Hof bevestigt schadevergoeding na mishandeling timmerman
ECLI:NL:GHAMS:2026:2661, Gerechtshof Amsterdam, 21-09-2026, 200.353.878/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Mishandeling met schade tot gevolg. Benadeelde heeft schade voldoende onderbouwd; beroep van de dader op eigen schuld slaagt niet. Bekrachtiging vonnis kantonrechte
Kern van de zaak
Een timmerman (geïntimeerde) werd op 23 september 2021 zwaar mishandeld door appellant, waarna hij moest worden geopereerd aan kaakletsel en tijdelijk niet kon werken. Hij vorderde schadevergoeding van €11.080,23 voor eigen risico zorgverzekering en gederfde inkomsten.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van de mishandelde timmerman toe; appellant wordt tevens veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep van €362,00. Doorslaggevend is dat geïntimeerde de schadeposten voldoende heeft onderbouwd en dat de strafrechtelijke veroordeling van appellant voor mishandeling onherroepelijk is geworden.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke toepassing van bekende aansprakelijkheidsregels in een individuele schadevergoedingszaak; er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord en de uitspraak heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke casus.
Belangrijkste punten
- 1Appellant is strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld wegens mishandeling bij vonnis politierechter Haarlem van 22 mei 2023; geen hoger beroep ingesteld.
- 2Civiele schadevergoeding van €11.080,23 omvat eigen risico zorgverzekering en gederfde inkomsten als zelfstandig timmerman.
- 3Kantonrechter achtte beide schadeposten voldoende onderbouwd; hof sluit zich hierbij aan.
- 4Appellant heeft geen grieven gericht tegen de feitenvaststelling door de kantonrechter.
- 5Proceskosten hoger beroep van €362,00 komen voor rekening van appellant.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling wegens mishandeling de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor gevolgsschade – inclusief gederfde inkomsten van een zelfstandige – stevig onderbouwt. De drempel voor het aantonen van causaal verband tussen het strafbare feit en de schadeposten is beperkt wanneer de veroordeling vaststaat.
Praktische impact
Appellant dient de volledige schadevergoeding van €11.080,23 plus wettelijke rente en proceskosten te voldoen; voor slachtoffers van mishandeling bevestigt dit arrest dat naast de strafrechtelijke route ook de civiele weg succesvol kan worden bewandeld voor verhaal van concrete schade.
Onderwerp-impact
Voor zelfstandigen die als gevolg van een misdrijf tijdelijk arbeidsongeschikt raken, biedt deze uitspraak steun voor het verhalen van gederfde inkomsten via de civiele rechter, ook wanneer inkomen minder eenvoudig aantoonbaar is dan bij loontrekkenden.
Samenvatting
Op 23 september 2021 werd geïntimeerde, een zelfstandig werkend timmerman, zwaar mishandeld door appellant. Als gevolg daarvan moest hij worden opgenomen in het Spaarne Gasthuis in Haarlem, waar hij werd geopereerd aan kaakletsel. Na ontslag uit het ziekenhuis was hij gedurende enige tijd niet in staat te werken. Op 22 mei 2023 veroordeelde de politierechter te Haarlem appellant strafrechtelijk wegens mishandeling; dit vonnis is onherroepelijk geworden nu geen hoger beroep werd ingesteld. Geïntimeerde vorderde bij de kantonrechter een civiele schadevergoeding van €11.080,23, vermeerderd met wettelijke rente, bestaande uit het betaalde eigen risico van de zorgverzekering en gederfde inkomsten als zelfstandige. Appellant betwistte beide schadeposten en concludeerde tot afwijzing. De kantonrechter wees de vorderingen integraal toe, omdat geïntimeerde de schadeposten naar zijn oordeel voldoende had onderbouwd en het causale verband met de mishandeling voldoende aannemelijk was gemaakt. Appellant stelde hoger beroep in, maar richtte geen grieven tegen de feitenvaststelling van de kantonrechter, zodat het hof van diezelfde feiten uitging. Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant tevens in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op €362,00. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De zaak illustreert hoe een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling wegens mishandeling de civiele aansprakelijkheid voor gevolgsschade ondersteunt, en dat ook zelfstandigen hun gederfde inkomsten langs civielrechtelijke weg kunnen verhalen op de dader, mits zij de schade voldoende concretiseren.