JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2465Middel32/100

Hof bevestigt schorsing aandeelhoudersrechten bij statutaire aanbiedingsverplichting

ECLI:NL:GHDHA:2026:2465, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.368.107/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 28 juli 2026Publicatie: 27 juli 2026
Procedure:Hoger beroep kort geding
Zaaknummer:200.368.107/01
Ondernemingsrecht
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Financiele Dienstverlening
Bestuurdersaansprakelijkheid
Kort Geding
Aanbiedingsverplichting
Aandeelhoudersrechten
Besloten Vennootschap
Statuten

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Kort geding. Statutaire aanbiedingsregeling binnen een 50%/50%-joint-venture is onder meer van toepassing bij wijziging van 'enige zeggenschap' bij een van joint venture-partners ('Aandeelhouder-rechtspersoon'). Is deze in dit geval geactiveerd door vervreemding van aandelen op indirect niveau, terwijl naar zeggen van de verkrijger de zeggenschap bij de vervreemder is verbleven? Hof, anders dan de voorzieningrechter: ja.

Kern van de zaak

DGD en Inland Shipping zijn betrokken bij een geschil over de toepassing van een statutaire aanbiedingsverplichting in een besloten vennootschap (IAM). Inland Shipping had in eerste aanleg vorderingen ingesteld over schorsing van stem- en vergaderrechten op grond van artikel 10 lid 12 sub g van de statuten. DGD ging in hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Den Haag wijst de vorderingen van DGD in hoger beroep af en veroordeelt Inland Shipping in de proceskosten van het hoger beroep. De doorslaggevende reden is dat de statutaire aanbiedingsverplichting en de daarmee samenhangende schorsing van stem- en vergaderrechten rechtmatig zijn, nu deze objectief bepaalbaar en nauwkeurig omschreven zijn conform artikel 2:192 BW.

32van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past bestaande rechtspraak en wetgeving toe op een specifiek feitencomplex zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de relevantie is vooral praktisch voor BV-aandeelhoudersgeschillen.

Belangrijkste punten

  • 1Statutaire aanbiedingsverplichtingen in een BV zijn toegestaan op grond van artikel 2:192 BW, mits objectief bepaalbaar en nauwkeurig omschreven.
  • 2Schorsing van stem- en vergaderrechten bij niet-nakoming van de aanbiedingsverplichting is wettelijk mogelijk en in de statuten van IAM geregeld via artikel 10 lid 12 sub g.
  • 3De regeling moet redelijk zijn, gezien het verstrekkende karakter ervan als inbreuk op het eigendomsrecht van een aandeelhouder.
  • 4Spoedeisend belang was in eerste aanleg vastgesteld en is in hoger beroep niet bestreden; het hof achtte dit ook in hoger beroep aanwezig.
  • 5De vordering in reconventie uit eerste aanleg speelde in het hoger beroep geen rol meer, nu daartegen niet was gegriefd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de kaders voor statutaire aanbiedingsverplichtingen en de schorsing van aandeelhoudersrechten bij niet-nakoming, conform artikel 2:192 BW. Dit verduidelijkt de grenzen waarbinnen BV-statuten inbreuk mogen maken op eigendomsrechten van aandeelhouders.

Praktische impact

DGD verliest het hoger beroep en moet de proceskosten dragen; de eerder door Inland Shipping verkregen veroordeling in eerste aanleg blijft in stand. Aandeelhouders in vergelijkbare situaties worden gewaarschuwd dat statutaire aanbiedingsverplichtingen juridisch afdwingbaar zijn als aan de wettelijke vereisten is voldaan.

Onderwerp-impact

Voor ondernemingen met complexe aandeelhoudersstructuren benadrukt deze uitspraak het belang van zorgvuldig opgestelde statuten met objectief bepaalbare en nauwkeurig omschreven aanbiedingsverplichtingen.

Samenvatting

Dit kort-gedingappel bij het Gerechtshof Den Haag betreft een geschil tussen DGD en Inland Shipping over de toepassing van een statutaire aanbiedingsverplichting en de daarmee samenhangende schorsing van stem- en vergaderrechten in de besloten vennootschap IAM. In eerste aanleg had de voorzieningenrechter geoordeeld dat de statutaire regeling van artikel 10 lid 12 sub g van de statuten van IAM rechtmatig was en had hij de vorderingen van Inland Shipping toegewezen. DGD ging in hoger beroep en vorderde afwijzing van de vorderingen van Inland Shipping alsmede terugbetaling van hetgeen DGD ter uitvoering van het vonnis had voldaan. De juridische kernvraag betrof de geldigheid en toepasbaarheid van de statutaire aanbiedingsverplichting. Op grond van artikel 2:192 BW kunnen in de statuten van een BV gevallen worden omschreven waarin een aandeelhouder verplicht is zijn aandelen aan te bieden en over te dragen. Daarbij kan ook worden voorzien in schorsing van stem- en vergaderrechten zolang de aandeelhouder zijn verplichting niet nakomt. Vereist is dat de gevallen objectief bepaalbaar en nauwkeurig omschreven zijn en dat de verplichting redelijk is, gelet op het verstrekkende karakter van de inbreuk op het eigendomsrecht van de aandeelhouder. Het hof bevestigde het oordeel van de voorzieningenrechter: de statutaire regeling van IAM voldoet aan deze voorwaarden. Het spoedeisend belang, dat in eerste aanleg was vastgesteld en niet werd betwist, achtte het hof ook in hoger beroep aanwezig. Het hof wees de vorderingen van DGD af en veroordeelde Inland Shipping in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak laat zien dat goed geconstrueerde statutaire aanbiedingsverplichtingen in BV-verband juridisch standhou­den, ook in kort geding in hoger beroep.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 4 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
32van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Ondernemingsrecht

ECLI:NL:HR:2026:1300Hoog
Ondernemingsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1300, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/03929

Hoge Raad17 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
72/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1934Middel
Ondernemingsrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1934, Gerechtshof Amsterdam, 16-07-2026, 200.362.950/01 OK

Gerechtshof Amsterdam16 jul 2026BestuurdersaansprakelijkheidAi En Algoritmen
54/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2169Middel
Ondernemingsrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2169, Gerechtshof Den Haag, 30-06-2026, BK-25/842

Gerechtshof Den Haag30 jun 2026Financiele DienstverleningBestuurdersaansprakelijkheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:912Hoog
Ondernemingsrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:HR:2026:912, Hoge Raad, 12-06-2026, 25/00053

Hoge Raad12 jun 2026AansprakelijkheidFinanciele Dienstverlening
62/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied