JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2427Laag28/100

Dexia-effectenlease: verjaringsargument verworpen, vordering deels toegewezen

ECLI:NL:GHDHA:2026:2427, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.201.143/02

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 22 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.201.143/02

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dexia / Advisering / Wetenschap / Tussenpersoon / Spaar Select

Kern van de zaak

Appellant vordert schadevergoeding van Dexia wegens onrechtmatig handelen bij effectenleaseovereenkomsten. Dexia stelt dat de vordering is verjaard en vordert in reconventie een verklaring voor recht dat zij niets meer verschuldigd is. De kantonrechter wees de vordering deels toe (€ 6,67 wettelijke rente).

Beslissing van de rechter

Het hof verwerpt het beroep van Dexia op verjaring omdat de stuitingshandelingen van appellant voldoende waren; een precieze feitelijke en juridische omschrijving is daarvoor niet vereist. De uitkomst in eerste aanleg – waarbij Dexia slechts een klein restbedrag aan wettelijke rente verschuldigd is – lijkt in hoger beroep opnieuw ter discussie te staan, maar de beslissing is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te reconstrueren.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past in een lange lijn van Dexia-rechtspraak en voegt weinig nieuws toe aan de rechtsontwikkeling; de financiële belangen in de individuele zaak zijn beperkt (€ 6,67 aan wettelijke rente in eerste aanleg).

Belangrijkste punten

  • 1Verjaring op grond van art. 3:310 lid 1 BW: vijfjarige termijn loopt vanaf daadwerkelijke bekendheid met schade en aansprakelijke persoon
  • 2Stuiting op grond van art. 3:317 lid 1 BW vereist geen precieze feitelijke of juridische omschrijving, alleen een ondubbelzinnig voorbehoud van het recht
  • 3Beoordeling van een stuitingshandeling is contextueel en omstandighedenafhankelijk
  • 4Kantonrechter had reeds vastgesteld dat Dexia slechts € 6,67 aan wettelijke rente nog verschuldigd was
  • 5Zowel principaal als incidenteel appel worden door het hof behandeld; de voorwaardelijke grief van Dexia over verjaring wordt verworpen

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de ruime uitleg van stuitingshandelingen ex art. 3:317 lid 1 BW: schuldeisers hoeven in hun stuitingsbrief geen gedetailleerde juridische grondslag te vermelden. Dit sluit aan bij bestaande rechtspraak maar is relevant voor de nog lopende Dexia-effectenleasezaken.

Praktische impact

Gedupeerden van Dexia-effectenleaseovereenkomsten die tijdig hebben gestuit, worden beschermd tegen het verjaringsargument van Dexia, ook als hun stuitingsbrieven niet juridisch nauwkeurig waren geformuleerd.

Onderwerp-impact

In de financiële dienstverlening onderstreept deze uitspraak dat aanbieders van complexe financiële producten zich niet eenvoudig kunnen onttrekken aan aansprakelijkheid via verjaringsverweren wanneer afnemers tijdig (en al dan niet onnauwkeurig) hebben gestuit.

Samenvatting

In deze Dexia-effectenleasezaak heeft het Gerechtshof Den Haag zich gebogen over de vraag of de vordering van appellant op Dexia was verjaard. Appellant had twee effectenleaseovereenkomsten met Dexia gesloten en vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. Dexia stelde dat de vordering was verjaard en vorderde in reconventie een verklaring voor recht dat zij aan al haar verplichtingen had voldaan en niets meer verschuldigd was. De kantonrechter had geoordeeld dat Dexia op één punt nog wel een verplichting had: de betaling van € 6,67 aan wettelijke rente. Beide partijen gingen in hoger beroep. Het hof verwerpt het verjaringsverweer van Dexia. Op grond van artikel 3:310 lid 1 BW verjaart een vordering uit onrechtmatige daad na vijf jaar, te rekenen vanaf het moment waarop de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon. De verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 3:317 lid 1 BW, waarbij de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht voorbehoudt. Het hof benadrukt dat aan een dergelijke mededeling niet de eis mag worden gesteld dat daarin een precieze feitelijke en juridische omschrijving van de vordering wordt gegeven. De beoordeling of een mededeling als geldig stuitingsmiddel kan gelden, is afhankelijk van de inhoud, de context en de overige omstandigheden van het geval. Omdat appellant tijdig en voldoende duidelijk heeft gestuit, is zijn vordering niet verjaard. De uitspraak is individueel van aard en betreft een bekende categorie Dexia-zaken, waarbij de financiële belangen in eerste aanleg beperkt waren. De juridische waarde ligt met name in de bevestiging van de ruime uitleg van de stuitingsvereisten, waarmee gedupeerden beschermd worden tegen verjaringsverweren op formele gronden.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5631

Hardheidsclausule Tijdelijke wet Groningen niet toegepast op aardbevingsschade

38/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·21 sep 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Zorg
ECLI:NL:GHAMS:2026:2661

Hof bevestigt schadevergoeding na mishandeling timmerman

18/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:HR:2026:1493

Hoge Raad: Dexia aansprakelijk voor restschuld bij effectenlease

62/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·15 sep 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHAMS:2026:2550

Hof verbiedt lasterlijke uitlatingen aan aandeelhouders en investeerders

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied