JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:1975Middel38/100

Puma-merkinbreuk door Sporttrading: uitputting afgewezen

ECLI:NL:GHDHA:2026:1975, Gerechtshof Den Haag, 23-06-2026, 200.337.405/01 en 200.346.691/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 23 juni 2026Publicatie: 16 juni 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.337.405/01 en 200.346.691/01
Intellectueel-eigendomsrecht
Merkenrecht
Retail
Aansprakelijkheid
Merkuitputting
Puma
Parallelle Handel
Merkinbreuk
Sportartikelen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Merkenrecht. Beroep op uitputting. Beoordeling van de facturenstroom en van afwijkende productkenmerken. Bekrachtiging van een inbreukverbod met een aantal nevenveroordelingen.

Kern van de zaak

Sporttrading leverde 10.500 dubbelverpakkingen Puma boxershorts aan de Noorse winkelketen Europris. Puma stelde dat Sporttrading inbreuk maakte op haar merkrechten. Sporttrading beriep zich op uitputting van de Puma-merkrechten, stellende dat de goederen rechtmatig binnen de EU in het verkeer waren gebracht.

Beslissing van de rechter

Het Gerechtshof Den Haag bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Den Haag, zij het op andere gronden. Het beroep op uitputting van de merkrechten wordt verworpen, waarmee de merkinbreuk door Sporttrading vaststaat.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak past in een bestendige lijn rond merkuitputting en parallelle handel en voegt weinig nieuws toe aan het recht, maar heeft wel praktische betekenis voor de sportartikelen- en retailsector vanwege de heldere toepassing van het uitputtingsleerstuk.

Belangrijkste punten

  • 1Sporttrading erkent dat zij 10.500 dubbelverpakkingen Puma boxershorts aan Europris heeft verkocht en geleverd, en dat zij de enige leverancier was.
  • 2Daarmee staat vast dat Sporttrading binnen de EU identieke tekens heeft gebruikt voor identieke waren als waarvoor de Puma-merken zijn ingeschreven (merkinbreuk in beginsel gegeven).
  • 3Sporttrading doet een beroep op uitputting van merkrechten ex artikel 13 lid 1 UMVo/artikel 2.23 lid 3 BVIE, stellende dat de boxershorts via GTS rechtmatig in het verkeer zijn gebracht.
  • 4Het hof komt op andere gronden dan de rechtbank tot dezelfde beslissing en wijst het uitputtingsverweer af.
  • 5De uitspraak betreft twee gevoegde hogerberoepszaken (zaak 1: deelvonnis, zaak 2: eindvonnis), waarbij ook de kostenveroordeling in geschil was.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de bewijslast voor uitputting van merkrechten zwaar is: een handelaar die merkgoederen via een tussenpartij betrekt moet de herkomst en rechtmatige eerste verhandeling binnen de EER aantoonbaar maken. De drempel voor een geslaagd uitputtingsverweer in parallelle invoerzaken blijft hoog.

Praktische impact

Sporttrading wordt gehouden aan de gevolgen van merkinbreuk en kan de levering aan Europris niet dekken met een uitputtingsverweer. Dit heeft directe consequenties voor de schadevergoeding en/of winstafdracht aan Puma en mogelijke verdere handhavingsmaatregelen.

Onderwerp-impact

Voor de (sport)retailsector onderstreept dit arrest dat handelaren die merkartikelen via grijze kanalen inkopen en doorverkopen een aanzienlijk juridisch risico lopen als zij de rechtmatige eerste verhandeling binnen de EER niet kunnen bewijzen.

Samenvatting

In deze hogerberoepsprocedure stond centraal of Sporttrading inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van Puma door 10.500 dubbelverpakkingen Puma boxershorts te leveren aan de Noorse winkelketen Europris. Sporttrading betwistte de herkomst van de goederen niet, maar stelde zich op het standpunt dat de Puma-merkrechten waren uitgeput omdat de boxershorts via de tussenpartij GTS rechtmatig binnen de Europese Economische Ruimte in het verkeer waren gebracht. Puma bestreed dit en stelde dat Sporttrading geen toestemming had verkregen van Puma voor het in het verkeer brengen van deze producten binnen de EER. Het Gerechtshof Den Haag overweegt dat tussen partijen vaststaat dat Sporttrading identieke Puma-merktekens heeft gebruikt voor identieke waren waarvoor de merken zijn ingeschreven. Daarmee is het merkenrechtelijk gebruik gegeven. De centrale vraag was of het beroep op uitputting slaagt. Het hof verwerpt dit verweer — zij het op andere gronden dan de rechtbank — en bekrachtigt zowel het deelvonnis als het eindvonnis van de rechtbank Den Haag. Uit de beschikbare tekst blijkt dat het hof de door Sporttrading gestelde keten van leveringen via GTS onvoldoende bewezen of rechtmatig acht om uitputting aan te nemen. De uitspraak illustreert dat handelaren in merkgoederen die via grijze handelskanalen worden ingekocht een zware bewijslast dragen om uitputting succesvol in te roepen. Zij moeten aantonen dat de merkhouder of een door hem gemachtigde de goederen voor het eerst binnen de EER in het verkeer heeft gebracht. Ontbreekt dat bewijs, dan blijft de merkhouder zijn rechten handhaven. Voor de retailsector is dit een bevestiging dat parallelle handel in merkgoederen zonder sluitende documentatie van de handelsketen aanzienlijke juridische risico's meebrengt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Intellectueel-eigendomsrecht

ECLI:NL:HR:2026:1249Laag
Burgerlijk procesrecht
Intellectueel-eigendomsrecht

ECLI:NL:HR:2026:1249, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02035

Hoge Raad10 jul 2026MerkenrechtAuteursrecht
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied