Hoge Raad verwerpt cassatieberoep eisers tegen VM
ECLI:NL:HR:2026:1583, Hoge Raad, 02-10-2026, 25/02753
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht; geschil over erfgrens. Verkrijgende verjaring; bezit. Motiveringsklachten.
Kern van de zaak
Eisers hebben cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het hof in een geschil met partij VM. De exacte aard van het onderliggende geschil is uit de gepubliceerde tekst niet kenbaar. Het incidentele beroep van VM was voorwaardelijk ingesteld.
Beslissing van de rechter
Het principale cassatieberoep is verworpen op grond van artikel 81 lid 1 RO, omdat de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging en beantwoording van rechtsvragen voor de eenheid of ontwikkeling van het recht niet noodzakelijk is. Het voorwaardelijke incidentele beroep behoeft geen behandeling nu het principale beroep wordt verworpen.
Impactscore
LaagDe Hoge Raad verwerpt het beroep zonder inhoudelijke motivering op grond van art. 81 lid 1 RO, waardoor de uitspraak geen rechtsontwikkelende waarde heeft en slechts de betrokken partijen raakt.
Belangrijkste punten
- 1Verwerping op basis van art. 81 lid 1 RO: geen motiveringsplicht voor de Hoge Raad
- 2Het incidentele cassatieberoep was voorwaardelijk ingesteld en vervalt daarmee
- 3Eisers worden veroordeeld in de proceskosten: € 905 verschotten en € 2.200 salaris
- 4Wettelijke rente over proceskosten bij niet-betaling binnen veertien dagen
- 5De inhoud van het onderliggende geschil is uit de gepubliceerde uitspraak niet kenbaar
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak heeft geen precedentwerking: de Hoge Raad past artikel 81 lid 1 RO toe en geeft geen inhoudelijk oordeel over de rechtsvragen. Het arrest bevestigt slechts de beslissing van het hof.
Praktische impact
Eisers dienen de proceskosten in cassatie te voldoen en het arrest van het hof blijft onherroepelijk van kracht. Partij VM behoudt de positie die haar bij het hof was toegewezen.
Onderwerp-impact
Zonder kennis van het onderliggende geschil is de sector- of onderwerpsspecifieke impact niet vast te stellen; de uitspraak heeft uitsluitend procesrechtelijke betekenis voor de directe partijen.
Samenvatting
In deze cassatieprocedure bij de Hoge Raad stonden eisers tegenover partij VM na een eerdere procedure bij het hof. De exacte aard en achtergrond van het onderliggende geschil zijn uit de gepubliceerde uitspraak niet kenbaar, omdat de overwegingen nagenoeg volledig ontbreken. Eisers stelden principaal cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. VM had op haar beurt een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld, dat alleen behandeld zou worden indien het principale beroep tot vernietiging zou leiden. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van eisers en kwam tot het oordeel dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden arrest. Op grond van artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie is de Hoge Raad niet gehouden dit oordeel te motiveren, nu beantwoording van rechtsvragen voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht niet noodzakelijk wordt geacht. Dit is een standaardartikel dat de Hoge Raad in staat stelt kansloze cassatieberoepen zonder uitvoerige motivering af te doen. Als gevolg van de verwerping van het principale beroep behoeft het voorwaardelijke incidentele beroep van VM geen behandeling. Eisers worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 905 aan verschotten en € 2.200 aan salaris voor de advocaat van VM, vermeerderd met de wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen wordt betaald. De uitspraak heeft geen zelfstandige juridische of maatschappelijke betekenis buiten de directe partijen: er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en het arrest van het hof wordt onherroepelijk. De impact is daarmee uitsluitend procesrechtelijk van aard en beperkt tot de betrokken partijen.