Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307, Rechtbank Den Haag, 18-09-2026, NL26.13929
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Afwijzing asiel Syrië. Gestelde problemen met Al Nusra op goede gronden ongeloofwaardig geacht. Beoordeling risico op willekeurig geweld in Aleppo (artikel 15c KRi) en artikel 3 EVRM voldoende gemotiveerd. Beroep ongegrond.
Kern van de zaak
Een Syrische asielzoeker heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland. Hij stelt tussen 2010 en 2014 problemen te hebben gehad met leden van het Al Nusra Front en vreest bij terugkeer voor voormalige Al Nusra-leden die nu deel uitmaken van het Syrische veiligheidsapparaat. De minister heeft de aanvraag afgewezen, waarna eiser in beroep is gegaan bij de Rechtbank Den Haag.
Beslissing van de rechter
De rechtbank behandelt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. De minister heeft het tweede asielmotief (problemen met Al Nusra) niet geloofwaardig geacht omdat eiser hier niet over verklaarde in het aanmeldgehoor, zijn verklaringen onwaarschijnlijk werden geacht en hij herhaaldelijk naar zijn woonplaats terugkeerde ondanks gestelde problemen. Op basis van de beschikbare tekst is de uitkomst van het beroep niet volledig kenbaar.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele asielzaak bij een rechtbank van eerste aanleg zonder richtinggevende rechtsvragen. De uitspraak past binnen bestaand asielrechtelijk kader en heeft beperkte precedentwerking. De tekst is bovendien onvolledig, waardoor de einduitkomst onzeker is.
Belangrijkste punten
- 1Minister acht eerste asielmotief geloofwaardig, maar tweede motief (Al Nusra-problemen) niet geloofwaardig
- 2Tegenwerping: eiser vermeldde Al Nusra-problemen niet in aanmeldgehoor, wat bevreemdend wordt geacht
- 3Minister acht het onwaarschijnlijk dat eiser herhaaldelijk naar zijn woonplaats terugkeerde bij gestelde ernstige problemen
- 4Minister stelt dat in Syrië sprake is van een lager niveau van willekeurig geweld zonder individuele risicofactoren bij eiser
- 5Eiser voert in beroep aan dat de tegenwerping over het aanmeldgehoor onterecht is (verdere beoordeling onbekend door onvolledige tekst)
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak betreft de toepassing van geloofwaardigheidsbeoordeling in asielzaken en de weging van het niet eerder verklaren over asielmotieven in het aanmeldgehoor. De juridische uitkomst is op basis van de beschikbare tekst niet volledig vast te stellen.
Praktische impact
Voor eiser betekent de afwijzing dat hij geen verblijfsstatus verkrijgt en wordt geacht terug te keren naar Syrië. De veiligheidsrisico's bij terugkeer, waaronder de gestelde betrokkenheid van voormalige Al Nusra-leden in het nieuwe veiligheidsapparaat, worden door de minister niet aannemelijk geacht.
Onderwerp-impact
De zaak raakt aan de beoordeling van veiligheidssituaties in Syrië en de toetsing van verklaringen van asielzoekers over gewapende groeperingen. Dit is relevant voor vergelijkbare Syrische asielzaken waarbij voormalige leden van Al Nusra of verwante groeperingen worden opgevoerd als vervolger.
Samenvatting
In deze zaak heeft een Syrische asielzoeker beroep ingesteld bij de Rechtbank Den Haag tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelt dat hij van 2010 tot zijn vertrek in 2014 meerdere malen is opgepakt en verhoord door leden van het Al Nusra Front. Bij terugkeer naar Syrië vreest hij voor voormalige Al Nusra-leden die inmiddels zijn opgenomen in het nieuwe Syrische veiligheidsapparaat. Daarnaast is zijn broer gearresteerd nadat er bij hem navraag was gedaan naar eiser, en heeft eisers familie een rechtbankoproep ontvangen die op hem betrekking heeft. De minister heeft twee asielmotieven onderscheiden. Het eerste motief acht de minister geloofwaardig. Het tweede motief — de problemen met Al Nusra — acht de minister echter niet geloofwaardig. De voornaamste gronden hiervoor zijn dat eiser in het aanmeldgehoor niets heeft verklaard over deze problemen, dat zijn latere verklaringen onwaarschijnlijk worden geacht en dat het niet aannemelijk is dat hij herhaaldelijk naar zijn woonplaats terugkeerde als hij daar daadwerkelijk ernstige problemen had. Tevens stelt de minister dat in Syrië sprake is van een lager niveau van willekeurig geweld en dat eiser geen individuele omstandigheden heeft aangedragen die een reëel risico op ernstige schade aannemelijk maken. In beroep bestrijdt eiser onder meer de tegenwerping dat hij het Al Nusra-motief niet in het aanmeldgehoor heeft vermeld. De rechtbank heeft zitting gehouden waarbij eiser, zijn gemachtigde, een tolk en de vertegenwoordiger van de minister aanwezig waren. Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve uitkomst van het beroep niet volledig kenbaar, waardoor de analyse op dit punt onzeker blijft.