Voeging herroepingszaken RF en Privatbank gedeeltelijk afgewezen
ECLI:NL:GHDHA:2026:2172, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.368.808/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Incidentele vordering tot voeging ex artikel 222 Rv afgewezen wegens onvoldoende samenhang van zaken (verschillende rechtsmiddelen).
Kern van de zaak
RF vordert voeging van twee bij het Gerechtshof Den Haag aanhangige zaken: één betreffende herroeping van rechterlijke arresten (art. 382 Rv) en één betreffende herroeping van arbitrale vonnissen (art. 1068 Rv). De wederpartij is Privatbank. RF wil processuele efficiëntie door formele voeging.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de primaire vordering tot formele voeging op grond van artikel 222 Rv af, omdat onvoldoende samenhang bestaat tussen de twee zaken: het gaat om juridisch verschillende rechtsmiddelen (herroeping van arresten versus herroeping van arbitrale vonnissen). Subsidiair worden de zaken wel op de rol gevoegd om de procesvoering gelijk te laten lopen.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurele tussenbeslissing over voeging in een specifieke tweepartijengeschil; de inhoudelijke herroepingsvorderingen zijn nog niet beoordeeld en de rechtsregel over artikel 222 Rv is niet nieuw.
Belangrijkste punten
- 1Formele voeging ex artikel 222 Rv vereist voldoende verknochtheid; die ontbreekt hier omdat herroeping van arresten (art. 382 Rv) en herroeping van arbitrale vonnissen (art. 1068 Rv) verschillende rechtsmiddelen zijn.
- 2Het hof wijst de primaire vordering tot voeging af maar honoreert de subsidiaire vordering tot rolkoppeling voor procedurele gelijkloopbaarheid.
- 3Proceskosten van het voegingsincident worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
- 4Privatbank krijgt zes weken na de uitspraak voor conclusie van antwoord.
- 5De uitspraak is fragmentarisch; de hoofdzaak en eventuele incidenten ex art. 21, 22, 194 en 195 Rv zijn nog niet inhoudelijk beslist.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat herroeping van rechterlijke uitspraken en herroeping van arbitrale vonnissen als afzonderlijke rechtsmiddelen onvoldoende verknocht zijn voor formele voeging ex artikel 222 Rv, ook al delen zij hetzelfde begrip 'herroeping'.
Praktische impact
RF en Privatbank procederen in twee parallelle zaken die processueel gelijklopend worden behandeld, maar juridisch gescheiden blijven; dit heeft gevolgen voor de bewijsvoering, kostenbeslissingen en mogelijke uitkomsten per zaak.
Onderwerp-impact
In financiële geschillen waarbij zowel rechterlijke als arbitrale uitspraken worden aangevochten, biedt rolkoppeling een praktische oplossing zonder de juridische zelfstandigheid van elk rechtsmiddel aan te tasten.
Samenvatting
In deze zaak voor het Gerechtshof Den Haag vorderde RF voeging van twee bij hetzelfde hof aanhangige procedures tegen Privatbank. In de ene zaak vordert RF herroeping van rechterlijke arresten op grond van artikel 382 Rv; in de andere zaak herroeping van arbitrale vonnissen op grond van artikel 1068 Rv. RF betoogde dat de zaken voldoende verknocht zijn om formeel te worden gevoegd ex artikel 222 Rv, dan wel subsidiair om op de rol te worden samengevoegd voor een gelijklopende procesvoering. Het hof stelt voorop dat artikel 222 Rv voeging toelaat van verknochte zaken die gelijktijdig voor dezelfde rechter aanhangig zijn. De centrale juridische vraag is of de twee herroepingszaken voldoende samenhang vertonen. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend: hoewel beide zaken een vordering tot herroeping betreffen, gaat het om wezenlijk verschillende rechtsmiddelen. Herroeping van rechterlijke uitspraken en herroeping van arbitrale vonnissen kennen elk een eigen wettelijk regime, eigen toepassingsvoorwaarden en een eigen systematiek. Die juridische verscheidenheid staat in de weg aan de voor artikel 222 Rv vereiste verknochtheid. De primaire vordering tot formele voeging wordt dan ook afgewezen. De subsidiaire vordering tot rolkoppeling wordt wel toegewezen: het hof plaatst beide zaken op dezelfde roldatum zodat de procesvoering gelijkloopt. Dit is een praktische maatregel die procedurele efficiëntie bevordert zonder afbreuk te doen aan de juridische zelfstandigheid van elk geding. De proceskosten van het voegingsincident worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. Privatbank krijgt zes weken de tijd voor een conclusie van antwoord. De inhoudelijke beoordeling van de herroepingsvorderingen staat nog open.