Hof wijst verdeling woning en certificaten toe aan man
ECLI:NL:GHDHA:2026:2927, Gerechtshof Den Haag, 18-08-2026, 200.363.991/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beide partijen hebben geen spoedeisend belang meer bij hun wederzijdse vorderingen nu zij zelf orde op zaken hebben gesteld. Of er tussen partijen een nadere overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de verdeling van de certificaten van de BV leent zich niet voor een kortgedingprocedure.
Kern van de zaak
Na echtscheiding ontstond een geschil tussen ex-partners over de verdeling van een gezamenlijke woning en certificaten in een B.V. De man vorderde in reconventie nakoming van een op 5 februari 2025 gemaakte afspraak over levering van de certificaten en de woning. De vrouw werkte niet mee, waarna de man in hoger beroep ging tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 december 2025.
Beslissing van de rechter
Het gerechtshof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de vrouw af, terwijl de vorderingen van de man in reconventie worden toegewezen. De vrouw wordt veroordeeld tot nakoming van de afspraak van 5 februari 2025 inzake levering van de certificaten (tegen betaling van € 301.537,50) en haar aandeel in de woning, met de bepaling dat het arrest bij niet-nakoming in de plaats treedt van de notariële akte op grond van artikel 3:300 lid 2 BW.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke toepassing van bekende rechtsmiddelen (art. 3:300 lid 2 BW) in een individuele verdelingsgeschil na echtscheiding; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraak heeft geen precedentwerking buiten deze zaak.
Belangrijkste punten
- 1Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 december 2025 en doet opnieuw recht.
- 2De vrouw wordt niet ontvangen in haar vorderingen in conventie, dan wel deze worden afgewezen.
- 3De man krijgt de verdeling van zowel de certificaten in de B.V. als de gezamenlijke woning toegewezen.
- 4Bij niet-nakoming door de vrouw treedt het arrest op grond van art. 3:300 lid 2 BW in de plaats van de notariële akte.
- 5De vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Impactanalyse
Juridische impact
De toepassing van artikel 3:300 lid 2 BW bevestigt dat een rechterlijke uitspraak de medewerking van een weigerachtige partij bij levering van onroerend goed en aandelen/certificaten kan vervangen. Dit is een gangbare maar praktisch relevante toepassing in goederenrechtelijke verdelingsgeschillen.
Praktische impact
De vrouw is gehouden haar medewerking te verlenen aan de overdracht van zowel de woning als de certificaten aan de man; doet zij dat niet, dan volstaat het arrest als vervangende wilsverklaring bij de notaris. De man ontvangt de certificaten tegen betaling van € 301.537,50 aan de vrouw.
Onderwerp-impact
In echtscheidingszaken met ondernemingsvermogen (certificaten in een B.V.) biedt dit arrest een praktisch handvat voor de afwikkeling van vermogensrechtelijke afspraken die een partij weigert na te komen.
Samenvatting
Dit arrest van het Gerechtshof Den Haag betreft een hoger beroepsprocedure in een verdelingsgeschil tussen voormalige partners na echtscheiding. In geschil waren de verdeling van een gezamenlijke woning en de certificaten in een besloten vennootschap. Partijen hadden op 5 februari 2025 een onderlinge afspraak gemaakt over de levering van de certificaten en de woning aan de man, maar de vrouw weigerde hieraan mee te werken. De rechtbank Den Haag had op 18 december 2025 uitspraak gedaan, maar de man ging in hoger beroep omdat het vonnis naar zijn oordeel onjuist was. Het hof oordeelde in het voordeel van de man. Het bestreden vonnis werd vernietigd en het hof deed, opnieuw rechtdoende, de vrouw niet ontvangen in haar vorderingen in conventie, dan wel wees deze af. De vorderingen van de man in reconventie werden volledig toegewezen: de vrouw wordt veroordeeld tot nakoming van de afspraak van 5 februari 2025. Concreet betekent dit dat zij haar medewerking moet verlenen aan de levering van de certificaten van de B.V. aan de man bij een door de man te kiezen notaris, tegen betaling van € 301.537,50 door de man aan de vrouw. Daarnaast dient zij haar aandeel in de gezamenlijke woning over te dragen aan de man. Voor het geval de vrouw niet tijdig meewerkt, bepaalt het hof op grond van artikel 3:300 lid 2 BW dat het arrest in de plaats treedt van de notariële akte van verdeling en levering, voor zover daarin de wilsverklaring van de vrouw vereist is. Dit mechanisme voorkomt dat een weigerachtige partij de uitvoering van een rechterlijke beslissing kan frustreren. Tot slot wordt de vrouw veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. De uitspraak illustreert de kracht van art. 3:300 lid 2 BW als instrument in verdelingsgeschillen waarbij een partij weigert mee te werken aan afgesproken of opgelegde leveringen.