Hof bekrachtigt weigering inzage ongeschoond politiemutatierapport
ECLI:NL:GHDHA:2026:2487, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.360.534/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Rv. art. 194 en 197. Tijdens lopende hoofdzaak ingestelde vordering in kort geding tot inzage in een politierapport met politiegegevens.
Kern van de zaak
Een appellant verzocht op grond van art. 197 jo 194 Rv inzage in een ongeschoond mutatierapport van de Politie. De voorzieningenrechter wees dit verzoek af, waarna appellant in hoger beroep ging bij het Gerechtshof Den Haag.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter van 26 augustus 2025 en wijst het verzoek tot inzage in het ongeschoonde mutatierapport af. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep van € 2.951,-. De doorslaggevende reden volgt uit art. 194 Rv: de Politie kon zich beroepen op gewichtige redenen die zich verzetten tegen verstrekking van het ongeschoonde document.
Impactscore
LaagHet betreft een bekrachtiging in kort geding zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over art. 194 Rv en de Woo-koppeling en heeft beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Op grond van art. 194 Rv bestaat een recht op inzage in bescheiden bij een rechtsbetrekking, mits er voldoende belang is en geen gewichtige redenen zich verzetten.
- 2Art. 194 lid 3 Rv bepaalt dat bij publieke informatie in de zin van de Woo geen verplichting tot verstrekking bestaat voor zover die informatie ook onder de Woo niet verstrekt hoeft te worden.
- 3Het hof overweegt dat voorlopige bewijsverrichtingen tijdens een lopende procedure beperkt zijn en partijen relevante informatie zoveel mogelijk vóór de procedure dienen te verzamelen.
- 4De grieven van appellant strekten ertoe de Politie alsnog te veroordelen tot inzage in het ongeschoonde mutatierapport, maar het hof volgt dit betoog niet.
- 5Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties, begroot op € 2.951,- in hoger beroep vermeerderd met wettelijke rente.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van art. 194 lid 2 en 3 Rv: gewichtige redenen en de koppeling met de Woo kunnen een effectieve drempel vormen voor inzageverzoeken jegens overheidsinstanties. De uitspraak verduidelijkt tevens de beperkte ruimte voor voorlopige bewijsverrichtingen tijdens een lopende procedure.
Praktische impact
Burgers die inzage wensen in ongeschoonde politierapportages worden geconfronteerd met een hoge drempel: zowel art. 194 Rv (gewichtige redenen) als de Woo-uitzondering kunnen verstrekking blokkeren. Appellant draagt bovendien de volledige proceskosten van beide instanties.
Onderwerp-impact
Voor geschillen waarbij politiedocumentatie centraal staat, bevestigt deze uitspraak dat overheidsdocumenten met een publiek karakter via de Woo-uitzonderingsgrond kunnen worden afgeschermd van civielrechtelijke inzageverzoeken.
Samenvatting
In deze zaak verzocht een appellant het Gerechtshof Den Haag om de Politie te veroordelen tot het verlenen van inzage in een ongeschoond mutatierapport, op grond van art. 197 jo 194 Rv. De voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag had dit verzoek eerder bij vonnis van 26 augustus 2025 afgewezen. In hoger beroep stelde appellant meerdere grieven aan de orde, alle gericht op alsnog toewijzing van het inzageverzoek. Het hof schetst het juridisch kader: op grond van art. 194 lid 1 Rv heeft een partij bij een rechtsbetrekking recht op inzage in relevante gegevens indien hij daarbij voldoende belang heeft. Lid 2 verplicht de houder van de bescheiden tot verstrekking, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Lid 3 voegt hieraan toe dat wanneer het gaat om publieke informatie in de zin van de Wet open overheid (Woo), en de houder geen partij is bij de rechtsbetrekking, er geen verplichting tot verstrekking bestaat voor zover die informatie ook onder de Woo niet verstrekt hoeft te worden. Voorts overweegt het hof dat de mogelijkheid tot het indienen van voorlopige bewijsverrichtingen tijdens een lopende procedure beperkt is: partijen dienen relevante informatie zo veel mogelijk vóór of bij aanvang van de procedure aan de rechter voor te leggen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter. Appellant slaagt er niet in aan te tonen dat de Politie ten onrechte inzage in het ongeschoonde mutatierapport heeft geweigerd. De combinatie van gewichtige redenen (art. 194 lid 2 Rv) en de Woo-uitzondering (art. 194 lid 3 Rv) staat aan verstrekking in de weg. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 2.951,- vermeerderd met wettelijke rente. De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat overheidsinstanties zich effectief kunnen verweren tegen civielrechtelijke inzageverzoeken via de Woo-koppeling in art. 194 Rv.