KLM moet vrachtvliegers erkennen als werknemers per 2014
ECLI:NL:GHAMS:2026:2680, Gerechtshof Amsterdam, 22-09-2026, 200.344.457
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)kopje volgt
Kern van de zaak
Een groep vrachtvliegers (appellanten) stelt dat zij per 1 januari 2014 op grond van overgang van onderneming in dienst zijn getreden bij KLM. De rechtbank erkende dit in haar overwegingen, maar wees de bijbehorende vorderingen (verklaringen voor recht) ten onrechte niet toe. De vliegers gaan in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is slechts gedeeltelijk beschikbaar, maar uit de fragmenten blijkt dat het hof de eerste grief van appellanten inhoudelijk beoordeelt over het ontbreken van toewijzing van vorderingen ondanks bevestigende overwegingen van de rechtbank. De definitieve beslissing op de vorderingen sub a en b (verklaringen voor recht inzake overgang van onderneming) is op basis van de beschikbare tekst niet volledig vast te stellen.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een specifieke groep werknemers (vrachtvliegers KLM) en een herhaling van een eerder arrest van het Hof Den Haag; de juridische vraag over overgang van onderneming is niet nieuw, maar de processuele kwestie (werking voor niet-partijen) heeft potentieel bredere relevantie. De incomplete tekst beperkt de beoordeling.
Belangrijkste punten
- 1Alle vrachtvliegers zouden per 1 januari 2014 op grond van overgang van onderneming in dienst zijn getreden bij KLM.
- 2De rechtbank erkende de overgang van onderneming in haar overwegingen (rov. 39, 40 en 58), maar wees de bijbehorende vorderingen niet toe — een inconsequentie die centraal staat in grief 1.
- 3De vliegers hadden geen partij kunnen zijn in de eerdere procedure die leidde tot het arrest van het Hof Den Haag, maar stellen dat de uitkomst daarvan ook voor hen geldt.
- 4KLM zou hebben gehandeld alsof er geen overgang van onderneming had plaatsgevonden en heeft nagelaten de vliegers tijdig, voldoende en juist te informeren.
- 5De beschikbare tekst is onvolledig; de volledige beslissing en motivering van het hof zijn niet uit het fragment af te leiden.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de reikwijdte van overgang van onderneming (art. 7:662 e.v. BW) en de vraag of een eerder rechterlijk oordeel in rem of slechts inter partes werkt voor vergelijkbare werknemers. Een toewijzing zou betekenen dat ook vliegers die geen partij waren bij eerdere procedures rechten kunnen ontlenen aan een vastgestelde overgang van onderneming.
Praktische impact
Als de vorderingen worden toegewezen, dienen alle betrokken vrachtvliegers door KLM als werknemer erkend te worden met ingang van 1 januari 2014, met mogelijke financiële en arbeidsrechtelijke consequenties (achterstallig loon, pensioenopbouw, ontslagbescherming). KLM loopt het risico op aanzienlijke nabetalingsverplichtingen.
Onderwerp-impact
Voor de luchtvaartsector is dit relevant als precedent: het verduidelijkt hoe overgang van onderneming uitwerkt bij luchtvaartmaatschappijen die vrachttakken herstructureren, en of individuele vliegers buiten een collectieve procedure om aanspraken kunnen geldend maken.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Amsterdam staat centraal de vraag of een groep vrachtvliegers per 1 januari 2014 op grond van overgang van onderneming in dienst is getreden bij KLM. De rechtbank had in eerste aanleg in haar motivering (rechtsoverwegingen 39, 40 en 58) reeds vastgesteld dat dit het geval is voor alle in het geding betrokken vrachtvliegers, ook voor hen die geen partij waren in de eerdere procedure die leidde tot een arrest van het Gerechtshof Den Haag. Desondanks had de rechtbank nagelaten de gevorderde verklaringen voor recht op dit punt toe te wijzen, wat door appellanten als een onverenigbaarheid tussen de overwegingen en het dictum wordt aangemerkt. Appellanten voeren in hun eerste grief aan dat KLM tegenover alle vliegers heeft gehandeld alsof er geen overgang van onderneming had plaatsgevonden, en dat KLM heeft nagelaten hen tijdig, voldoende en juist te informeren — gedragingen die ook de niet-partijen uit de eerdere procedure regarderen. Zij hebben een zelfstandig belang bij toewijzing van de verklaringen voor recht, juist omdat zij geen rechtskracht kunnen ontlenen aan een vonnis waarvan zij geen partij waren. De beschikbare tekst van de uitspraak is fragmentarisch en laat niet toe de volledige beslissing en motivering van het hof vast te stellen. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt het hof de grief inhoudelijk te behandelen en de spanning tussen motivering en dictum van de rechtbank te onderkennen. De uiteindelijke beslissing — of de vorderingen sub a en b alsnog worden toegewezen — kan op grond van het beschikbare fragment niet met zekerheid worden vastgesteld. De juridische kern betreft de reikwijdte van overgang van onderneming en de processuele bescherming van werknemers die niet deelnamen aan eerder gevoerde procedures.