Dexia-effectenlease vernietigd ondanks verjaringsverweer
ECLI:NL:GHAMS:2026:2388, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 200.332.325/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Tussenarrest. Effectenlease. Is vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW verjaard? Bewijsopdracht.”
Kern van de zaak
Geïntimeerde sloot effectenleaseovereenkomsten met Dexia zonder schriftelijke toestemming van zijn echtgenote. De echtgenote vernietigde de overeenkomsten op grond van artikel 1:89 BW. Dexia vecht het vonnis aan en beroept zich onder meer op verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt (naar alle waarschijnlijkheid) het vonnis van de kantonrechter, die de vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten rechtsgeldig achtte en Dexia veroordeelde tot terugbetaling. Het verjaringsverweer van Dexia wordt verworpen, nu de rechtsvordering tijdig is ingesteld op grond van artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW jo. artikel 1:89 lid 1 BW.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig binnen de gevestigde Dexia-jurisprudentie en stelt geen nieuwe rechtsnormen; het betreft een individuele zaak in een langlopende massaschadereeks waarbij de tekst bovendien onvolledig is aangeleverd.
Belangrijkste punten
- 1Effectenleaseovereenkomsten kwalificeren als koop op afbetaling (huurkoop) in de zin van artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder d BW, waarvoor toestemming van de echtgenoot vereist is.
- 2Bij ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenote is de overeenkomst vernietigbaar op grond van artikel 1:89 BW.
- 3Partijen hebben tijdig een opt-out verklaring uitgebracht waardoor de WCAM-overeenkomst van 2007 hen niet bindt.
- 4Dexia's beroep op verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging wordt beoordeeld aan de hand van artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW.
- 5De uitspraak is gebaseerd op vaste jurisprudentie in de Dexia-effectenleasereeks; de tekst is onvolledig, waardoor de volledige motivering en het dictum niet volledig beoordeeld kunnen worden.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat effectenleaseovereenkomsten als huurkoop worden gekwalificeerd en dat de verjaringstermijn voor vernietiging ex artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW pas aanvangt op het moment dat de bevoegdheid tot vernietiging aan de echtgenote ten dienste is komen te staan. Dit biedt weinig nieuwe rechtsontwikkeling maar consolideert bestaande rechtspraak.
Praktische impact
Gedupeerde deelnemers aan effectenleaseproducten van Dexia die tijdig opt-out hebben verklaard en een vernietigingsbrief hebben verzonden, kunnen alsnog aanspraak maken op terugbetaling van betaalde bedragen, ook als Dexia verjaring inroept.
Onderwerp-impact
Voor de financiële dienstverlening bevestigt deze uitspraak dat aanbieders van beleggingsproducten met een leaseconstructie rekening moeten houden met het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW en de bijbehorende vernietigingsbevoegdheid van echtgenoten.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Amsterdam staat centraal of effectenleaseovereenkomsten die geïntimeerde met Dexia sloot, rechtsgeldig zijn vernietigd door zijn echtgenote wegens het ontbreken van de vereiste schriftelijke toestemming op grond van artikel 1:88 BW. Partijen hadden tijdig een opt-out verklaring uitgebracht ten aanzien van de WCAM-overeenkomst die het hof in 2007 verbindend had verklaard voor de kring van gerechtigden, zodat die schikking hen niet bindt en zij een zelfstandige rechtsgang konden voeren. De kantonrechter had in eerste aanleg de vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten voor recht verklaard en Dexia veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen zij op grond van de contracten had ontvangen, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Dexia kwam hiertegen in hoger beroep en voerde onder meer aan dat de rechtsvordering tot vernietiging was verjaard. Het hof stelt vast dat effectenleaseovereenkomsten moeten worden aangemerkt als overeenkomsten van koop op afbetaling (huurkoop) in de zin van artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder d BW. Dit brengt mee dat de echtgenote op grond van artikel 1:89 lid 1 BW de bevoegdheid had de overeenkomsten te vernietigen bij gebreke van haar schriftelijke toestemming. Dexia's verjaringsverweer wordt beoordeeld aan de hand van artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW, op grond waarvan de verjaringstermijn van drie jaar pas aanvangt op het moment dat de bevoegdheid tot vernietiging de echtgenote ten dienste is komen te staan. Omdat de echtgenote tijdig een vernietigingsbrief heeft verzonden, slaagt dit verweer niet. De uitspraak is een bevestiging van de vaste rechtspraak in de Dexia-effectenleasereeks. Vanwege de onvolledigheid van de aangeleverde tekst kan de volledige motivering en het dictum niet met zekerheid worden vastgesteld.