JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2589Laag22/100

Hof weigert late alimentatieverzoek man wegens procesorde

ECLI:NL:GHDHA:2026:2589, Gerechtshof Den Haag, 08-07-2026, 200.362.482/01 en 200.362.483/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 8 juli 2026Publicatie: 10 augustus 2026
Zaaknummer:200.362.482/01 en 200.362.483/01
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Arbeidsrelaties
Aansprakelijkheid
Zorgregeling
Goede Procesorde
Echtscheiding
Kinderalimentatie
Incidenteel Appel

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

echtscheiding; verdeling echtelijke woning; ontvankelijkheid; rechtsmiddelenregister; partnerschapsvoorwaarden of wettelijke gemeenschap van goederen?; hoofdverblijfplaats minderjarigen en zorgregeling; kinderalimentatie; goede procesorde; incidenteel appel?

Kern van de zaak

Een gescheiden echtpaar procedeert in hoger beroep over kinderalimentatie en zorgregeling. De man dient kort voor de zitting via een 'akte uitlating' alsnog een verzoek om (hogere) kinderalimentatie in. De vrouw heeft de Estische nationaliteit; de kinderen wonen bij de man.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst het laat ingediende alimentatieverzoek van de man af wegens strijd met de goede procesorde. Wel worden de bijgevoegde actuele financiële producties toegelaten; de overige beslissingen van de rechtbank (hoofdverblijfplaats bij man, zorgregeling, art. 3:300 lid 2 BW) blijven in stand.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bekende procesrechtelijke regels toe op een individueel familierechtzaak zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; de impact is beperkt tot de directe partijen.

Belangrijkste punten

  • 1Een vermeerdering van verzoek kort voor de mondelinge behandeling via een 'akte uitlating' kan in strijd zijn met de goede procesorde en wordt dan geweigerd.
  • 2Producties die bij een te late akte zijn gevoegd, kunnen desalniettemin worden toegelaten als zij actuele financiële informatie bevatten.
  • 3Onduidelijk geformuleerd incidenteel appel in een verweerschrift kan ertoe leiden dat het hof dit niet als zodanig kwalificeert.
  • 4De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen is bij de man bepaald; de zorgregeling bij de vrouw is afhankelijk van haar verblijfplaats in Nederland.
  • 5De rechtbank heeft art. 3:300 lid 2 BW toegepast bij gebreke van medewerking van de vrouw aan een bepaalde handeling.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de goede procesorde in hoger beroep strikt wordt gehandhaafd: een verzoeksvermeerdering vlak voor de zitting is ontoelaatbaar, ook als de wederpartij al financiële stukken heeft ingediend. Onduidelijk incidenteel appel wordt niet ambtshalve aangevuld.

Praktische impact

De man kan zijn verzoek om (hogere) kinderalimentatie in deze procedure niet meer aan de orde stellen; hij zal een afzonderlijke procedure moeten starten als hij wijziging van de alimentatie wenst.

Onderwerp-impact

Voor echtscheidingszaken met internationale elementen (verschillende nationaliteiten) en complexe zorgregelingen benadrukt dit arrest het belang van tijdige en heldere procesvoering in hoger beroep.

Samenvatting

In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag staan een gescheiden man en vrouw tegenover elkaar over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun twee minderjarige kinderen, alsmede over kinderalimentatie. Partijen waren gehuwd in 2011 en hebben twee kinderen (geboren in 2009 en 2012). De man heeft de Nederlandse nationaliteit, de vrouw de Estische. De echtscheidingsbeschikking werd in oktober 2025 ingeschreven. De rechtbank had in eerste aanleg de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man bepaald en een zorgregeling met de vrouw vastgesteld. Tevens paste de rechtbank artikel 3:300 lid 2 BW toe vanwege het ontbreken van medewerking van de vrouw aan een bepaalde rechtshandeling. In hoger beroep deed zich een processuele kwestie voor: de man diende kort voor de mondelinge behandeling via een zogenoemde 'akte uitlating' een verzoek in tot (hogere) kinderalimentatie. Het hof beoordeelde dit als een vermeerdering van eis in een laat stadium en oordeelde — conform een beslissing die reeds tijdens de mondelinge behandeling was genomen — dat dit in strijd is met de goede procesorde. Daarbij speelde ook mee dat het incidenteel appel van de man in zijn verweerschrift onvoldoende duidelijk was geformuleerd, waardoor het hof dit niet als zodanig had aangemerkt. Het hof maakte echter een onderscheid: de bij de akte gevoegde actuele financiële producties werden wél toegelaten, nu deze relevante feitelijke informatie bevatten. De overige beslissingen van de rechtbank, waaronder de hoofdverblijfplaats bij de man en de toepassing van art. 3:300 lid 2 BW, bleven in stand. De proceskosten werden gecompenseerd. De uitspraak illustreert dat in familiezaken in hoger beroep de eisen van de goede procesorde onverkort gelden, en dat een te late verzoekswijziging fatale gevolgen kan hebben voor de inhoudelijke beoordeling.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2599Laag
Ondernemingsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2599, Gerechtshof Amsterdam, 10-09-2026, 200.336.928/01 OK

Gerechtshof Amsterdam10 sep 2026Financiele DienstverleningVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2768Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2768, Gerechtshof Den Haag, 03-09-2026, 200.349.078/01

Gerechtshof Den Haag3 sep 2026TransportDienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2736Laag
Burgerlijk procesrecht
Intellectueel-eigendomsrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2736, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.362.621/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied