JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2833Laag22/100

Onrechtmatige procedures leiden tot schadevergoeding na hoger beroep

ECLI:NL:GHDHA:2026:2833, Gerechtshof Den Haag, 22-09-2026, 200.324.032/02

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 22 september 2026Publicatie: 10 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.324.032/02
Aansprakelijkheidsrecht
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
Proceskosten
Onrechtmatige Daad
Eisvermeerdering
Tweeconclusieregel
Misbruik Van Procesrecht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Geschil tussen ex-zwagers over of de ene zwager onrechtmatig heeft gehandeld omdat hij zijn oom op eigen naam heeft laten procederen tegen de andere zwager op grond van een geldlening waarvan de ene zwager wist dat deze niet op de andere zwager kon worden verhaald. Eisvermeerdering ontoelaatbaar. Onrechtmatige daad. Schadevergoeding.

Kern van de zaak

Geïntimeerde vordert schadevergoeding van appellant wegens het onrechtmatig laten voeren van procedures in Nederland en China. Appellant zou bewust zijn oom een procedure hebben laten starten tegen geïntimeerde, terwijl hij wist dat zijn oom geen vordering had. Geïntimeerde vorderde vergoeding van werkelijke proceskosten en uitbreiding van de vordering in hoger beroep.

Beslissing van de rechter

Het hof behandelt principaal en incidenteel hoger beroep gezamenlijk en beoordeelt eerst de toelaatbaarheid van de eisvermeerdering door geïntimeerde. De proceskosten zijn vastgesteld op respectievelijk €8.028,- (principaal) en €3.129,- (incidenteel); de inhoudelijke beslissing over de schadevergoeding is uit de beschikbare tekst niet volledig kenbaar.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijk geschil tussen private partijen zonder fundamentele rechtsvragen; de uitspraak past bestaande regels toe (tweeconclusieregel, onrechtmatige daad) zonder nieuwe rechtsnormen te stellen. De beschikbare tekst is bovendien onvolledig.

Belangrijkste punten

  • 1Tweeconclusieregel (art. 347 lid 1 Rv) beperkt de mogelijkheid tot eisvermeerdering in hoger beroep tot de memorie van grieven of antwoord
  • 2Geïntimeerde breidde zijn vordering uit met schade uit meerdere Nederlandse procedures en procedures in China
  • 3Appellant verzette zich tegen de eisvermeerdering in hoger beroep
  • 4Nederlands recht en Nederlandse rechtsmacht zijn onbetwist van toepassing
  • 5Proceskosten zijn begroot op tarief IV (€2.352,- per punt in principaal beroep)

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert de toepassing van de tweeconclusieregel bij eisvermeerdering in hoger beroep en de grenzen van onrechtmatige daad bij het initiëren van kansloze procedures. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking vanwege de feitelijke aard van het geschil.

Praktische impact

Partijen die schade lijden door bewust kansloze procedures kunnen onder omstandigheden hun werkelijke proceskosten vergoed krijgen als onrechtmatige daad. De uitspraak benadrukt dat eisvermeerdering in hoger beroep aan strikte regels is gebonden.

Onderwerp-impact

Voor grensoverschrijdende geschillen met procedures in meerdere landen (Nederland en China) verduidelijkt de uitspraak dat ook buitenlandse procedures onderdeel kunnen uitmaken van de schadevordering wegens onrechtmatige daad.

Samenvatting

In deze zaak voor het Gerechtshof Den Haag vordert geïntimeerde schadevergoeding van appellant wegens onrechtmatig handelen. Appellant zou zijn oom ertoe hebben aangezet een procedure in Nederland te voeren tegen geïntimeerde, terwijl appellant wist dat zijn oom geen vordering op geïntimeerde had. In eerste aanleg vorderde geïntimeerde vergoeding van de werkelijke proceskosten die hij voor die procedure heeft gemaakt. In hoger beroep breidde geïntimeerde zijn vordering uit met schade geleden door andere Nederlandse procedures (beslag- en kortgedingprocedure) en door procedures die in China zijn gevoerd door oom en/of appellant. Appellant verzette zich tegen deze eisvermeerdering. Het hof stelt voorop dat de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de toepasselijkheid van Nederlands recht niet worden betwist. Vervolgens beoordeelt het hof de toelaatbaarheid van de eisvermeerdering in het licht van de tweeconclusieregel van art. 347 lid 1 Rv, die eisvermeerdering in hoger beroep in beginsel beperkt tot de memorie van grieven of van antwoord. Op deze strakke regel zijn onder omstandigheden uitzonderingen mogelijk. De beschikbare tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de inhoudelijke beoordeling van zowel de onrechtmatigheid als de eisvermeerdering niet volledig kan worden gereconstrueerd. Wel blijkt dat het hof het principaal en incidenteel hoger beroep gezamenlijk behandelt. De proceskosten worden begroot op €8.028,- aan de zijde van geïntimeerde in het principaal beroep en op €3.129,- aan de zijde van appellant in het incidenteel beroep, conform tarief IV. De zaak raakt aan de grenzen van onrechtmatige daad bij misbruik van procesrecht en aan de procedurele spelregels voor eiswijziging in hoger beroep.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 29 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5631

Hardheidsclausule Tijdelijke wet Groningen niet toegepast op aardbevingsschade

38/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5636

Aanvullende compensatie toeslagenaffaire deels afgewezen na medisch advies

38/100Bekijk
Gerechtshof Den Haag·22 sep 2026
Arbeidsrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Arbeidsrelaties
Zorg
ECLI:NL:GHDHA:2026:2847

Hof bekrachtigt ontslag werknemer die reed ondanks visuele beperking

38/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·21 sep 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Zorg
ECLI:NL:GHAMS:2026:2661

Hof bevestigt schadevergoeding na mishandeling timmerman

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied