Hof herbeoordeelt overwerk en vakantiedagen na Hoge Raad
ECLI:NL:GHDHA:2026:2175, Gerechtshof Den Haag, 07-07-2026, 200.356.919/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vervolg van Hoge Raad 13 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1871. Geschil over de uitleg van de bonusregeling in de arbeidsovereenkomst. Toepassing Haviltex-maatstaf en aannemelijkheid van rechtsgevolgen. Het hof volgt niet de door werknemer voorgestane uitleg van de bonusregeling. Wel heeft werknemer aanspraak op uitbetaling van vakantiedagen en een vergoeding voor overwerk.
Kern van de zaak
Een werknemer vorderde betaling van overwerk en vakantiedagen van beveiligingsbedrijf Verisure. Na eerdere hofbeschikkingen vernietigde de Hoge Raad delen van de uitspraak, waarna het Gerechtshof Den Haag de zaak opnieuw moest beoordelen.
Beslissing van de rechter
Het hof geeft uitvoering aan de verwijzingsbeschikking van de Hoge Raad; de overwegingen over de bonusregeling en het overwerk worden herbeoordeeld omdat Verisure haar betwisting van het overwerk (vereiste van verzoek/instemming) en het aantal vakantiedagen niet had prijsgegeven. De doorslaggevende reden is dat het eerdere hof relevante verweren van Verisure ten onrechte buiten beschouwing had gelaten.
Impactscore
LaagHet betreft een verwijzingsprocedure in een individueel arbeidsgeschil zonder nieuwe rechtsvragen; de Hoge Raad had de normen reeds gesteld en het hof past deze toe op de concrete feiten.
Belangrijkste punten
- 1De Hoge Raad had geoordeeld dat Verisure niet kon worden tegengeworpen dat zij haar betwisting van de overwerkvorderingen had prijsgegeven.
- 2Volgens de oproepovereenkomst bestaat slechts recht op overwerkvergoeding indien Verisure daarom heeft verzocht of daarmee heeft ingestemd én het overwerk een overmatige omvang heeft.
- 3Het eerdere hof had ten onrechte geoordeeld dat Verisure niet kon volstaan met een blote betwisting van het urenoverzicht, zonder de contractuele overwerkvoorwaarden te betrekken.
- 4Verisure had haar betwisting van het aantal vakantiedagen (26,5 in plaats van 35,42 dagen) en haar verweer tegen de wettelijke rente ex art. 6:119 BW evenmin prijsgegeven.
- 5De zaak is een verwijzingsprocedure: het hof is gebonden aan de rechtsoordelen van de Hoge Raad en herbeoordeelt enkel de openstaande feitelijke en juridische geschilpunten.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bij overwerkvorderingen de rechter de specifieke contractuele voorwaarden (verzoek, instemming, omvang) uitdrukkelijk moet toetsen en niet slechts aan de hand van een urenoverzicht kan oordelen. Tevens wordt bevestigd dat verweren in hoger beroep niet snel als prijsgegeven worden aangemerkt.
Praktische impact
Voor Verisure biedt de verwijzing ruimte om via haar contractuele verweren de overwerk- en vakantiedagenvorderingen (gedeeltelijk) af te weren; voor de werknemer betekent dit dat de definitieve uitkomst van de procedure opnieuw onzeker is.
Onderwerp-impact
In arbeidsrechtelijke procedures over overwerk en vakantiedagen moeten rechters altijd de specifieke contractuele regelingen beoordelen; een enkel overzicht van gewerkte uren is onvoldoende grondslag voor toewijzing indien de overeenkomst aanvullende voorwaarden stelt.
Samenvatting
Deze uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreft de verwijzingsprocedure na een cassatiebeschikking van de Hoge Raad in een arbeidsgeschil tussen een werknemer en beveiligingsbedrijf Verisure. De werknemer had in eerdere instanties betaling gevorderd van overwerkvergoeding, uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen en een bonus, waarbij het hof aanvankelijk deels in zijn voordeel had beslist. De Hoge Raad vernietigde echter verschillende onderdelen van de hofbeschikkingen. De juridische kern van de verwijzingsprocedure spitst zich toe op twee hoofdvragen. Ten eerste de overwerkvergoeding: de Hoge Raad oordeelde dat het eerdere hof ten onrechte had beslist dat Verisure niet kon volstaan met een blote betwisting van het door de werknemer overgelegde urenoverzicht. Gelet op de oproepovereenkomst bestaat er slechts een recht op overwerkvergoeding indien Verisure de werknemer heeft verzocht te overwerken of daarmee heeft ingestemd, én het overwerk een overmatige omvang aanneemt. Verisure had beide voorwaarden gemotiveerd betwist, en dit verweer had het hof in zijn beoordeling moeten betrekken. Ten tweede het aantal vakantiedagen: Verisure had in hoger beroep betwist dat de werknemer 35,42 vakantiedagen had opgebouwd en stelde dat dit er slechts 26,5 waren. De Hoge Raad oordeelde dat Verisure dit verweer niet had prijsgegeven, evenmin als haar betoog dat geen wettelijke rente ex art. 6:119 BW verschuldigd is dan wel dat matiging moet plaatsvinden. Het verwijzingshof is gebonden aan deze rechtsoordelen van de Hoge Raad en zal de openstaande feitelijke en juridische geschilpunten opnieuw moeten beoordelen met inachtneming van de contractuele overwerkvoorwaarden en het betwiste vakantiedagensaldo. De uitkomst voor de werknemer is daarmee opnieuw onzeker.