KvK-uitschrijving handelsregister standhoudt ondanks forse investering
ECLI:NL:CBB:2026:397, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24-08-2026, 26/521
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Ambtshalve uitschrijving onderneming uit handelsregister Kamer van Koophandel.
Kern van de zaak
Ondernemer [naam 1] is door de KvK uitgeschreven uit het handelsregister omdat zijn onderneming sinds 2017 geen BTW-nummer meer had en geen aangiftes werden gedaan. Hij stelt dat de onderneming actief was via netwerkopbouw en acquisitie, en dat hij € 500.000 heeft geïnvesteerd. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om de uitschrijving terug te draaien.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Doorslaggevend is dat de onderneming geen activiteiten of omzet heeft als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Handelsregisterbesluit 2008, ondanks de gestelde netwerkactiviteiten en investeringen.
Impactscore
LaagHet betreft een voorlopige voorzieningsprocedure in een individuele zaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst bevestigt bestaande rechtspraak over het activiteitscriterium in het handelsregister en heeft beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1KvK heeft de uitschrijving gebaseerd op een melding van de Belastingdienst dat de onderneming sinds 2017 geen BTW-nummer meer heeft en geen inkomstenaangiftes deed.
- 2KvK heeft meerdere herinneringen gestuurd (e-mail en brief), waarop [naam 1] niet reageerde; het e-mailadres bleek niet meer te bestaan.
- 3Appellant stelt dat netwerkopbouw en acquisitie zonder inkomsten kwalificeren als het drijven van een onderneming, verwijzend naar vaste rechtspraak van het College.
- 4De voorzieningenrechter oordeelt dat niet is voldaan aan het activiteits- en omzetcriterium van artikel 2 lid 2 Hrb 2008.
- 5De gestelde schade (verlies zakenpartners, LOI's in Turkije, € 500.000 investering) leidt niet tot een ander oordeel in deze voorlopige voorzieningsprocedure.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat louter netwerkopbouw en acquisitie zonder aantoonbare omzet of economische activiteit onvoldoende zijn voor inschrijving in het handelsregister op grond van artikel 2 lid 2 Hrb 2008. Dit sluit aan bij de bestaande lijn dat de KvK bevoegd is tot ambtshalve uitschrijving bij het ontbreken van feitelijke ondernemingsactiviteit.
Praktische impact
Ondernemers die langdurig geen BTW-aangiftes doen en niet reageren op verzoeken van de KvK, lopen reëel risico op uitschrijving uit het handelsregister, ook als zij stellen te werken aan toekomstige projecten. Prospectieve investeringen en LOI's bieden onvoldoende bescherming tegen uitschrijving.
Onderwerp-impact
Voor ondernemingen die in een opbouwfase opereren zonder directe omzet – met name in internationale handels- of projectontwikkelingscontexten – benadrukt deze uitspraak het belang van aantoonbare economische activiteit en actieve communicatie met de KvK om uitschrijving te voorkomen.
Samenvatting
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 24 augustus 2026 uitspraak gedaan in een verzoek om voorlopige voorziening van ondernemer [naam 1] tegen de Kamer van Koophandel (KvK). De KvK had zijn onderneming op 4 mei 2026 ambtshalve uitgeschreven uit het handelsregister, nadat de Belastingdienst had gemeld dat de onderneming sinds 2017 geen BTW-nummer meer had en geen inkomstenaangiftes deed. De KvK had [naam 1] tweemaal schriftelijk verzocht om bewijs van actieve bedrijfsvoering, maar ontving geen reactie; het bekende e-mailadres bleek niet meer te bestaan. [Naam 1] verzocht de voorzieningenrechter de uitschrijving te schorsen. Hij voerde aan dat zijn onderneming wél actief was, zij het zonder inkomsten: hij had jarenlang gewerkt aan netwerkopbouw en acquisitie, ruim € 500.000 geïnvesteerd, en stond op het punt projecten in Turkije te starten, zoals blijkend uit letters of intent. Naar zijn mening valt dergelijke activiteit, ook zonder omzet, onder het drijven van een onderneming conform vaste rechtspraak van het College. De voorzieningenrechter verwierp dit betoog en wees het verzoek af. Centraal staat artikel 2, tweede lid, van het Handelsregisterbesluit 2008 (Hrb 2008), dat vereist dat een onderneming daadwerkelijk activiteiten of omzet heeft. Nu daarvan niet is gebleken – geen BTW-nummer, geen aangiftes, geen aantoonbare transacties – heeft de KvK de onderneming terecht uitgeschreven. De gestelde immateriële en financiële schade, waaronder het verlies van zakenpartners en de gedane investeringen, verandert dit oordeel in het kader van een voorlopige voorzieningsprocedure niet. Proceskosten worden niet vergoed. De uitspraak bevestigt dat prospectieve plannen en investeringen zonder aantoonbare economische activiteit onvoldoende zijn om inschrijving in het handelsregister te handhaven.