JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:583Laag22/100

Hof wijst incidentele vordering Buma/Stemra af wegens procesefficiëntie

ECLI:NL:GHDHA:2026:583, Gerechtshof Den Haag, 14-04-2026, 200.348.842/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 14 april 2026Publicatie: 14 april 2026
Zaaknummer:200.348.842/01
Burgerlijk procesrecht
Intellectueel-eigendomsrecht
Media
Auteursrecht
Goede Procesorde
Twee Conclusieregel
Buma Stemra
Incident Artikel 209 Rv
Proceseconomie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Incidentele vordering tot terzijdelegging deskundigenrapport (art. 209 Rv). Om de vraag te kunnen beantwoorden of overlegging van het deskundigenrapport in strijd is met de goede procesorde en/of de twee-conclusieregel is een nauwkeurige inhoudelijke analyse van de gedingstukken nodig. Voorafgaand aan en los van de mondelinge behandeling van de zaak is voor zo’n analyse geen plaats. Het hof wijst de vordering af.

Kern van de zaak

Buma/Stemra verzocht het Gerechtshof Den Haag in een incident voorafgaand aan de mondelinge behandeling te beslissen over de toelaatbaarheid van een rapport in het geding. De vraag was of overlegging van dit rapport in strijd was met de goede procesorde en/of de twee-conclusieregel.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de incidentele vordering van Buma/Stemra af. De doorslaggevende reden is dat beantwoording van de vraag een nauwkeurige inhoudelijke analyse van alle gedingstukken vereist, waardoor voorafgaande behandeling in incident leidt tot inefficiënte dubbele zaaksbehandeling en onnodig beslag op schaarse rechterlijke capaciteit.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een processuele tussenbeslissing van een hof in een individuele zaak zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de toegepaste norm is vaste praktijk op basis van art. 209 Rv en bekende jurisprudentie.

Belangrijkste punten

  • 1Een incidentele vordering betreft een processueel punt dat samenhangt met de zaak maar het geschil zelf niet raakt (art. 209 Rv).
  • 2Bij ontbreken van een bijzondere wettelijke regeling beslist de rechter op een incident 'indien de zaak dat medebrengt'.
  • 3De maatstaf vereist afweging van aard/inhoud vordering, belangen van partijen en doelmatige procesvoering.
  • 4Beoordeling van strijd met goede procesorde en/of twee-conclusieregel vergt diepe inhoudelijke analyse van alle gedingstukken.
  • 5Voorafgaande behandeling in incident zou leiden tot dubbel werk en onredelijk beslag op schaarse rechterlijke capaciteit.

Impactanalyse

Juridische impact

Het hof bevestigt dat art. 209 Rv strikt wordt toegepast: een incident wordt alleen vooraf behandeld als dit proceseconomisch gerechtvaardigd is, niet louter op verzoek van een partij. Incidenten die een volledige inhoudelijke analyse vergen, lenen zich niet voor voorafgaande behandeling.

Praktische impact

Buma/Stemra kan de toelaatbaarheid van het rapport pas aan de orde stellen tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak. Partijen die bezwaar hebben tegen ingediende stukken kunnen dat bezwaar niet via een incident 'voortijdig' laten beslechten.

Onderwerp-impact

Voor rechthebbenden-organisaties zoals Buma/Stemra betekent dit dat processuele bezwaren tegen bewijs of rapporten in auteursrechtelijke procedures in beginsel niet via een voorafgaand incident kunnen worden geforceerd.

Samenvatting

In deze procedure bij het Gerechtshof Den Haag verzocht Buma/Stemra – de collectieve beheersorganisatie voor muziekauteursrechten – het hof bij wege van incident vooraf en afzonderlijk te beslissen over de vraag of overlegging van een bepaald rapport in strijd was met de goede procesorde en/of de twee-conclusieregel. Buma/Stemra vroeg daarbij ook om een spoedige uitspraak op dit verzoek. Het hof beoordeelde het verzoek als een incidentele vordering in de zin van artikel 209 Rv. Nu een bijzondere wettelijke regeling ontbrak, gold de maatstaf dat de rechter op een incident eerst en vooraf beslist 'indien de zaak dat medebrengt'. Daarbij dient de rechter de aard en inhoud van de vordering, de belangen van partijen en het belang van doelmatige procesvoering tegen elkaar af te wegen, waarbij een onredelijke vertraging van het geding moet worden vermeden. Het hof oordeelde dat het incident niet voor voorafgaande behandeling in aanmerking kwam. De reden is dat de vraag of het rapport in strijd is met de goede procesorde of de twee-conclusieregel, een nauwkeurige en vergaande inhoudelijke analyse van alle gedingstukken vereist. Zou het hof die analyse al in het kader van het incident verrichten, dan zou het zich later nogmaals in dezelfde materie moeten verdiepen ter voorbereiding van de mondelinge behandeling en de uitspraak in de hoofdzaak. Een dergelijke werkwijze leidt tot inefficiënte dubbele zaaksbehandeling en een onnodig beslag op schaarse rechterlijke capaciteit, hetgeen strijdig is met het publieke belang van een voortvarende rechtspleging. De beslissing is processueel van aard en bevestigt de terughoudende toepassing van de mogelijkheid tot voorafgaande incidentele behandeling: alleen wanneer een voorafgaande beslissing werkelijk geboden is en de proceseconomie bevordert, is zij gerechtvaardigd. Het bezwaar van Buma/Stemra kan aan de orde komen tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1301Laag
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1301, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/02837

Hoge Raad17 jul 2026Overheid
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1300Hoog
Ondernemingsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1300, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/03929

Hoge Raad17 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1281Middel
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1281, Hoge Raad, 17-07-2026, 26/00083

Hoge Raad17 jul 2026OverheidDienstverlening
55/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1197Hoog
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1197, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/03432

Hoge Raad17 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
72/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied