Werknemer vordert schadevergoeding wegens fysieke overbelasting havenwerk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2970, Gerechtshof Den Haag, 29-09-2026, 200.348.304/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Tussenarrest. Gezondheidsschade werknemer. Toepassing arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij werknemer met nek/schouder- en rugklachten. Zorgplicht werkgever. Het hof is van oordeel dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade die de werknemer heeft geleden en nog zal lijden door zijn nek/schouder- en rugklachten. Het hof houdt de zaak aan zich opdat de schade in deze procedure kan worden begroot.
Kern van de zaak
Een of meer havenmedewerkers (sjorders/stackers) stellen hun werkgever Matrans aansprakelijk voor lichamelijk letsel door fysieke overbelasting tijdens havenarbeid. De Arbeidsinspectie had eerder overtredingen geconstateerd en Matrans opgedragen een risicobeoordeling en plan van aanpak op te stellen. De zaak draait om de vraag of Matrans haar zorgplicht heeft geschonden en of er causaal verband bestaat met de gezondheidsklachten.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve beslissing niet volledig kenbaar; de overwegingen gaan in op de pre-existente klachten van betrokkene en de door Fysergo uitgevoerde fysieke belastingonderzoeken. De rechter lijkt te beoordelen in hoeverre eerder vastgestelde nek- en rugklachten (1996 en 2008) als kortdurend en aspecifiek kunnen worden gekwalificeerd en dus niet als echte pre-existentie vóór aanvang dienstverband gelden, wat relevant is voor de aansprakelijkheidsvraag.
Impactscore
LaagHet betreft een feitenrechtelijke toepassing van bekende regels over werkgeversaansprakelijkheid en pre-existentie; de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsnormen en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe casus. De fragmentarische tekst maakt een volledige beoordeling onzeker.
Belangrijkste punten
- 1Arbeidsinspectie constateerde overtredingen rond fysieke belasting bij sjor-, stacker- en stuff-/stripwerkzaamheden en legde Matrans een hersteltermijn van 3 maanden op.
- 2Fysergo voerde in 2008-2009 in opdracht van Matrans oriënterend onderzoek uit naar fysieke belasting tijdens sjorren; stukgoed sjorren werd als afwisselend en niet als zwaar beschreven.
- 3De deskundige kwalificeert de nek- en rugklachten van betrokkene uit 1996 en 2008 als kortdurend en aspecifiek, zonder documentatie van structurele pre-existentie.
- 4De pre-existentievraag is juridisch relevant voor de omvang van de schadevergoedingsplicht van de werkgever.
- 5De uitspraaktekst is fragmentarisch; de volledige motivering en het dictum zijn niet volledig kenbaar uit de aangeleverde tekst.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak biedt een praktische toepassing van de werkgeversaansprakelijkheid ex artikel 7:658 BW bij fysieke belasting in de havensector, waarbij de afbakening van pre-existente klachten bepalend is voor de schadeomvang. De kwalificatie van aspecifieke, kortdurende klachten als niet-relevant pre-existent kan als richtsnoer dienen in vergelijkbare arbeidsongevallenzaken.
Praktische impact
Voor havenmedewerkers en vergelijkbare fysiek belastende beroepen benadrukt deze zaak het belang van tijdige en gedegen risicobeoordeling door gecertificeerde arbodiensten. Werkgevers die na inspectiebesluiten nalaten een adequaat plan van aanpak op te stellen, lopen een verhoogd aansprakelijkheidsrisico.
Onderwerp-impact
In de transportsector en havenbedrijven onderstreept de zaak dat fysieke arbeidsomstandigheden structureel gemonitord en verbeterd moeten worden, en dat het ontbreken van maatregelen na een inspectiebesluit rechtstreeks doorwerkt in de aansprakelijkheidspositie van de werkgever.
Samenvatting
Deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag betreft een arbeidsrechtelijk geschil over fysieke overbelasting van havenmedewerkers die sjor-, stacker-, en stuff- en stripwerkzaamheden verrichten bij (vermoedelijk) Matrans. De Arbeidsinspectie had eerder overtredingen vastgesteld met betrekking tot de fysieke belasting en Matrans opgedragen een risicobeoordeling te laten uitvoeren door een gecertificeerde arbodienst, met aandacht voor kenmerken van de last, lichamelijke inspanning, werkomgevingsfactoren en taakeisen. Vervolgens diende een plan van aanpak te worden opgesteld, waarbij de overtredingen binnen drie maanden moesten zijn opgeheven. Naar aanleiding hiervan gaf Matrans het bureau Fysergo opdracht tot oriënterend onderzoek in 2008 en 2009. Fysergo constateerde dat het stukgoed sjorren specialistisch en afwisselend werk is dat door werknemers zelf niet als zwaar werd ervaren, en dat de afwisseling een gunstig effect had op de fysieke belasting. In de gerechtelijke procedure staat centraal of Matrans haar zorgplicht ex artikel 7:658 BW heeft nageleefd en of de gezondheidsklachten van betrokkene causaal verband houden met de arbeidsomstandigheden. Een belangrijk twistpunt is de pre-existentie: betrokkene had eerder kortdurende nek- en rugklachten (in 1996 en 2008), maar de deskundige kwalificeert deze als aspecifiek en kortdurend, zonder documentatie van structurele pre-existente aandoeningen vóór aanvang van het dienstverband. De rechter weegt mee of deze eerdere klachten op korte termijn verdere klachten zouden hebben veroorzaakt, ook buiten de arbeidscontext. De beschikbare tekst is fragmentarisch, waardoor de definitieve beslissing en volledige motivering niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld. De zaak illustreert de toepassing van bekende leerstukken over werkgeversaansprakelijkheid, causaal verband en pre-existentie in de context van fysiek zwaar havenwerk.