgoed
Faillissement
Huurrecht
Faillissementswet
Faillissement
Schorsing Geding
Dwangsommen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Toestemming verleend om schutting te plaatsen? Bewijsopdracht/bewijswaardering/gevolgen faillissement hangende hoger beroep.

Kern van de zaak

Verhuurder [geïntimeerde] vordert ontbinding van huurovereenkomst, ontruiming, verwijdering van een schutting en betaling van facturen van huurder [appellante]. De kantonrechter wees ontbinding en ontruiming af maar wees de schuttingvordering toe. In hoger beroep gaat [appellante] failliet op 17 december 2024.

Beslissing van de rechter

Het hof schorst de aanhangige vorderingen jegens [appellante] op grond van art. 28 en 29 Faillissementswet vanwege het faillissement per 17 december 2024. Het hoger beroep van [appellante] gericht tegen de verwijdering van de schutting kan echter buiten bezwaar van de boedel worden beslist, zodat dat deel wel inhoudelijk wordt behandeld.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande, onbetwiste regels van de Faillissementswet routinematig toe op een individueel huurgeschil; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de precedentwaarde is gering.

Belangrijkste punten

  • 1Faillissement van [appellante] per 17 december 2024 heeft directe procesrechtelijke gevolgen voor de aanhangige procedure.
  • 2Vorderingen jegens [appellante] (dwangsommen, betaling € 1.439,02, buitengerechtelijke kosten) worden van rechtswege geschorst op grond van art. 28-29 Fw.
  • 3Een eerder in het tussenarrest genomen bindende eindbeslissing tot afwijzing van de vordering ad € 1.439,02 blijft in stand.
  • 4Het hoger beroep van [appellante] over de verwijdering van de schutting kan buiten bezwaar van de boedel worden voortgezet.
  • 5De uitspraak is fragmentarisch; de volledige inhoudelijke beoordeling van ontbinding, ontruiming en facturenvordering ontbreekt in het beschikbare tekstgedeelte.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past de standaardregels van art. 28-29 Faillissementswet toe op een lopende hoger beroepsprocedure, waarbij het onderscheid tussen vorderingen jegens de failliet en vorderingen door de failliet bepalend is voor de procesrechtelijke voortgang.

Praktische impact

Crediteuren die geldvorderingen op [appellante] hebben ingediend in deze procedure moeten hun vordering ter verificatie indienen bij de curator; het geding ligt stil totdat de curator eventueel de procedure overneemt.

Onderwerp-impact

In huurrechtelijke geschillen waarbij de huurder failliet gaat, worden lopende betalings- en dwangsomvorderingen automatisch geschorst, maar vorderingen die buiten bezwaar van de boedel kunnen worden afgedaan lopen door.

Samenvatting

In deze zaak staat een huurconflict centraal tussen verhuurder [geïntimeerde] en huurder [appellante]. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, verwijdering van een door de huurder opgerichte schutting en betaling van diverse facturen inclusief dwangsommen en buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter wees de ontbinding en ontruiming af, maar wees de schuttingvordering kennelijk toe. Beide partijen gingen in hoger beroep. Op 17 december 2024 werd [appellante] failliet verklaard, hetgeen verstrekkende procesrechtelijke gevolgen heeft voor de lopende appelprocedure. Het hof past art. 28 en 29 van de Faillissementswet toe en schorst van rechtswege alle aanhangige geldvorderingen jegens [appellante]: de gevorderde dwangsommen van € 5.000,00, de betaling van € 1.439,02 (waarvoor in het tussenarrest al een bindende eindbeslissing tot afwijzing was gegeven) en de buitengerechtelijke kosten van € 261,18. Voor deze vorderingen geldt dat zij ter verificatie bij de curator moeten worden ingediend en dat het geding pas kan worden voortgezet als de curator de procedure overneemt. Het hof maakt echter een uitzondering voor het hoger beroep van [appellante] over de verwijdering van de schutting: dat onderdeel kan buiten bezwaar van de boedel worden beslist en loopt dus inhoudelijk door. De juridische kern van de uitspraak is het correcte onderscheid tussen vorderingen jegens de failliet, die worden geschorst, en de eigen vordering van de failliet, die in beginsel door de curator kan worden overgenomen of buiten bezwaar van de boedel kan worden afgedaan. De tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de uiteindelijke inhoudelijke beslissing over ontbinding, ontruiming en de schutting niet volledig kan worden beoordeeld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Huurrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1980Laag
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1980, Gerechtshof Amsterdam, 21-07-2026, 200.363.808/01

Gerechtshof Amsterdam21 jul 2026AansprakelijkheidVastgoed
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1283Laag
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1283, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/00796

Hoge Raad17 jul 2026VastgoedRetail
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:7247Hoog
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:RBAMS:2026:7247, Rechtbank Amsterdam, 17-07-2026, 10795822 CV EXPL 23-14586

Rechtbank Amsterdam17 jul 2026VastgoedConsumentenrecht
62/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2463Laag
Contractenrecht
Huurrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2463, Gerechtshof Den Haag, 16-07-2026, 200.369.723/01

Gerechtshof Den Haag16 jul 2026Financiele DienstverleningVastgoed
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied