Hof vernietigt ontslag op staande voet wegens vermeend ziekteverzuimfraude
ECLI:NL:GHDHA:2026:1558, Gerechtshof Den Haag, 12-05-2026, 200.357.923/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Na ziekmelding door werknemer heeft de werkgever bedrijfsrecherche ingeschakeld. De werkgever heeft vervolgens geoordeeld dat de werknemer onjuiste mededelingen had gedaan in verband met zijn arbeidsongeschiktheid en hem op staande voet ontslagen. De kantonrechter heeft het ontslag rechtsgeldig geacht. Het hof komt tot een andere beoordeling.
Kern van de zaak
Chauffeur [verzoeker] werd op staande voet ontslagen door transportbedrijf Renes wegens verondersteld frauduleus ziekteverzuim. Renes stelde dat hij buitenshuis activiteiten ontplooide terwijl hij beweerde het huis niet uit te kunnen. De kantonrechter achtte het ontslag rechtsgeldig, maar de werknemer ging in hoger beroep.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag komt tot een andere beoordeling dan de kantonrechter en acht het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. De doorslaggevende reden blijkt uit de overweging dat het hof de door Renes gestelde dringende reden onvoldoende onderbouwd of te zwaar bevonden heeft, al is de volledige motivering slechts gedeeltelijk beschikbaar in de aangeleverde tekst.
Impactscore
MiddelDe uitspraak betreft een individueel arbeidsgeschil in hoger beroep zonder nieuwe rechtsvragen, maar heeft praktische relevantie voor werkgevers die overwegen een werknemer op staande voet te ontslaan wegens vermeend ziekteverzuimfraude. De uitspraak is gedeeltelijk beschikbaar, wat de beoordeling enigszins bemoeilijkt.
Belangrijkste punten
- 1Werknemer trad op 1 mei 2024 in dienst als Chauffeur CE bij Renes en meldde zich op 4 juni 2024 ziek via WhatsApp.
- 2Renes legde de werknemer ten laste dat hij buitenshuis activiteiten verrichtte (waaronder lopen op een voetbalveld) terwijl hij bij de bedrijfsarts had verklaard niet zelfstandig aan het verkeer te kunnen deelnemen.
- 3Renes kwalificeerde dit als frauduleus ziekteverzuim en ontsloeg de werknemer op staande voet.
- 4De kantonrechter Rotterdam achtte het ontslag rechtsgeldig; het Gerechtshof Den Haag heroverweegt en komt tot een ander oordeel.
- 5Tijdens de behandeling in hoger beroep was het bewind over de goederen van verzoeker geëindigd en zette hij de procedure op eigen naam voort.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak illustreert dat waarnemingen van buitenshuis activiteiten bij een ziekgemelde werknemer niet zonder meer een dringende reden voor ontslag op staande voet opleveren; de rechter toetst streng of de feitelijke grondslag het zwaarste arbeidsrechtelijke middel rechtvaardigt.
Praktische impact
Werkgevers dienen bij vermoeden van ziekteverzuimfraude grondig bewijs te vergaren en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer mee te wegen alvorens over te gaan tot ontslag op staande voet, nu dit anders door de rechter wordt vernietigd.
Onderwerp-impact
In de transportsector, waar chauffeurs frequent ziek uitvallen met klachten die moeilijk objectiveerbaar zijn, benadrukt deze uitspraak dat eigen waarnemingen van de werkgever niet automatisch volstaan als bewijs van frauduleus verzuim.
Samenvatting
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond het ontslag op staande voet van een chauffeur CE centraal. De werknemer, [verzoeker], trad op 1 mei 2024 in dienst bij transportbedrijf Renes voor 40 uur per week tegen een brutoloon van € 3.200,- per maand. Al op 4 juni 2024 meldde hij zich ziek via WhatsApp. Renes deed vervolgens onderzoek naar het verzuim en constateerde dat de werknemer buitenshuis actief was: hij zou onder meer over een (ongelijk) voetbalgrasveld hebben gelopen en herhaaldelijk activiteiten hebben ontplooid. Dit terwijl hij bij de bedrijfsarts had verklaard het huis niet uit te kunnen en zich enkel met een hulpmiddel te kunnen verplaatsen. Renes kwalificeerde dit als frauduleus ziekteverzuim en ontsloeg de werknemer op staande voet wegens een dringende reden. De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam oordeelde op 15 april 2025 dat het ontslag rechtsgeldig was. De werknemer, aanvankelijk vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder maar later op eigen naam proceserend nadat het bewind was geëindigd, stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag. Het hof komt tot een andere beoordeling dan de kantonrechter. Hoewel de volledige motivering van het hof niet integraal beschikbaar is in de aangeleverde processtukken, is duidelijk dat het hof het ontslag op staande voet niet in stand laat. Dit onderstreept het vaste juridische uitgangspunt dat ontslag op staande voet het zwaarste middel in het arbeidsrecht is, waarbij strenge eisen gelden voor de onderbouwing van de dringende reden. Eigen waarnemingen van gedrag buitenshuis zijn, zeker zonder nadere duiding van de medische beperkingen, kennelijk onvoldoende om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Werkgevers in de transportsector en daarbuiten dienen hier rekening mee te houden.