Merken 'Bouwbakkie' en 'Bakkie' nietig wegens beschrijvendheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2740, Gerechtshof Den Haag, 18-08-2026, 200.343.649-01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Merkenrecht. Onderscheidend vermogen merken? Inburgering? Uniemerkenverordening art. 7 lid 1 (b) en (c;) BVIE art. 2.2bis lid 1 (b) en (c). Handelnaamwet art. 5.
Kern van de zaak
DNACC heeft Benelux- en Uniemerkrechten geregistreerd voor 'BOUWBAKKIE', 'BAKKIE' en 'ROLBAKKIE'. Concurrent [geïntimeerde] gebruikte de tekens 'opslagbakkie' en 'opslagbakkie.nl', waarop DNACC hem aanklaagde wegens merkinbreuk. [Geïntimeerde] vocht de geldigheid van de merken aan en vorderde in reconventie nietigverklaring.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag beoordeelt de grieven tegen de door de rechtbank uitgesproken nietigverklaring van de 'Oude Merken' van DNACC. Het hof gaat er vooralsnog van uit dat de merken elk onderscheidend vermogen missen dan wel uitsluitend beschrijvend zijn in de zin van artikel 7 lid b/c UMVo en artikel 2.2bis BVIE, waarbij inburgering onvoldoende aannemelijk is gemaakt door DNACC.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past binnen bestaande merkenrechtelijke doctrine over beschrijvendheid en vrijhoudingsbehoefte, maar is praktisch relevant voor mkb-ondernemers die productnamen als merk registreren. Het betreft een hofarrest zonder fundamenteel nieuwe rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1Merken bestaande uit beschrijvende termen ('bakkie') kunnen nietig worden verklaard op grond van artikel 7 lid b en c UMVo en artikel 2.2bis BVIE wegens gebrek aan onderscheidend vermogen.
- 2Het hof acht het onwaarschijnlijk dat het BBIE de merken heeft ingeschreven op grond van inburgering, gezien de korte gebruiksduur en het ontbreken van motivering in de BBIE-beslissing.
- 3Het algemeen belang bij vrijhouding van beschrijvende tekens voor andere marktdeelnemers speelt een doorslaggevende rol bij de beoordeling van onderscheidend vermogen.
- 4Het hof is niet gebonden aan beslissingen van het BBIE en verricht een zelfstandige beoordeling van de nietigheid van de merken.
- 5[Geïntimeerde] heeft de inburgering in beide instanties algemeen betwist, wat voldoende is om de bewijslast bij DNACC te leggen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat diminutieve spellingsvarianten van beschrijvende woorden (zoals 'kie'-achtervoegsel) in beginsel onvoldoende zijn om onderscheidend vermogen te verlenen aan een merk. Het hof onderstreept voorts dat rechters niet gebonden zijn aan BBIE-beslissingen over merkgeldigheid.
Praktische impact
Voor DNACC betekent dit dat haar merkrechten op 'BOUWBAKKIE', 'BAKKIE' en 'ROLBAKKIE' mogelijk nietig worden verklaard, waardoor zij [geïntimeerde] niet kan verbieden 'opslagbakkie' te gebruiken en haar marktpositie juridisch onbeschermd blijft.
Onderwerp-impact
Ondernemers in de bouwsector en aanverwante markten worden gewaarschuwd dat generieke of beschrijvende productnamen met populaire dialectische suffixen niet zonder meer als merk kunnen worden gemonopoliseerd.
Samenvatting
In deze zaak staan de merkrechten van DNACC op de woorden 'BOUWBAKKIE', 'BAKKIE' en 'ROLBAKKIE' centraal. DNACC had deze tekens als Benelux- respectievelijk Uniemerk ingeschreven en stelde dat concurrent [geïntimeerde] inbreuk maakte door gebruik van 'opslagbakkie' en 'opslagbakkie.nl'. In eerste aanleg verklaarde de rechtbank de zogenoemde 'Oude Merken' van DNACC nietig. In hoger beroep bestrijdt DNACC deze nietigverklaring via meerdere grieven, terwijl [geïntimeerde] incidenteel appel instelde en tevens nietigverklaring vordert van de 'Nieuwe Merken' van DNACC. Het Gerechtshof Den Haag toetst de merken aan artikel 7 lid b en c van de Uniemerkenverordening en artikel 2.2bis BVIE. Op grond van deze bepalingen kunnen merken nietig worden verklaard indien zij elk onderscheidend vermogen missen of uitsluitend bestaan uit beschrijvende tekens. Het hof benadrukt dat bij deze beoordeling het algemeen belang bij de vrijhouding van beschrijvende termen voor alle marktdeelnemers zwaar weegt. De perceptie van de gemiddelde, redelijk geïnformeerde consument van de betrokken waren en diensten is daarbij de maatstaf. DNACC voerde aan dat de toevoeging '-kie' de merken onderscheidend maakt, en betoogde subsidiair dat de merken zijn ingeburgerd. Het hof volgt deze redenering niet. Het acht het onwaarschijnlijk dat het BBIE de inschrijving heeft gebaseerd op inburgering, nu de merken slechts kort waren gebruikt vóór de inschrijving en de BBIE-beslissing geen motivering bevat op dit punt. Bovendien is het hof niet gebonden aan beslissingen van het BBIE. Nu [geïntimeerde] de inburgering in beide instanties heeft betwist, ligt de bewijslast bij DNACC, die daaraan onvoldoende heeft voldaan. De uitkomst lijkt te zijn dat de nietigverklaring van de Oude Merken in stand blijft, hetgeen ook de inbreukvordering van DNACC ondergraaft.