Chemisch bedrijf veroordeeld voor gevaarlijke werkomstandigheden na explosie-incident
ECLI:NL:GHSHE:2026:1243, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 01-05-2026, 20-000684-22
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtredingen van veiligheidsvoorschriften, die specifiek voor de verdachte als BRZO-bedrijf golden. Ook heeft de verdachte jarenlang een bevel tot stillegging dat was gegeven door de Inspectie SZW genegeerd. Het hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 130.000,00.
Kern van de zaak
Een chemisch bedrijf in Klundert (gemeente Moerdijk) werd strafrechtelijk vervolgd wegens overtredingen van de arbeidsomstandighedenwetgeving, het Besluit risico's zware ongevallen 2015 en de omgevingsvergunning. Het bedrijf zou medewerkers onvoldoende hebben voorgelicht over brandbare stoffen en explosieveiligheid, en had gevaren bij reactor 2 onvoldoende geïdentificeerd. Ook voldeed de opslag van gevaarlijke stoffen niet aan PGS 15-normen.
Beslissing van de rechter
Het gerechtshof vernietigt het vonnis van de eerste aanleg en doet opnieuw recht, waarbij het bedrijf wordt veroordeeld tot een geldboete van € 130.000. Doorslaggevend zijn de bewezen geachte overtredingen van de BRZO 2015, de Arbeidsomstandighedenwet en de omgevingsvergunningsvoorschriften.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is relevant voor de chemische industrie en BRZO-bedrijven, maar betreft een toepassingsgerichte veroordeling zonder fundamenteel nieuwe rechtsvragen; de boetehoogte en feitelijke context beperken de bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Bedrijf heeft medewerkers onvoldoende voorgelicht over risico's van brandbare stoffen (vlampunt ≤ 43°C) en ATEX-zones
- 2Gevaren van zware ongevallen bij reactor 2 zijn niet of onvoldoende geïdentificeerd en beoordeeld conform BRZO 2015
- 3Opslag gevaarlijke stoffen in opslagvoorziening O3 voldeed niet aan PGS 15-voorschrift 4.5.1
- 4Veroordeeld op grond van economische delicten (WED) in combinatie met WMB, Arbeidsomstandighedenwet en WABO
- 5Geldboete van € 130.000 opgelegd na vernietiging eerste aanleg vonnis
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat chemische bedrijven die onder het BRZO-regime vallen, strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld via de WED wanneer zij tekortschieten in gevaaridentificatie en personeelsinstructie. Het combineert meerdere wettelijke stelsels in één strafvervolging.
Praktische impact
Het bedrijf moet een boete van € 130.000 betalen en de uitspraak onderstreept voor de chemische industrie het belang van aantoonbaar adequate ATEX-instructies, BRZO-risicobeoordelingen en naleving van PGS 15-opslagvoorschriften.
Onderwerp-impact
Voor de chemische en procesindustrie verduidelijkt dit arrest dat tekortkomingen in veiligheidsbeheersystemen rond zware-accidentenrisico's direct strafrechtelijke consequenties kunnen hebben, ook wanneer er (nog) geen dodelijk slachtoffer is gevallen.
Samenvatting
Dit arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreft de strafrechtelijke vervolging van een chemisch bedrijf gevestigd in Klundert (gemeente Moerdijk) wegens een reeks overtredingen begaan in april 2018. De zaak spitst zich toe op drie clusters van verwijten. Ten eerste heeft het bedrijf één of meer productiemedewerkers onvoldoende voorgelicht over de risico's verbonden aan het werken met brandbare stoffen met een vlampunt kleiner of gelijk aan 43°C, explosieveiligheid en de aanwezige ATEX-zones. Ten tweede heeft het bedrijf nagelaten om bij reactor 2 de gevaren van zware ongevallen systematisch te identificeren en te beoordelen, zoals vereist door artikel 5 en 17 van het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (BRZO 2015), in het bijzonder bij de productie van de stoffen ADD P-069, ADD-P004, Cliqsperse BF en ADD-P024. Ten derde voldeed de opslag van gevaarlijke stoffen in opslagvoorziening O3 niet aan voorschrift 4.5.1 van PGS 15, omdat stoffen met een vlampunt tussen 62 en 100°C niet conform beschermingsniveau 1 (tabel 4 PGS 15) werden opgeslagen, hetgeen in strijd was met de omgevingsvergunning van de gemeente Moerdijk. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt het bedrijf opnieuw. De veroordeling steunt op de Wet op de economische delicten in samenhang met de Wet milieubeheer, de Arbeidsomstandighedenwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het BRZO 2015. Als straf wordt een geldboete van € 130.000 opgelegd. De uitspraak illustreert dat BRZO-plichtige bedrijven langs strafrechtelijke weg ter verantwoording kunnen worden geroepen wanneer tekortkomingen in het veiligheidsbeheersysteem worden vastgesteld, ook bij afwezigheid van een fataal incident.