JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2430Middel35/100

Hof verwerpt verjaringsberoep Dexia in aandelenleasezaak

ECLI:NL:GHDHA:2026:2430, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.227.278/02

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.227.278/02

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dexia / Advisering / Wetenschap / Tussenpersoon / Spaar Select

Kern van de zaak

Appellant(en) procederen tegen Dexia over aandelenlease-overeenkomsten. Dexia had in eerste aanleg een verklaring voor recht gekregen dat zij aan al haar verplichtingen had voldaan. Appellanten komen in hoger beroep op tegen dit vonnis van de kantonrechter.

Beslissing van de rechter

Het hof verwerpt het beroep op verjaring van Dexia. De doorslaggevende reden is dat voor een geldige stuiting op grond van artikel 3:317 lid 1 BW geen precieze feitelijke en juridische omschrijving vereist is, en dat de schriftelijke mededeling van appellanten volstond als stuitingshandeling. De verdere beslissing in hoger beroep is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar.

35van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past binnen een bestendige lijn van rechtspraak over Dexia-aandelenlease en voegt weinig nieuws toe aan het recht, maar is relevant voor nog lopende individuele geschillen. De beschikbare tekst is onvolledig, waardoor de volledige strekking van het arrest onzeker blijft.

Belangrijkste punten

  • 1Vordering appellanten is gebaseerd op onrechtmatige daad van Dexia (aandelenlease); verjaringstermijn vijf jaar ex artikel 3:310 lid 1 BW
  • 2Stuiting van verjaring mogelijk door schriftelijke mededeling waarin schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW)
  • 3Hof oordeelt dat een stuitingsbrief geen precieze feitelijke en juridische grondslag hoeft te bevatten
  • 4Beoordeling van stuitingshandeling is contextafhankelijk en omstandighedengebonden
  • 5Kantonrechter had in eerste aanleg voor recht verklaard dat Dexia aan al haar verplichtingen had voldaan; hoger beroep richt zich op vernietiging daarvan

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de ruime uitleg van artikel 3:317 lid 1 BW: een stuitingsbrief hoeft geen gedetailleerde juridische of feitelijke onderbouwing te bevatten, wat de drempel voor effectieve stuiting laag houdt. Dit sluit aan bij bestaande rechtspraak over aandelenleasezaken.

Praktische impact

Voor gedupeerden van aandelenlease-constructies betekent dit dat eenvoudige, ondubbelzinnige schriftelijke mededelingen volstaan om verjaring te stuiten, zonder dat juridische precisie vereist is. Dexia kan zich in vergelijkbare gevallen niet eenvoudig achter verjaring verschuilen.

Onderwerp-impact

In de aanhoudende aandelenlease-geschillen rondom Dexia beperkt deze uitspraak het verjaringsverweer en biedt zij (voormalige) beleggers meer ruimte om hun vordering nog geldend te maken.

Samenvatting

In deze zaak procederen appellanten in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag tegen Dexia over aandelenlease-overeenkomsten. De kantonrechter had in eerste aanleg voor recht verklaard dat Dexia aan al haar verplichtingen uit de betreffende leaseovereenkomsten had voldaan en derhalve niets meer verschuldigd was aan appellanten, met veroordeling van appellanten in de proceskosten. In hoger beroep voeren appellanten vier grieven aan en vorderen zij vernietiging van dit vonnis en afwijzing van de vordering van Dexia. Centraal juridisch geschilpunt in het beschikbare deel van de uitspraak is het beroep van Dexia op verjaring van de vordering van appellanten. Het hof verwerpt dit beroep. De vordering is gegrond op onrechtmatige daad, waarvoor een verjaringstermijn geldt van vijf jaar vanaf het moment dat de benadeelde daadwerkelijk bekend is geworden met de schade en de aansprakelijke persoon (artikel 3:310 lid 1 BW). Verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW). Het hof oordeelt dat bij de beoordeling of een schriftelijke mededeling als geldige stuitingshandeling kwalificeert, niet alleen de inhoud van de mededeling bepalend is, maar ook de context en de overige omstandigheden van het geval. Dexia's standpunt dat een stuitingsbrief een precieze feitelijke en juridische onderbouwing moet bevatten, wordt door het hof uitdrukkelijk verworpen. Dit is in lijn met vaste rechtspraak over stuiting van verjaring. De uitspraak is gebaseerd op een onvolledig beschikbare tekst, waardoor de volledige beslissing in hoger beroep — inclusief het lot van de overige grieven — niet met zekerheid kan worden vastgesteld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Aansprakelijkheidsrecht

Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5631

Hardheidsclausule Tijdelijke wet Groningen niet toegepast op aardbevingsschade

38/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·21 sep 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Zorg
ECLI:NL:GHAMS:2026:2661

Hof bevestigt schadevergoeding na mishandeling timmerman

18/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:HR:2026:1493

Hoge Raad: Dexia aansprakelijk voor restschuld bij effectenlease

62/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·15 sep 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHAMS:2026:2550

Hof verbiedt lasterlijke uitlatingen aan aandeelhouders en investeerders

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied