Ontslag PIW-er op staande voet vernietigd wegens ontbrekende dringende reden
ECLI:NL:GHAMS:2026:1247, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 200.360.079/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bewaarder wordt na flirterig gedrag met bewoonster op staande voet ontslagen door DJI. Anders dan kantonrechter oordeelt het hof dat er geen dringende reden was
Kern van de zaak
Een penitentiaire inrichtingswerker (PIW-er) bij DJI werd op staande voet ontslagen wegens onprofessioneel gedrag jegens een gedetineerde. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een dringende reden en ernstige verwijtbaarheid. De PIW-er ging in hoger beroep en betwistte zowel het onprofessionele karakter van de relatie als de aanwezigheid van een dringende reden.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was wegens het ontbreken van een dringende reden, waardoor DJI een billijke vergoeding verschuldigd is. Hoewel het hof vaststelt dat het gedrag van appellant evident onprofessioneel was (flirterig, onnodige aanrakingen), was dit kennelijk onvoldoende om de kwalificatie 'dringende reden' in de zin van artikel 7:677 BW te dragen.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is relevant voor arbeidsrecht in de publieke/penitentiaire sector en bevestigt de hoge drempel voor ontslag op staande voet, maar betreft een feitelijk oordeel in een individuele zaak zonder richtinggevende nieuwe rechtsnorm.
Belangrijkste punten
- 1Het hof erkent dat het gedrag van de PIW-er (aai over de rug, hand strelen, buikprikjes) de normale amicale omgang te buiten ging en evident onprofessioneel was
- 2Ondanks vastgesteld onprofessioneel gedrag concludeert het hof dat geen sprake was van een dringende reden voor ontslag op staande voet
- 3Bij het ontbreken van een dringende reden is een billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW automatisch verschuldigd door DJI
- 4De loonschade van appellant tot de datum waarop hij elders werk vond (17 april 2025) bedraagt iets meer dan € 7.000,- bruto
- 5De kantonrechter had niet expliciet beslist op het verzoek gebaseerd op artikel 7:673 lid 8 BW, wat meespeelde in de hoger beroepsprocedure
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat ook bij evident onprofessioneel en grensoverschrijdend gedrag de lat voor ontslag op staande voet (dringende reden ex artikel 7:677 BW) hoog blijft, en dat persoonlijke omstandigheden en proportionaliteit doorslaggevend kunnen zijn. Bij het ontbreken van een dringende reden is de billijke vergoeding ex artikel 7:681 BW van rechtswege verschuldigd.
Praktische impact
DJI is als werkgever een billijke vergoeding verschuldigd aan de ontslagen PIW-er, bovenop mogelijke andere aanspraken; de werknemer vond inmiddels tijdelijk werk elders, wat de loonschade beperkt tot circa € 7.000,- bruto.
Onderwerp-impact
Voor de penitentiaire sector onderstreept deze uitspraak dat ontslag op staande voet van gevangenispersoneel wegens grensoverschrijdend gedrag jegens gedetineerden zorgvuldig moet worden onderbouwd en dat de proportionaliteitstoets zwaar weegt.
Samenvatting
In deze zaak stond centraal of het ontslag op staande voet van een penitentiaire inrichtingswerker (PIW-er) bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) rechtsgeldig was. De PIW-er was ontslagen wegens onprofessioneel gedrag jegens een gedetineerde, vastgelegd op camerabeelden van 3 maart 2025. De kantonrechter had geoordeeld dat sprake was van een dringende reden en ernstige verwijtbaarheid, en wees de vorderingen van de werknemer af. In hoger beroep betwistte de PIW-er zowel de kwalificatie van zijn gedrag als de aanwezigheid van een dringende reden. Het Gerechtshof Amsterdam stelt vast dat PIW-ers tot taak hebben een professionele vertrouwensrelatie met bewoners op te bouwen, en dat een zekere mate van amicale omgang daarbij past. Op basis van de camerabeelden stelt het hof echter ook vast dat het gedrag van appellant – waaronder aaitjes over de rug, hand vasthouden en strelen, en wederzijdse buikprikjes – de normale amicale omgang duidelijk te buiten ging en evident onprofessioneel en 'flirterig' van aard was. Desondanks concludeert het hof dat dit gedrag, alle omstandigheden in aanmerking genomen, niet de kwalificatie van een dringende reden in de zin van artikel 7:677 BW kan dragen. Daarmee was het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Als gevolg hiervan is DJI op grond van artikel 7:681 BW van rechtswege een billijke vergoeding verschuldigd. Het hof dient de hoogte daarvan vast te stellen op basis van alle omstandigheden van het geval. Appellant had zijn loonschade tot 17 april 2025 – de datum waarop hij elders tijdelijk werk vond – berekend op iets meer dan € 7.000,- bruto. De uitspraak illustreert dat zelfs bij vastgesteld grensoverschrijdend gedrag de proportionaliteitstoets bij ontslag op staande voet doorslaggevend kan zijn.