JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2045Laag28/100

Dexia-effectenlease: verjaringsverweer verworpen, Hofmodel toegepast

ECLI:NL:GHDHA:2026:2045, Gerechtshof Den Haag, 09-06-2026, 200.227.276/02

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 9 juni 2026Publicatie: 24 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.227.276/02

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dexia / advisering / wetenschap / tussenpersoon / Spaar Select

Kern van de zaak

Appellante vordert van Dexia schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen bij een effectenleaseovereenkomst. Dexia beroept zich op verjaring van de vordering. De kantonrechter had al geoordeeld over de omvang van Dexia's verplichtingen op basis van het zogenoemde Hofmodel.

Beslissing van de rechter

Het hof verwerpt het beroep op verjaring van Dexia: de vordering is tijdig gestuit door een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 3:317 lid 1 BW. De tekst is onvolledig, maar de procedure betreft de vaststelling van hetgeen Dexia op grond van het Hofmodel aan appellante verschuldigd is.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele effectenleasezaak in hoger beroep die bestaande jurisprudentie over verjaring en stuiting bevestigt zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de uitspraak is niet richtinggevend maar past in een lange reeks Dexia-procedures.

Belangrijkste punten

  • 1Vordering appellante gebaseerd op onrechtmatige daad Dexia bij effectenleaseovereenkomst (art. 6:162 BW)
  • 2Verjaringstermijn van vijf jaar ex art. 3:310 lid 1 BW start bij daadwerkelijke bekendheid met schade en aansprakelijke persoon
  • 3Stuiting verjaring via schriftelijke mededeling ex art. 3:317 lid 1 BW vereist geen precieze feitelijke of juridische onderbouwing
  • 4Hof beoordeelt context en omstandigheden van de stuitingshandeling, niet uitsluitend de bewoordingen
  • 5Toepassing van het Hofmodel ter berekening van Dexia's financiële verplichtingen jegens appellante

Impactanalyse

Juridische impact

Het arrest bevestigt de vaste lijn dat voor een geldige stuitingshandeling ex art. 3:317 lid 1 BW geen volledige feitelijke en juridische specificatie vereist is, wat van belang is voor effectenleasegeschillen met Dexia. Dit sluit aan bij bestaande jurisprudentie over de drempel voor stuiting van verjaring.

Praktische impact

Voor gedupeerden van effectenleaseproducten betekent dit dat een relatief eenvoudige schriftelijke mededeling voldoende kan zijn om verjaring te stuiten en het recht op schadevergoeding te bewaren.

Onderwerp-impact

In de financiële dienstverlening bevestigt dit arrest dat aanbieders van effectenleaseproducten zoals Dexia zich niet eenvoudig kunnen onttrekken aan aansprakelijkheid via een beroep op verjaring wanneer consumenten tijdig hebben gereageerd.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep van een consument (appellante) tegen een vonnis in een effectenleasegeschil met Dexia. Appellante had een effectenleaseovereenkomst gesloten met Dexia en vordert schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen door Dexia. De kantonrechter had op basis van het zogenoemde Hofmodel vastgesteld wat Dexia aan appellante verschuldigd is, en appellante is in de proceskosten veroordeeld. In hoger beroep concludeert appellante tot vernietiging van het vonnis en afwijzing van Dexia's vordering, terwijl Dexia bekrachtiging nastreeft. De centrale juridische vraag die het hof in de besproken overwegingen behandelt, betreft het beroep op verjaring van Dexia. Dexia stelt dat de vordering van appellante is verjaard. Het hof wijst dit verweer van de hand. Op grond van artikel 3:310 lid 1 BW verjaart een vordering uit onrechtmatige daad door verloop van vijf jaren na de dag waarop de benadeelde daadwerkelijk bekend is geworden met de schade en de aansprakelijke persoon. Verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 3:317 lid 1 BW, waarbij de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht voorbehoudt. Het hof overweegt dat bij de beoordeling of een schriftelijke mededeling kwalificeert als geldige stuitingshandeling, niet uitsluitend de bewoordingen bepalend zijn, maar ook de context en overige omstandigheden van het geval. Anders dan Dexia betoogt, mag aan een stuitingsbrief niet de eis worden gesteld dat daarin een nauwkeurige feitelijke en juridische grondslag van het vorderingsrecht wordt uiteengezet. Hiermee hanteert het hof een voor consumenten gunstige en in de rechtspraak ingeburgerde maatstaf. De tekst van de uitspraak is gedeeltelijk beschikbaar, waardoor de volledige beslissing over de omvang van Dexia's verplichtingen op basis van het Hofmodel niet volledig kan worden beoordeeld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 16 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:GHSHE:2026:1681Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHSHE:2026:1681, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-06-2026, 200.356.052_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch30 jun 2026SchadevergoedingZorg
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2083Middel
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2083, Gerechtshof Den Haag, 30-06-2026, 200.332.838/01

Gerechtshof Den Haag30 jun 2026SchadevergoedingOverheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:3684Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:3684, Raad van State, 24-06-2026, 202504432/1/A2

Raad van State24 jun 2026SchadevergoedingOverheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1925Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1925, Gerechtshof Amsterdam, 23-06-2026, 200.363.784/01

Gerechtshof Amsterdam23 jun 2026VerzekeringAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied